Home

Valt Nederland te gemakkelijk voor de verlokkingen van AI? ‘Haastig ondernemen lijkt de norm geworden’

Om innovatief te blijven en minder afhankelijk van de Verenigde Staten te worden, wil het nieuwe kabinet ruim baan geven aan kunstmatige intelligentie. Critici waarschuwen dat Nederland dreigt te vallen voor een lobby die vooral techondernemers ten goede komt.

schrijven voor de Volkskrant over technologie, met speciale aandacht voor de opmars van kunstmatige intelligentie.

Iedere dag weer, de afgelopen jaren, zag techondernemer Jelle Prins hoe snel de ontwikkelingen rond kunstmatige intelligentie gaan. Zelf is hij medeoprichter van Cradle, een Nederlandse start-up die AI wil inzetten om aan eiwitten te sleutelen en zo bijvoorbeeld nieuwe medicijnen te ontwikkelen. Maar Nederland, zag hij, is vrijwel volledig afhankelijk geraakt van Chinese en Amerikaanse AI-modellen. Er moest wat gebeuren.

Samen met een andere Nederlander die de Amerikaanse techwereld op zijn duimpje kent − Michiel Bakker, AI-onderzoeker bij Massachusetts Institute of Technology (MIT) en Google Deepmind − besluit hij zich er zelf maar tegenaan te gaan bemoeien. In mei 2025 verschijnt in NRC een opiniestuk: ‘Nationaal Actieplan voor AI-transitie is nu noodzakelijk.’

Het zal een invloedrijk pleidooi blijken. Vincent Karremans, demissionair minister van Economische Zaken en de nieuwe minister van Infrastructuur en Waterstaat, is erover te spreken. De VVD’er is zelf goed bekend met de techwereld: in 2011 richtte hij ook eens een techstart-up op, vacaturesite Magnet.me.

Hij ontmoet Prins en Bakker in de zomer en verzoekt ze om een AI-strategie voor Nederland te schrijven. Die komt er in november, in de vorm van het AI-Deltaplan.

Nederland, schrijven Prins, Bakker en een aantal gelijkgestemden uit de techwereld, dreigt grip te verliezen op een technologie met enorme invloed op de economie, veiligheid en democratie. Ze roepen op tot het stimuleren van de bouw van datacenters, massale investeringen in de energievoorziening en het aanpakken van ‘verouderde of onvoldoende passende regelgeving’.

Hun oproep is, bleek vorige week, in vruchtbare aarde gevallen. Niet alleen ademt het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA enthousiasme over kunstmatige intelligentie, waarin Nederland een ‘koploper’ kan worden, het plan wordt zelfs bij naam genoemd. ‘Conform het Nationaal AI-Deltaplan’, zo valt te lezen, ‘werken we onder andere aan een AI-Rekenkrachtplan, beslechten we structurele barrières in ruimte, energie en vergunningen die aanleg van digitale (AI-)infrastructuur belemmeren en versterken we AI-adoptie en -geletterdheid in Nederland.’

Inspiratiebron

De hang om grootscheeps in te zetten op AI is onderdeel van een breder gedeeld gevoel dat Nederland, net als heel Europa, achterop dreigt te raken bij de Verenigde Staten en China. Het was een van de belangrijkste waarschuwingen in het invloedrijke rapport van de Italiaanse econoom en politicus Mario Draghi, uit 2024. Op het spel staan economische irrelevantie en een nog grotere afhankelijkheid van andermans technologieën.

Dat is ook de boodschap van Peter Wenninks veelbesproken rapport over de economische toekomst van Nederland, waar Karremans eveneens opdracht toe gaf, op aandringen van vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. Volgens Wennink moet Nederland scherp kiezen voor de meest innovatieve en productieve bedrijvigheid. Anders, voorziet de voormalige bestuursvoorzitter van ASML, vertraagt de economische groei zodanig dat het huidige welvaartsniveau niet houdbaar is.

Kunstmatige intelligentie is ‘onmisbaar’ en datacenters vormen ‘een strategische basisvoorziening’, schrijft Wennink. Ook zijn rapport heeft zijn uitwerking niet gemist: in het regeerakkoord wordt het een ‘belangrijke inspiratiebron’ genoemd.

En dus spant het kabinet zich in voor de bouw van de vorig jaar al aangekondigde AI-fabriek in Noord-Nederland en datacenters die volledig in Europese handen zijn. Veelbelovende bedrijven die moeite hebben met het aantrekken van investeerders, moeten binnenkort kunnen aankloppen bij een nieuwe investeringsinstelling met 3- tot 5 miljard euro op de rekening.

Er komt een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (Nadi), dat 500 miljoen euro krijgt voor projecten die tot technologische doorbraken kunnen leiden. Techstart-ups krijgen meer subsidie en kunnen in afgebakende ruimten meer experimenteren dan de gebruikelijke regels toelaten; zogeheten regulatory sandboxes. Sowieso wil het kabinet jaarlijks honderden regels schrappen die ondernemers onnodig zouden hinderen.

Opgehemeld wondermiddel

Toch is niet iedereen te spreken over het voornemen van het kabinet om deels op het AI-Deltaplan te varen. Een brede groep experts, wetenschappers en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties schreef onder leiding van initiatiefnemer Cristina Zaga (Universiteit Twente) in december al een kritische open brief over dit plan aan de formerende partijen, meer dan zevenhonderd keer ondertekend door onder anderen een grote groep wetenschappers.

‘Op dit moment lijkt experimenteren en haastig ondernemen de norm geworden in de techindustrie, vaak verkocht onder een sluier van ‘onvermijdelijkheid’’, schrijft deze Coalitie Zorgvuldig en Zorgzaam Digitaal.

