Discriminerende uitlatingen van politici over bepaalde bevolkingsgroepen zijn sterke voorspellers van discriminerende reacties op sociale media. De Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme heeft dit woensdag gepubliceerd in een rapport.
Vooral uitspraken van Tweede Kamerleden, zoals tijdens speeches en interrupties in de nationale vergaderzaal, hebben een aanjagende werking. Zodra zij zich vaker of negatiever uiten over bevolkingsgroepen, volgen snel daarna uitingen van vergelijkbare sentimenten in sociale media. Dit proces voltrekt zich snel: de eerste effecten zijn vaak al binnen één week zichtbaar. Nationale kranten nemen dergelijke uitspraken van politici over in een nieuwscontext, maar in mindere mate en pas op een langere termijn.
Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam hebben in opdracht van de Staatscommissie teksten uit de Tweede Kamer, berichtgeving van nationale kranten en reacties op videoplatform YouTube over een periode van tien jaar verzameld. In totaal werden bijna 900 duizend Kamerbijdragen, ruim 1,5 miljoen krantenartikelen van nieuwsmedia en meer dan 2,7 miljoen reacties op YouTube-nieuwskanalen geanalyseerd.
De onderzoekers keken niet alleen naar hoe vaak bevolkingsgroepen in de teksten werden genoemd, maar ook naar de toon en emotionele lading van die uitingen. Hoe vaker of negatiever Tweede Kamerleden over bevolkingsgroepen spreken, hoe meer en soms expliciet discriminerende reacties op sociale media verschijnen.
Het rapport noemt een concreet voorbeeld uit 2024, toen supporters van de Israëlische voetbalclub Maccabi Tel Aviv in Amsterdam werden opgejaagd en aangevallen. In het kabinet en de Tweede Kamer werd in de dagen daarna nadrukkelijk een link gelegd met antisemitische sentimenten binnen de islamitische gemeenschap.
Uit het onderzoek blijkt dat in januari 2024 ongeveer 1 procent van de YouTube-reacties in de dataset een verwijzing naar ‘moslims’ bevatte. ‘Na de Maccabi-rellen en het aannemen van de motie-Becker in de Tweede Kamer, waarin werd gevraagd om gegevens over culturele en religieuze normen en waarden van Nederlanders met een migratieachtergrond bij te houden, liep dit aandeel op tot circa 6 procent van de YouTube-reacties’, schrijven de onderzoekers.
Kamerleden zetten dus vaak de toon, maar er is een wisselwerking zichtbaar: andersom hebben kranten en sociale media ook invloed op de politiek. Politieke uitspraken kunnen online leiden tot verharding, terwijl diezelfde online discussies later weer terug te zien zijn in de Tweede Kamer. Uitingen verplaatsen zich zo tussen de Tweede Kamer, nationale kranten en sociale media. ‘Daarmee wordt duidelijk dat racisme niet alleen een kwestie is van individuele uitingen, maar onderdeel is van een dynamiek waarin verschillende domeinen van het publieke debat elkaar wederzijds beïnvloeden en versterken.’
De sterkste invloed loopt van de politiek naar sociale media. Effecten in omgekeerde richting – van kranten en reacties op sociale media naar de politiek – zijn wel zichtbaar, maar een stuk zwakker. Nationale kranten spelen daarbij vooral een doorgevende rol: ze nemen politieke uitspraken over en plaatsen die in een nieuwscontext, maar blijken zelf nauwelijks een aanjagende invloed te hebben op wat politici zeggen. Tegelijkertijd kan de verslaggeving in de krant er wel aan bijdragen dat bepaalde frames en bewoordingen langer zichtbaar blijven en breder worden verspreid.
De wisselwerking is het duidelijkst bij uitingen over groepen die te maken hebben met radicalisering, zoals ‘moslims’, ‘Joden’ en de ‘herkomst’ van mensen, blijkt uit het rapport. Bij andere discriminatiegronden, zoals geslacht, leeftijd en seksuele oriëntatie, zijn de verbanden minder sterk en minder consistent. Volgens de Staatscommissie wijst dit erop dat racisme zich in het publieke debat sneller kan verspreiden en normaliseren dan andere vormen van discriminatie.
In 2024 verdubbelde het aantal discriminatiemeldingen bij onder meer meldpunten voor discriminatie vergeleken met het jaar ervoor. De Staatscommissie roept politici, journalisten, socialemediaplatformen én hun gebruikers op om rekening te houden met de gevaren van verspreiding van discriminerende uitingen, en om verdere normalisering van discriminatie in het publieke debat tegen te gaan. Daarbij wijst de Staatscommissie politici op hun belangrijke rol, vanwege de ‘aantoonbare doorwerking’ van hun woorden.
Ook roept de commissie socialemediaplatforms op tot transparantie. Hoewel de onderzoekers graag meerdere socialemediaplatforms wilden analyseren, kregen zij alleen toegang tot reacties op YouTube, omdat andere platforms nauwelijks data beschikbaar stellen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant