Home

Judy Chicago gaat met potlood, verf en draad de muur van onverschilligheid te lijf

Feministische kunst De inmiddels bejaarde feministe Judy Chicago is in het Joods Museum in Amsterdam te zien met behoorlijk wisselvallig werk. Het is voor het eerst dat een Nederlands museum een solo organiseert van de consequent in paars of roze geklede en gekapte superster.

Judy Chicago: 'In the Beginning' (1982, detail).

Beeldende kunst

‘Judy Chicago – Revelations’ t/m 23 augustus in het Joods Museum, Amsterdam.

De afgrond is diep, compleet leeg en ademhalen is er haast onmogelijk. Die afgrond – nu haast niet meer voor te stellen – grijnsde de inmiddels wereldberoemde, feministische kunstenaar Judy Chicago (1939) verstikkend tegemoet toen ze eind jaren vijftig, begin jaren zestig van de vorige eeuw colleges kunstgeschiedenis volgde aan de Universiteit van Californië in Los Angeles. De Amerikaanse Chicago haalt de anekdote graag aan in het boek dat bij de onlangs in het Joods Museum in Amsterdam geopende tentoonstelling Revelations hoort.

Bij aanvang van het semester vertelde de professor de studenten dat tijdens het laatste college de bijdrage van vrouwen aan de kunst zou worden besproken. „Ik wachtte […] op dat college”, zegt Chicago in een interview in het boek. „Ik was een ambitieuze jonge vrouw, vastbesloten om het als kunstenaar te maken. […] Eindelijk was het moment daar: de professor liep zelfvoldaan heen en weer en zei: ‘Wat betreft de bijdrage van vrouwen aan de Europese kunstgeschiedenis: die bijdrage is NIETS.’”

Judy Chicago

In die collegebanken ontstaat het vlammetje dat de jonge Judy – dan nog Cohen geheten – als kunstenaar doet uitgroeien tot een vurig strijder voor de representatie van vrouwen in de kunst en de gelijkberechtiging van vrouwen in het algemeen. Tijdens de tweede feministische golf (1960-1980) wordt haar werk door honderdduizenden in Amerika omarmd. Nog steeds is Chicago voor veel jonge kunstenaars een referentie.

Haar bekendste werk is de monumentale installatie The Dinner Party (1974-1979), een driehoekige feesttafel, gedekt voor 39 ‘vergeten’ vrouwen uit de geschiedenis. De installatie staat sinds 1989 in het Brooklyn Museum in New York en is in het Joods Museum aanwezig in de vorm van een paar zelden getoonde, fijngetekende voorstudies. Voor iedere vergeten vrouw is er in The Dinner Party een speciaal ontworpen ‘vulva-bord’. Er zijn tafellopers waarop een belangrijke episode uit het leven van iedere vrouw is geborduurd. The Dinner Party is uitgegroeid tot een voor zijn tijd radicaal feministisch kunstwerk, al is de kritiek erop nooit mals geweest: het werk zou heteronormatief zijn, discriminerend (Chicago heeft maar één vrouw van kleur aan de feesttafel geplaatst) en activistisch.

Er komen andere thema’s bij. Het baringsproces (tot dan compleet onzichtbaar in de beeldende kunst), ecocide, giftige mannelijkheid en genocide. Rode draad in haar werk – denk aan duizenden tekeningen, schilderijen, sculpturen, glas-in-lood, keramiek en textiel – is de muur van onverschilligheid die ze in klimaatbeleid, mensenrechten en politiek om zich heen ziet. Die muur gaat ze met beitels en kwast, met potloden, naald en draad te lijf.

‘And God Created Life’ (2023).

‘Wrestling with the Shadow for Her Life’ (2024).

Superster Chicago

Chicago is uitgegroeid tot een superster, steevast gekleed en gekapt in haar lievelingskleuren paars of roze, en met een excentrieke bril op haar neus. Sinds 2020 werkt ze samen met mode- en cosmeticamerk Dior. Haar merchandise bestaat uit vrolijk gekleurde sjaals, Illy-koffiekopjes, sweatshirts, onderzetters, ansichtkaarten en affiches. Interviews voor deze tentoonstelling mogen alleen schriftelijk plaatsvinden. Zo’n interview – inclusief vragen, antwoorden en eventuele aanpassingen – moet door álle stakeholders van de tentoonstelling worden goedgekeurd. Wie die stakeholders zijn: geen idee. Belangrijker: wie wil een dergelijk interview nou lezen?

