Home

Juist nu Europa gered moet worden, zitten Frankrijk en Duitsland elkaar in de weg

EU-top concurrentiekracht Europese leiders komen donderdag bijeen in het Belgische Alden-Biesen voor een informele EU-top over concurrentiekracht. Frankrijk zet in op Made in Europe, Duitsland en Italië vormen een coalitie voor deregulering. Het idee van een Europa van meer snelheden is ondertussen in zwang.

De Duitse bondskanselier Friedrich Merz en de Italiaanse premier Giorgia Meloni op een persconferentie in Rome, 23 januari.

Aan noodkreten geen gebrek, en allemaal klinken ze ongeveer hetzelfde. Europa moet aan de bak. „Als we het doen, is alles mogelijk. Maar als we het niet doen, weet ik wat er zal gebeuren: we zullen verliezen”, aldus de Belgische premier Bart De Wever. Volgens de Franse president Emmanuel Macron beleven we „een formidabele schok, een breuk voor de Europeanen”.

Dergelijke woorden hoor je nu simultaan in vrijwel elke Europese hoofdstad. Als de regeringsleiders en staatshoofden donderdag voor een heisessie bijeenkomen op een Belgisch kasteel – de laatste EU-bijeenkomst voor demissionair premier Dick Schoof – zal het ze ook nog wel lukken gezamenlijk een diagnose te stellen. De wereld beweegt, Europa’s economie komt slechts piepend vooruit.

Maar of ze nu echt bereid zijn om offers te maken? De wijsheid wil dat grote stappen in Europa enkel en alleen worden gezet in crisistijd. In zulke dagen kruipen de EU-leiders tegen elkaar aan, durven ze meer. Maar ondanks alle noodkreten lijkt de sfeer daarvoor nog niet rijp. Of: niet meer. „Als je het zo bekijkt, had de Groenland-crisis nog iets langer mogen duren”, merkt een diplomaat in Brussel sarcastisch op.

Neem Frankrijk. Macron, die dinsdag met interviews in een reeks Europese kranten verscheen, leek er met zijn plannen wel op uit zijn grootste critici van munitie te voorzien. Dat geldt vooral voor het voorstel waarmee hij investeringen op gang wil krijgen: hij wil veel meer gezamenlijke leningen uitgeven, zodat overheden meer te besteden hebben om de groei aan te jagen.

De markt snakt naar eurobonds, zei Macron. Dat is niet onwaar: euro-obligaties bestaan al, en ze vinden gretig aftrek onder beleggers. Maar bij zijn collega’s in Noord-Europa versterkte Macron met die woorden – en de constatering dat de EU „relatief (te) weinig schuld” heeft – vooral de indruk dat hij niet in staat is zijn eigen begroting op orde te krijgen en door Brussel gered wil worden.

Buy European, of Buy French?

Dezelfde argwaan valt het Elysée ten deel als het pleit voor Buy European, het afdwingen of bevoordelen van Europese productie bij overheidsopdrachten en bij bedrijven die subsidies ontvangen. Zeker is dat het enthousiasme voor dit soort eisen toeneemt, nu de EU weet hoe de druk van de VS (Groenland, tarieven) en China (zeldzame aardmetalen) voelt. Binnen de Europese Commissie ligt hiervoor een plan klaar, dat later deze maand wordt gepresenteerd.

Toch roept dit offensief net zozeer achterdocht op. Buy European betekent voor Parijs Buy French, sneren diplomaten. Zij vrezen dat Frankrijk niets anders doet dan zijn eigen belang in een Europees jasje hullen. Nu de plannen reëler worden, klinkt die kritiek ook publiekelijk. „Het Europese antwoord op deze uitdagingen voor onze concurrentiekracht kan niet zijn dat we onszelf in een isolement stoppen”, zei Katherine Reiche, de Duitse minister van Economische Zaken, zaterdag.

Een consequentie van dit Duits-Franse gesteggel is dat Berlijn openlijk lonkt naar andere partners. Bondskanselier Friedrich Merz trok de voorbije weken vaak op met de Italiaanse premier Giorgia Meloni. Merz ging langs in Rome, en hun ambtenaren dokterden aan de vooravond van de kasteelsessie een strategie uit waarin ze zich presenteren als „de twee voornaamste industrielanden in Europa”. Voor echte actie, willen ze zeggen, moet je bij ons zijn.

Merz wil graag vooroplopen. Zo presenteert hij zich ook: een atlantisch denker in ontwenning, die nu het belang van een sterk en onafhankelijk Europa ziet. Vorig jaar begon hij zijn regeertermijn met een groot pakket aan investeringen in defensie en infrastructuur, waarvoor Berlijn voor het eerst in tijden bereid was miljarden te lenen.

Maar inmiddels zien zijn collega’s dat de Bondskanselier ook veel kan blokkeren. Zo geldt Duitsland nog altijd als een dwarsligger in de discussie over het bundelen van alle losse Europese kapitaalmarkten voor de creatie van één stevige kapitaalmarkt. Dat zou goed zijn voor investeerders – maar de kleine Duitse regiobanken hebben er niets mee.

Uit de loopgraven

„We zouden eindelijk eens uit onze traditionele loopgraven moeten komen”, zegt een diplomaat die de verdeeldheid gadeslaat. „Wat we nodig hebben, is een grote uitruil. De Duitsers moeten accepteren dat hun regiobanken ook mee moeten doen aan de Europese kapitaalmarkt. De Fransen moeten accepteren dat ze niet álles op hun manier kunnen vormgeven.”

Er zijn uitzonderingen in dit machtsspel. De Deense premier Mette Frederiksen heeft mede vanwege de Groenlandcrisis gezag opgebouwd en heeft met een aantal heilige huisjes afgerekend. Ze schaart zich sneller achter overheidsinterventie en heeft zich uitgesproken voor eurobonds, in elk geval voor defensie.

Ook De Wever, ooit een overtuigd euroscepticus, wordt gezien als iemand die bruggen kan slaan. En er wordt met nieuwsgierigheid gekeken naar het nieuwe Nederlands kabinet, dat in het verleden vaak zo’n bemiddelende rol vervulde.

De onenigheid verklaart waarom het in Brussel steeds vaker gaat over kopgroepjes en achterblijvers. Duitsland pleitte eind januari voor een kopgroep van zes landen die het voortouw moeten nemen. De Wever spreekt van een ‘ui van meerdere lagen’ en schuift de Benelux naar voren als een club van pioniers. Een groep leiders steekt al voor de heisessie de koppen bijeen, en een aantal ziet elkaar woensdag ook al op een industrietop in Antwerpen.

Patstellingen

Je zou denken dat EU-president António Costa, die de bijeenkomst donderdag voorzit, en Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen erop gebrand zijn de groep, alle 27, bij elkaar te houden. Maar als dat leidt tot patstellingen die Europa’s concurrentiepositie ondermijnen, schreef Von der Leyen in een brief aan de leiders vooraf, „moeten we niet bang zijn” om alternatieve mogelijkheden te zoeken.

„Ik denk”, zegt de diplomaat die voor een uitruil van belangen pleitte, „dat dit wel eens het moment kan zijn dat een aantal grote jongens en meisjes zegt: het is genoeg, wij willen vooruit. We wachten niet meer.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Europa

Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU

Source: NRC

Previous

Next