Kinderopvang In Groningen kunnen kinderen van ouders die geen betaald werk hebben, in delen van de stad twee dagen per week gratis naar de kinderopvang. Zo kunnen kinderen én ouders zich beter ontwikkelen, is het idee. Groningen gaat door met de proef en hoopt dat een landelijke uitrol volgt.
In Groningen is de gemeente al twee jaar bezig met een pilot voor gratis kinderopvang in de noordelijke wijken van de stad. Dilan Karataay en haar dochtertje Arya maken gebruik van de regeling.
Bij de ingang van een kinderopvang in de Groningse wijk Vinkhuizen hangt een grote poster. ‘Kinderopvang, ook voor jouw kind! Wij kunnen je helpen!’ staat erop. Ouders uit deze wijk die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, kunnen hun kind van tussen de zes maanden en twee jaar oud gratis, twee dagen in de week, naar opvanglocaties van organisaties SKSG of Kids First brengen.
Ook ouders in drie andere wijken aan de noordkant van de stad kunnen van de regeling gebruikmaken. Deze wijken kennen meer sociaal-economische problemen dan andere delen van Groningen. Uit cijfers van de gemeente blijkt dat 13 procent van de inwoners er niet kan rondkomen en bijna 40 procent van de kinderen hier in armoede opgroeit.
Juist daarom is het in dit deel van Groningen nodig dat kinderen van ouders die niet werken, toch naar de kinderopvang kunnen, zegt wethouder onderwijs Carine Bloemhoff (PvdA). „De tweedeling in kansen tussen kinderen begint al vóór school. Kinderen van ouders die werken, kunnen naar de opvang. Kinderen van ouders die niet werken, kunnen dat niet en missen daardoor veel in hun ontwikkeling. Zeker als er thuis geen Nederlands wordt gesproken.”
Kinderen van ouders die niet werken, kúnnen wel naar de opvang. Maar dan moeten de ouders de volledige kosten daarvan zelf betalen. Voor werkende ouders betaalt de overheid via de kinderopvangtoeslag een deel van de kosten. Per kind kunnen ouders maximaal 230 uur per maand kinderopvangtoeslag krijgen. Hoeveel toeslag ouders krijgen, hangt onder meer af van hun inkomen.
Naast de kinderopvang is er voor kinderen van tweeënhalf tot vier jaar oud die extra ondersteuning nodig hebben de voorschoolse opvang. Daar worden ze voorbereid om zonder achterstand in groep drie van de basisschool te beginnen. De gemeente Groningen merkte bij de basisschool dat kinderen die alleen naar de voorschoolse opvang gingen, een achterstand ontwikkelden vergeleken met kinderen die ook al naar de opvang waren gegaan. „We waren er dan te laat bij”, zegt Bloemhoff.
Daarom begon Groningen twee jaar geleden met de proef ‘algemeen toegankelijke kinderopvang’. „We bekostigen de plekken voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.” Inmiddels hebben 121 kinderen aan de pilot deelgenomen en gaat Groningen er in ieder geval nog drie jaar mee door. De resultaten zijn positief, zegt Bloemhoff. Zo zijn 59 kinderen doorgestroomd naar de voorschoolse opvang, wat de kansenongelijkheid volgens de gemeente vermindert en de ontwikkeling van deze kinderen uit „sociaal-economisch kwetsbare gezinnen” bevordert.
In het eerste jaar was het lastig om deelnemers te vinden. „Het is niet zo dat ouders zomaar een opvang binnen komen lopen”, zegt Bloemhoff. „Het is een lastige doelgroep om te bereiken. Sommige ouders spreken geen Nederlands. Ook de kinderopvangtoeslagaffaire heeft niet veel goeds gedaan. Ouders zijn huiverig, sommigen wantrouwen instanties.”
Ouders worden daarom al op het consultatiebureau ingelicht over de regeling en bij scholen en bibliotheken liggen folders met informatie. „We moesten zichtbaar worden in de wijken”, zegt Zilla Bunk. Ze werkt al zestien jaar in de kinderopvang. Als voorschoolse brugfunctionaris begeleidt ze ouders bij de kinderopvang. Sinds januari 2025 zijn in de noordelijke wijken van Groningen voorschoolse brugfunctionarissen aangesteld. Zij zijn de contactpersoon tussen gezinnen met jonge gezinnen en voorschoolse voorzieningen in de wijk, zoals de kinderopvang. Ze helpen ouders bijvoorbeeld met inschrijven bij de opvang.
Bunk moet soms eerst het vertrouwen van ouders winnen. „Veel ouders durven zich niet aan te melden bij de opvang of weten niet hoe dat moet. Ik help ze daarbij en ga ook met ze mee voor een rondleiding.”
Ook Kamze Ilgin Kaya en Gerdien Vorenkamp werken als voorschoolse brugfunctionaris in het noorden van de stad. Kaya werkt al 25 jaar in de kinderopvang en kent „alle locaties, de werkwijze, noem maar op”. Ze spreekt naast Nederlands ook Turks en begeleidt regelmatig ouders die de Nederlandse taal nog niet beheersen. Een van die ouders is Dilan Karataay. Ze zit naast Kaya aan tafel in de opvang in Vinkhuizen, met haar acht maanden oude dochter Arya op schoot. Arya start hier binnenkort. Haar ouders maken gebruik van de regeling.