Hoeveel bewondering ik ook koester voor de strijd die Chicago heeft gevoerd en de revolutionaire projecten die ze heeft gemaakt, niet al haar werk is interessant of goed als ‘kunst’. Dat blijkt op de tentoonstelling in Amsterdam – een tentoonstelling waarover de schaduw valt van het fenomenale overzicht dat in 2023 en 2024 in onder andere het New Museum in New York is georganiseerd. Waar de tentoonstelling in New York de volle reikwijdte van Chicago’s kunnen liet zien – inclusief de minimalistische, abstracte sculpturen en met gekleurde autolak gespoten motorkap-assemblages uit de vroege jaren – beperkt de tentoonstelling in Amsterdam zich tot vijf, wat wazige thema’s.

‘Immolation’ (1972), tentoonstellingsprint.

‘Peeling back ‘ (1974), offsetlithografie.

Die thema’s hebben te maken met een door de Londense Serpentine Galleries uitgegeven, oud manuscript van Chicago. Dat manuscript is een geïllustreerde hervertelling van de scheppingsmythe, waarin God Godin is. Voor deze ‘bijbel’, die Chicago in 1975 begon met hulp van een radicale non, was decennialang geen uitgever te porren. Tot Hans Ulrich Obrist, artistiek directeur van Serpentine in Londen, in 2023 langskwam in Chicago’s atelier in Belen (New Mexico) en haar vroeg om iets nieuws. Dat werd Revelations, een bijbelboek en een tentoonstelling, door Serpentine gemaakt.

In het Joods Museum zwabbert de tentoonstelling in vijf niet-chronologische etappes om het boek heen. De hoofstukken zijn verheven tot thematitels, als ‘Openbaringen van de Godin’, of ‘De Roeping van de Apostelen en Discipelen’. Ze hebben, zo blijkt, weinig met de tentoongestelde werken te maken. De atmosferische performances met vuur in de Californische wildernis bijvoorbeeld, zijn jaren voor het idee voor het boek ontstaan. Hetzelfde geldt voor Chicago’s abstracte tekeningen.

Toch zijn er zeker werken die regelrecht uit het idioom van het boek Revelations lijken te komen. Plantachtige structuren die tot handen uitgroeien, vaginavormen (in het boek met bloedstraaltjes), voluptueuze vrouwen, bloemen en vlindervleugels omkransen de teksten. Dit alles vaak in de lieve kleuren van de regenboog.

In ieder maatschappijkritisch project dat Chicago onder handen neemt speelt taal een prominente rol. De kunstenaar, zo blijkt in Amsterdam, heeft een grote drang om eindeloos veel rond een tekening te schrijven en precies te duiden waar de woede zit en wat haar boodschap is. Dat doet het werk geen goed. Het wordt er didactisch en illustratief van: alsof de kunstenaar het beeld an sich niet genoeg vertrouwt.

Een van de werken waar die balans wel wordt gevonden is de tekening In the Beginning (1982): een scheppingsmythe van tien meter breed die pontificaal aan het begin van de tentoonstelling hangt. Links heerst de chaos, maar langzamerhand komt er vorm en leven in de wereld. Rechts geeft een moeder een kind de borst. Onderweg zijn er wilde golfslagen, bergkammen, borsten waar vocht uitspuit, een slak, een octopus, kikkerachtige figuurtjes die uit de diepte omhoog klauteren.

In the Beginning is met zijn zwarte ondergrond, organische vormen en niet heel prominente teksten een sleutelwerk. Denken, zo heeft Chicago altijd verteld, doet ze tekenend. Tekenen is onderdeel van wie ze is, al vanaf haar vierde. Daarom is het zo teleurstellend dat het Joods Museum in plaats van het echte werk een levensgrote fotokopie van dit werk ophangt, zonder uitleg. Die fotokopie mist handschrift, potloodafdruk, het bobbelige van papier. Maar is wel, in 2025, gesigneerd door Chicago. Blijkbaar vindt de kunstenaar zelf het verschil ook niet meer belangrijk.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next