Jutta Leerdam is vanmiddag kandidaat voor een olympische medaille op de 1.000 meter.
De Nederlandse schaatssters Femke Kok en Jutta Leerdam mogen dan twee van de favorieten zijn voor een olympische medaille op de 1.000 meter sprint deze maandag, ze beginnen wel met een handicap. Uit nog niet gepubliceerd onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen blijkt dat schaatssters die op de 1.000 meter in de binnenbocht beginnen, significant vaker een race winnen. Kok en Leerdam beginnen maandag in Milaan beiden in de buitenbocht, net als Suzanne Schulting.
Ruud Koning, bijzonder hoogleraar sporteconomie, en de Canadese schaatser Antoine Roger analyseerden meer dan negenhonderd schaatswedstrijden (sinds 2007) met een willekeurige loting wie in welke bocht begint. Zodoende zou de uitkomst fifty-fifty moeten zijn, zegt Koning tegen NRC. Maar uit het onderzoek blijkt dat in 57 procent van de wedstrijden de schaatsster die in de binnenbocht begon, er met de winst vandoor ging.
Deze ongelijkheid is nog zichtbaarder als gekeken wordt naar welke schaatssters eerdere Olympische Spelen, wereldbekers of sprintkampioenschappen wisten te winnen. In 64 procent van de gevallen was dit een schaatsster die in de binnenbocht begon, Koning: „De laatste vier Olympische Spelen won de binnenbochtschaatsster. Toeval of niet?”
Het voordeel van beginnen in de binnenbocht heeft twee redenen, zegt Koning. Een schaatsster die in de binnenbocht begint, start tussen de vijf en tien meter achter een schaatsster die in de buitenbocht begint. Koning: „Die schaatsster gaat met een hogere snelheid de eerst bocht in, wat ook in het vervolg van de wedstrijd voordeel oplevert”.
Behalve de start, zorgt ook de laatste bocht voor een verschil. De binnenbaanstarters schaatsen de laatste bocht namelijk van buiten naar binnen. Zij zien daardoor hun tegenstander voor zich, wat een psychologisch voordeel oplevert. Of de startpositie ook voor mannen uitmaakt, is niet onderzocht.
Oplossingen voor deze ongelijkheid liggen niet erg makkelijk voor handen, laat Koning weten. Het zou volgens hem weliswaar eerlijker zijn om de schaatssters aan overstaande kanten van de baan te laten beginnen, zoals bij de ploegenachtervolging. „Maar dan is het voor het publiek niet te zien wie er heeft gewonnen.”
Source: NRC