Home

Grote teleurstelling voor milieuorganisaties: rechtbank verplicht staat niet tot steviger PFAS-beleid

Actievoerders protesteren tegen PFAS-vervuiling door Chemours in Dordrecht.

Het moest een Urgenda 2.0 worden, de rechtszaak tegen de staat om die te dwingen verdere uitstoot van PFAS te voorkomen – én om vast te stellen dat die nalatig is geweest bij het toelaten van bestaande vervuiling. Dat is niet gelukt: de rechtbank in Den Haag heeft woensdag geoordeeld dat de staat voldoende doet om verspreiding van de groep van ruim tienduizend verschillende chemische stoffen tegen te gaan. Alle vorderingen van de vier milieufederaties (Noord-Holland, Zeeland, Zuid-Holland en Friesland) en stichting Gezond Water zijn afgewezen.

Bij de inhoudelijke zitting begin december waren beide partijen het eens dat de schadelijkheid van PFAS „niet ter discussie staat”, in de woorden van advocaat Anita Nijboer van de milieugroepen. De risico’s zijn inderdaad lastig te ontkennen: alle Nederlanders hebben te veel PFAS in het bloed, is sinds 2021 door RIVM vastgesteld, met mogelijke schade aan het immuunsysteem als gevolg. De organisaties leunen daarnaast bij de rechtszaak op een deskundigenverklaring van toxicologen Jacob de Boer en Pim de Voogt.

Maar volgens landsadvocaat Edward Brans bestaat er een „verschil van mening” over de aard en het tempo van de te nemen maatregelen. Daarvoor zou de politiek bovendien veel ruimte hebben om zelf keuzes te maken.

Daar gaat de rechtbank in mee. De regering en het parlement hebben „een grote mate van vrijheid om afwegingen te maken over de aanpak van de PFAS-problematiek”. Mede doordat er zoveel belangen met elkaar botsen is het „niet aan de rechter om keuzes hierin voor te schrijven”. Die moet alleen wel beoordelen of de staat binnen de grenzen van het recht blijft.

Totaalverbod versus lokale inperking

De Nederlandse overheid zet met name in op een totaalverbod van PFAS in Europa, waaraan sinds 2020 wordt gewerkt. Nederland is een van de aanjagers daarvan, samen met Duitsland, Denemarken, Zweden en Noorwegen. De gedachte daarachter is dat PFAS haast niet af te breken zijn en gemakkelijk de wereld over reizen, dus dat internationaal beleid om de productie ervan te beperken veel meer zoden aan de dijk zet dan nationale inspanningen. Ook als alle PFAS-productie in Nederland per direct stopgezet wordt, zal alsnog PFAS-aanwas uit de Verenigde Staten vroeg of laat hier terechtkomen.

Daar valt tegenover te zetten dat PFAS-problematiek rondom fabrieken hier, zoals die van Chemours in Dordrecht of van 3M bij Antwerpen, groter is dan elders. Mede daardoor zijn er bijzonder veel vervuilde gebieden gevonden in Nederland en België. Omwonenden rond die fabrieken hebben onder meer de waarschuwing gekregen om niet meer uit de eigen moestuin te eten. De milieuorganisaties verwijten de overheid dat die vergunningen uitgeeft aan die bedrijven om PFAS te blijven lozen, met het risico dat omwonenden extra gezondheidsschade door PFAS ervaren.

De milieuorganisaties zeggen daarnaast dat het uitgesloten is dat de staat gestelde deadlines voor normen gaat halen, zoals de maximale hoeveelheid PFOS (een van de schadelijkste PFAS) in wateren. Daarover zegt de staat dat die deadlines uitgesteld kunnen worden, en volgens de rechtbank is dat onvoldoende ontkracht: die deadline hoeft vooralsnog niet verplicht te worden.

In het nieuwe coalitieakkoord hebben D66, CDA en VVD een alinea gewijd aan PFAS. Daaruit blijkt dat de bestaande plannen in Brussel het belangrijkste wapenfeit blijven. „Nederland wordt kartrekker voor een Europees verbod op PFAS”, aldus het akkoord – wat vermoedelijk geen koerswijziging behelst. Toch wordt er ook gehint op de wens van milieuorganisaties om lozingen te beperken. „We bezien of en hoe op korte termijn een lozingsverbod mogelijk is”, schrijven de partijen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next