Dilan Karataay met haar dochtertje Arya. Inmiddels hebben 121 kinderen aan de pilot deelgenomen en gaat Groningen er in ieder geval nog drie jaar mee door.
Kaya tolkt en vertelt hoe Karataay bij de opvang is gekomen. „Via het consultatiebureau zijn ze bij mij terechtgekomen. Ze komen uit Turkije en hebben tweeënhalf jaar in een locatie voor asielzoekers gewoond. Nu woont het gezin zelfstandig in deze wijk. De ouders staan op de wachtlijst voor een cursus Nederlands.”
Karataay was onzeker toen ze voor het eerst over de regeling hoorde, vertelt ze. Ze kende het systeem niet en wist niet hoe de kinderopvang in Nederland werkt. „Toen ze met mij in contact kwam, kon ze al haar vragen in het Turks stellen. Dat hielp”, zegt Kaya. „Samen hebben we de opvang bezocht. Daarna is het snel gegaan; haar oudste kind is al begonnen.”
Kaya is er niet alleen voor vragen over de kinderopvang. Ook toen een van haar kinderen ziek was, benaderde Karataay haar. „Ze wist niet wat ze moest doen, wie ze moest bellen. Ik heb haar geholpen met hoe de huisarts hier werkt. De kinderen zijn het uitgangspunt, maar je helpt de ouders ook.”
Voor de kinderen is het belangrijk dat ze al naar de opvang gaan, vertelt Kaya. „De ouders spreken nog geen Nederlands. Op de opvang komen ze in contact met andere kinderen en leren ze de klanken van de Nederlandse taal.” Arya gaat daar later veel plezier van hebben, zegt Vorenkamp. „Ze kan daardoor straks niet alleen meekomen qua taal en ontwikkeling met de groep als ze naar de peuters gaat; het is ook voor haar socialisatie goed.”
De regeling is bedoeld voor de ontwikkeling van kinderen, maar ook ouders hebben er dus baat bij, ziet Bloemhoff. „Voor de arbeidsparticipatie van vrouwen heeft het effect. Vooral moeders hebben ruimte gekregen om aan het werk te gaan of zich anders te ontwikkelen. Er zijn 23 kinderen van wie de ouders recht hebben gekregen op kinderopvangtoeslag. Toeslag krijgen kan op drie manieren: door te werken, een re-integratietraject te volgen of te studeren.”
Brugfunctionaris Bunk ziet ouders door de algemeen toegankelijke kinderopvang veranderen. „Veel alleenstaande moeders doen mee. Die zijn echt aan het overleven. Als de kinderen naar de opvang gaan, merk je dat de moeders tot rust komen. Je ziet ze veel relaxter binnenkomen.”
Het aantal kinderen in de leeftijd van een half tot twee jaar is door de algemeen toegankelijke kinderopvang bij kinderopvang SKSG, een van de twee opvangorganisaties die aan de regeling deelnemen, met 11 procent gestegen, zegt Anne Looijenga van SKSG. Daarvoor is extra personeel aangenomen.
De plekken voor de algemeen toegankelijke kinderopvang worden betaald vanuit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid van de rijksoverheid en eigen geld van de gemeente. Voor 2026 zijn de kosten 600.000 euro. Tot 2029 is de financiering geregeld.
Om kinderen gelijke kansen te bieden, heeft Groningen beleid om „ongelijk te investeren in eerlijke kansen”, zegt Bloemhoff. „In de noordelijke wijken, waar relatief de meeste kinderen in armoede opgroeien, investeren we daarom meer dan in andere wijken.”
In de gemeenteraad is weleens discussie over dit beleid, zegt Bloemhoff. „Dan gaat het over andere wijken die nu achterblijven. Natuurlijk zou het beter zijn als we ook daar deze vorm van opvang kunnen aanbieden. Maar daar hebben we als gemeente de middelen niet voor.”
Dilan Karataay met haar dochtertje Arya op schoot, naast haar begeleiders Gerdien Vorenkamp (l) en Kamze Ilgin Kaya.
Bloemhoff hoopt daarom dat het Rijk Groningen als voorbeeld neemt. In het nieuwe coalitieakkoord gaan de plannen voor de ‘bijna gratis kinderopvang’ door. Vanaf 2029 komt er een vergoedingspercentage van 96 procent voor kinderopvang voor werkende ouders. „Onze kritiek daarop is dat dit is gekoppeld aan de arbeidseis. Ouders moeten werken om daarvoor in aanmerking te komen en daarmee sluit je een hele groep kinderen uit. Ik hoop dat het Rijk van kinderopvang voor álle ouders een publieke basisvoorziening maakt.”
Brugfunctionaris Kaya vindt het mooi om te zien dat er nu ook kinderen naar de opvang komen die zonder de regeling thuis zouden blijven. „In wat voor situatie hun ouders ook zitten, zij kunnen naar de opvang. Ze krijgen de kans die andere kinderen ook krijgen.”
Source: NRC