Snijden in regulering kan volgens hen ook ongelukken veroorzaken. Neem het toeslagenschandaal, schrijven ze: de Belastingdienst gebruikte zelflerende algoritmen die mensen zonder Nederlandse nationaliteit sneller als potentiële fraudeur aanwezen.

Intussen levert de grote vraag naar water en elektriciteit van kunstmatige intelligentie milieuschade op, terwijl de economische opbrengsten onzeker zijn. Het AI-Deltaplan is vooral een ‘verlanglijstje van de tech-elite’, zoals Hannes Cools, universitair docent human factor in technologies aan de Universiteit van Amsterdam, het verwoordde in een opiniestuk in de Volkskrant.

Roel Dobbe, universitair docent verantwoorde digitalisering en publieke AI (TU Delft), is een van de initiatiefnemers van de open brief en reageert verbaast dat het plan expliciet wordt genoemd in het coalitieakkoord. ‘Er zijn meer AI-plannen gemaakt, ook door bredere coalities.’

Het gevoel ‘de boot te missen’ kan leiden tot het onbezonnen schrappen van regels en uit de grond stampen van datacenters, vreest hij. ‘Het is de vraag wie daarvan gaat profiteren, behalve de partijen die de datacenters gaan bouwen. Rekenkracht voor AI wordt volgens hem gepresenteerd als economisch wondermiddel ‘terwijl hier juist heel grote economische vraagtekens bij staan’.

Dobbe ontkent niet dat Nederland rekenkracht nodig heeft. ‘Misschien is het wel goed dat er een Rekenkrachtplan komt, zoals het aanstaande kabinet voorstelt. Als er maar niet alleen wordt gekeken naar hoeveel het investeerders oplevert, maar ook wordt gezorgd dat het echt een bijdrage levert aan grote maatschappelijke problemen en de grenzen van de planeet respecteert.’

AI Impact Instituut

Het Nederlandse AI-model GPT-NL, mede ontwikkeld door kennisinstelling TNO en ICT-dienstverlener Surf, vindt hij een mooi voorbeeld van hoe het wel kan. Niet het grootste en krachtigste model, maar ontwikkeld met oog voor auteursrechten, privacy en energieverbruik.

Prins is tevreden dat zijn AI-Deltaplan zijn plek heeft gevonden en dat het nieuwe kabinet ambitie toont. Juist goed dat er maatschappelijke discussie is ontstaan na de publicatie van dit plan, zegt hij. ‘Het onderwerp verdient de diversiteit aan stemmen die er zijn. We moeten gezamenlijk nadenken over de gevolgen van AI.’

Wel mist hij in het coalitieakkoord passages over de maatschappelijke effecten van AI. Zijn plan maakt daar wel gewag van, met onder meer een pleidooi voor een Nationaal AI Impact Instituut, dat moet adviseren over de maatschappelijke, economische en veiligheidsgevolgen van AI.

‘De scepsis die veel Nederlanders voelen tegenover AI is niet irrationeel’, aldus Prins. ‘Als we hun zorgen over werk, bestaanszekerheid en het verlies van menselijkheid niet serieus nemen en burgers geen echte stem geven in hoe AI wordt ingezet, verliezen we draagvlak voor de hele transitie.’

Het kabinet schrijft er enkel over dat het de procedures voor digitale infrastructuur wil versnellen ‘zonder de veiligheid en leefomgeving te verwaarlozen’. Zo zijn veel van de innovatieplannen nog vaag, zegt Bert Colijn, hoofdeconoom Nederland van ING.

Naast het startkapitaal van het nieuwe investeringsinstituut en het Nadi, die niet meetellen in de begroting omdat de investeringen ook geld op moeten leveren, staat in de budgettaire tabel alleen 100 miljoen euro per jaar extra voor techcampussen genoteerd. Afgezet tegen het échte Deltaplan, opgesteld na de Watersnoodramp in 1953 om nieuwe waterkeringen te bouwen, is dat kinderspel, merkt Colijn met een knipoog op. Succes zal ook afhangen van maatregelen die niet onder het kopje innovatie staan genoemd, zoals het aanpakken van de stikstofproblematiek, die bedrijven hindert bij het uitbreiden en innoveren.

In één hand

Beloften over een snellere vergunningverlening en minder regels blijken vaak moeilijk waar te maken, zegt hij. ‘Al lijkt men er nu wel serieuzer mee bezig dan een paar jaar geleden. Het betekent wel dat er ook meer mis kan gaan, of dat belanghebbenden zoals omwonenden minder inspraak krijgen.’

Het aanstaande kabinet toont volgens Colijn in elk geval ambitie op gebied van innovatie en digitalisering. Dat blijkt ook uit het feit dat D66 een staatssecretaris voor Digitale Economie en Soevereiniteit zal leveren, onder de vlag van het ministerie van Economische Zaken. ‘Voor het eerst komt er iemand in het kabinet die alle digitale onderwerpen in één hand heeft’, zei D66-leider en toekomstig premier Rob Jetten er donderdag over.

De aandacht voor digitale soevereiniteit − hoe kan Nederland bijvoorbeeld zijn afhankelijkheid van Amerikaanse software verkleinen − vindt universitair docent Dobbe goed. ‘Al mag de urgentie nog wel wat omhoog.’

Hij hoopt dat de nieuwe staatssecretaris ‘een stevige bewindspersoon’ wordt met oog voor de brede maatschappelijke vraagstukken die er bij AI en digitale infrastructuur komen kijken, niet alleen de economische. ‘Niet iemand die zomaar meegaat met het verhaal dat je regels aan de kant moet zetten, maar dat je ze juist slim inzet om onze grip op de digitale wereld te vergroten.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next