Home

De slachtoffers van Epstein waren altijd al bijzaak

Seksueel misbruik We lezen dagelijks over bekende namen in de Epstein Files. Over de slachtoffers die opnieuw worden getraumatiseerd horen we nauwelijks, schrijft Christel Don.

Een ongedateerde foto uit de Epstein Files.

Sinds de publicatie van de drie miljoen pagina’s uit het dossier van zedendeliquent Jeffrey Epstein lezen we iedere dag nieuwe verhalen over prominente politici, zakenmensen en beroemdheden die in de documenten worden genoemd. Over wie we daarentegen amper horen: de slachtoffers, terwijl juist zij levensgrote gevolgen ondervinden van deze openbaarmaking.

Christel Don is journalist en schrijver, onder meer van Afstandsmoeders.

Neem Maria Farmer: zij was de eerste die Epstein in 1996 aangaf (21 was ze!) vanwege misbruik van haar en haar zestienjarige zusje, waarna het FBI-rapport dertig jaar in een la verdween en pas werd vrijgegeven bij de documenten van december 2025. Of Danielle Bensky, zeventien jaar ten tijde van het misbruik, destijds een ballerina in opleiding. Zij lobbyde actief voor de Epstein Files Transparancy Act, de wet die de Amerikaanse overheid dwong de bestanden vrij te geven. Dat het dossier openbaar zou worden, wilde ook Virginia Giuffre, eveneens zeventien ten tijde van het misbruik. Zij droomde over een carrière als masseuse toen Epstein-handlanger Ghislaine Maxwell haar bij Mar-a-Lago rekruteerde. Na een jarenlange strijd voor gerechtigheid maakte zij vorig jaar op 41-jarige leeftijd een einde aan haar leven – net zoals de 29-jarige Leigh Skye Patrick in 2017 deed.

Ik kan nog wel even doorgaan, want de lijst met Epstein-slachtoffers is ontluisterend lang. Meer dan 1.200 slachtoffers en hun familieleden, meldde het DOJ, het Amerikaanse ministerie van justitie, na beoordeling van het dossier. De slachtoffers die hun verhaal publiekelijk deelden zijn in de minderheid, de grootste groep gaf een verklaring zonder naam of achter gesloten deuren. Hoe cruciaal de bescherming van slachtoffers in deze zaak is, lijkt me evident. Alleen ging het precies op dat punt de afgelopen maanden faliekant mis.

Zwart lakken

De Epstein Files Transparancy Act vereiste dat het ministerie van Justitie de slachtoffers zou beschermen door vóór publicatie van de documenten hun naam en andere vertrouwelijke informatie zwart te lakken. Maar al binnen 48 uur na publicatie rapporteerden advocaten die de slachtoffers bijstaan duizenden anonimiseringsfouten voor bijna 100 van hun slachtoffers. Een kleine greep uit wat er op straat lag: de volledige namen van minstens 43 slachtoffers, woonadressen, geboortedata, telefoon-, rijbewijs- en bankgegevens. Tientallen onbewerkte naaktfoto’s van slachtoffers, waarop hun gezicht niet was afgeschermd, evenals foto’s uit slaapkamers en kleedkamers, en politierapporten met getuigenverklaringen.

De gevolgen zijn ernstig. Slachtoffers spreken over doodsbedreigingen, online intimidatie en ongewenste media-aandacht. Sommigen hadden er bewust voor gekozen hun verhaal nooit publiek te maken. Voor hen betekent de openbaring, naast hernieuwde aandacht voor het misbruik, ook een verlies van veiligheid en controle over hun eigen verhaal. Danielle Bensky vond haar naam 538 keer ongeredigeerd terug. De dag erna voelde ze zich zo gebroken dat ze haar bed niet uit kon komen. „Waar vechten we voor als we slachtoffers op deze manier te kijk zetten”, zei ze in een interview met de Amerikaanse nieuwszender MSNBC.

Het is niet de eerste keer dat publicatie van Epstein-documenten tot paniek leidt. Ook bij eerdere vrijgaven ontstond onrust onder slachtoffers vanwege informatie die tot hen herleidbaar was. De Amerikaanse overheid bagatelliseert intussen haar grove nalatigheid: fouten waren „onvermijdelijk” gezien de hoeveelheid materiaal.

Macht en reputaties wogen zwaarder

Wanneer een slachtoffer voor een tweede keer beschadigd raakt door een belastende juridische procedure of de houding van anderen, in het bijzondere professionele partijen, zoals in dit geval het DOJ, noem je dat ‘secundaire victimisatie’. Daarbij is het ook een schoolvoorbeeld van iets dat bekend staat als ‘institutioneel verraad’: slachtoffers vertrouwden het ministerie, dat hen nu in de steek laat. Er zijn bovendien vele voorbeelden waaruit blijkt dat de slachtoffers van Epstein altijd al bijzaak waren. Zoals de eerdergenoemde aangifte van Maria Farmer in 1996 die niet serieus werd genomen; als dat wel was gebeurd had dat vermoedelijk vele slachtoffers kunnen voorkomen. Of toen Epstein in 2008 een controversiële schikkingsovereenkomst met het ministerie van Justitie sloot, terwijl er al een omvangrijke aanklacht klaarlag: zestig beschuldigingen, onderbouwd met goed gedocumenteerd bewijs van misbruik van jonge vrouwen en kinderen. De slachtoffers werden hierover niet eens ingelicht, wat voor velen van hen het gevoel bevestigde dat institutionele belangen, macht en reputaties zwaarder wogen dan hun leed.

Zo komen we terug bij de vraag waarom we zo weinig over de slachtoffers lezen, laat staan over dit grove privacyschandaal, dat door Amerikaanse slachtofferadvocaten terecht „de meest flagrante schending van de privacy van slachtoffers in één dag in de Amerikaanse geschiedenis” wordt genoemd.

De fixatie op de namen in Epsteins adresboek vertroebelt het zicht op wat er werkelijk aan de hand is: een overheid die slachtoffers beloofde te beschermen, gooit hen vervolgens voor de leeuwen – dat is het echte schandaal. Laten we niet meegaan in de sensationele jacht op namen.

Source: NRC

Previous

Next