De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen heeft geen Haagse ervaring, maar is gepokt en gemazeld in het Brusselse. ‘Tom verwacht dat mensen een normaal gesprek met elkaar kunnen voeren.’
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
‘De rest van de wereld wacht niet op Europa, maar de rest van Europa wacht ook niet op Nederland.’ Het was tijdens de Staat van de Europese Unie, het jaarlijkse debat in de Tweede Kamer waarin ook europarlementariërs het woord mogen voeren, dat Tom Berendsen (42) juni vorig jaar fijntjes liet weten dat het kabinet-Schoof er niks van bakte in Europa.
Berendsen noemde het ‘in het belang van Nederland’ dat het land weer snel ‘volwaardig’ aan de Europese onderhandelingstafel zit. ‘Niet met als enige uitgangspunt om minder te betalen, met de vuist op tafel te slaan of opt-outs te bedingen. Nee, we moeten dat anders doen. We zijn een van de grootste economieën op ons continent. Nederland kan en moet in Europa aan het stuur zitten in plaats van op de rem staan.’
Als minister van Buitenlandse Zaken in het nieuwe kabinet-Jetten mag Berendsen deze opdracht nu zelf gaan uitvoeren. De Haagse politieke stolp wordt voor hem een nieuwe wereld, maar hij is gepokt en gemazeld in het Brusselse. De uit Breda afkomstige CDA-er leerde er het Europese politieke handwerk en ontmoette er (bij dezelfde fractie) de vrouw met wie hij trouwde en met wie hij nu twee kinderen opvoedt.
Berendsen werkte in Brussel van 2009 tot 2015 als parlementair assistent van de Europese CDA-fractie en kwam in 2019 – na een aantal Nederlandse jaren als adviseur duurzaamheid bij consultancybureau PricewaterhouseCoopers – terug als Europarlementariër. In 2024 schreef hij het CDA-verkiezingsprogramma voor de Europese verkiezingen. Daarin werd andermaal duidelijk dat een term die inmiddels op ieders lippen bestorven ligt, bij Berendsen al jaren geleden concrete inhoud kreeg: Europese strategische autonomie.
Geopolitiek analist Alex Krijger, al lang verbonden aan het CDA, zegt dat Berendsen ‘altijd al een talent was’ binnen de partij. ‘Hij is niet alleen onwijs aardig, hij kan ook strategisch denken, verder kijken dan de dag van vandaag. Als het gaat om de noodzaak voor Europa om zelfstandig te worden, maakt Berendsen dat heel concreet, niet zoals Emmanuel Macron erover praat.’
Berendsen verdiepte zich de afgelopen jaren in het Europees Parlement onder meer in de Europese industrie. Hij onderstreepte het belang van een groene industriepolitiek en een Europese havenstrategie die de uitbreiding van Chinese invloed in Europese havens moet tegengaan.
Hij zat ook in de EP-delegatie die zich richt op betrekkingen met China. Volgens zijn Brusselse collega Jeroen Lenaers richtte Berendsen zich in Brussel altijd op onderwerpen ‘waar we meerwaarde kunnen bieden voor Nederland. Dat zie je bij de havenstrategie, maar ook breder in het industriebeleid.’
Lenaers noemt zijn collega ‘een man van de nuance’ – ook inzake groen industriebeleid. ‘We erkennen dat de Europese regelgeving op sommige vlakken zijn doel voorbij geschoten is, en dat we dat nu deels mogen compenseren. Maar het doel, klimaatneutraal in 2050, moeten we wel voor ogen houden. Daarin liggen voor Nederland kansen in cleantech en duurzame industrie.’ De parallellen met CDA-leider Henri Bontenbal zijn op dit vlak zeer herkenbaar, zegt Lenaers.
Berendsen wil graag een ‘constructieve speler zijn die mensen bij elkaar brengt en verbinding zoekt’, zegt NSC-Europarlementariër Dirk Gotink. Maar de aankomend minister is onbekend met de vaak gepolariseerde Haagse debatten over buitenlands beleid en de berg Kamervragen die hij kan verwachten bij één verkeerd woord. ‘Tom verwacht dat mensen een normaal gesprek met elkaar kunnen voeren’, zegt Gotink. ‘Die verwachting moet je in de Tweede Kamer tegenwoordig bij de deur achterlaten.’
Lenaers verwacht op dat front weinig problemen. ‘Hij is een hele warme man, er zit veel Brabantse gezelligheid in. Hij kan makkelijk met allerlei collega’s van verschillende achtergronden een goede relatie opbouwen.’ Alex Krijger noemt het zelfs een plus dat de nieuwe bewindspersoon een ander profiel heeft dan gebruikelijk. ‘Hij heeft ervaring in het bedrijfsleven. Hij denkt niet Haags. Hij is een Brabander en hij zit gelukkig nog niet in die Haagse bubbel.’
Wat Berendsen in ieder geval meebrengt, behalve zijn ervaring als coach van het Oranjevoetbalteam in Brussel (dat speelt tegen andere landenteams waarin Europarlementariërs rijk vertegenwoordigd zijn), is een goed gevuld Europees contactenboekje.
Dat reikt tot de hoogste functionarissen uit zijn politieke bloedgroep, Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en Manfred Weber, hoofd van de Europese Volkspartij-fractie. In het Brusselse valt te beluisteren dat Berendsen ‘tot in de haarvaten’ weet hoe het daar werkt. Met die kennis kan hij in het kabinet een belangrijke rol spelen.
Toch is niet iedereen daar gerust op. ‘Ik hoop dat Berendsen erin slaagt om de gebutste internationale reputatie van Nederland na twee jaar Schoof en Wilders-gekte te herstellen’, zegt diplomatiekenner Robert van de Roer. ‘Een meer ervaren diplomaat was beter geweest op het internationale toneel, naast een onervaren premier. Maar helaas werkt de casting in Den Haag zo niet. Partijkleur prevaleert maar al te vaak boven professionaliteit. Hopelijk logenstraft Berendsen deze wetmatigheid.’
Dat Berendsen binnen het CDA de katholieke vleugel weer wat kleur op de wangen geeft, zal niet tegen hem hebben gewerkt, maar volgens Krijger is er wat anders aan de hand: ‘Dit kabinet snapt de urgentie van de internationale situatie.’ Hij denkt dat Bontenbal met onder meer Berendsen en Derk Boswijk (die staatssecretaris op Defensie wordt) heeft gekozen voor ‘serieuze, inhoudelijke mensen uit de jonge generatie’ die ‘een gevoel van urgentie delen en beseffen dat er werk aan de winkel is’. ‘Het is niet populistisch, ze gebruiken geen grote woorden, maar zijn gedegen, harde werkers.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant