Home

Nieuw, jong en verbeten: het muzikale tegengeluid op het Haagse festival Grauzone is weer helemaal van nu

De kille en boze underground uit een donkere tijd, van postpunk tot body music, klinkt op Grauzone verrassend actueel. Jehnny Beths show is de kroon op een van de meest memorabele Grauzone-dagen van de afgelopen jaren.

is redacteur popmuziek van de Volkskrant.

Kijk je alleen naar het plaatje, dan zie je op het Haagse festival Grauzone een subcultuur van vroeger, die verbeten in stand wordt gehouden. Het publiek ziet er prachtig uit, gestileerd naar de muzikale smaak die hier drie dagen op het programma staat: postpunk, gothic en strenge elektronische new- en darkwave.

Maar loop je zaterdag langs alle podia, van het podium Paard tot een nabijgelegen kerk en kroeg, dan hoor je bands die verrassend actueel zijn: nieuw, jong en jawel, óók verbeten. Het sentiment dat zij transporteren vanuit de kille jaren tachtig klinkt op Grauzone allesbehalve gedateerd. Mooi bijverschijnsel van een verder vrij bedroevende geopolitieke ontwikkeling: de rauwe en boze muziek uit een donkere tijd klinkt in onze eigen donkere tijd helemaal van nu.

Grauzone werd dertien jaar geleden opgericht om ruimte te bieden aan de tegencultuur. Maar niemand had voorzien dat het muzikale tegengeluid nu weer zo vitaal zou worden: bedankt, wereldleiders. In de kleine zaal van Paard dendert bijvoorbeeld de Engelse band The Chisel als een trein over je heen, met hard rockende punk die trouw blijft aan het oergenre. Maar The Chisel speelt een hyperaanstekelijke track als Nice to Meet You met een razende energie: ‘Gobshite fucker/ Say it to my face and tell me what you mean.’

Punk als rode draad

De aloude punk is toch weer de rode draad die door het programma loopt. De zaterdag begint in de late middag met een steengoede show van de Engelse band Ditz, die rammende noise laat uitvloeien in vele andere genres, van psychedelische rock tot zweverige gitaarindie.

Iets vergelijkbaars doet Grote Geelstaart: een erg jonge band die echt iets aan het losmaken is en zelfs over de grens wordt opgepikt. In het kleine podiumcafé Zwarte Ruiter zetten ze een overdonderende show neer. Hun maniakale mix van progrock en poëtische, Nederlandstalige punk klinkt uniek: je hoort zenuwslopende arrangementen uit het oeuvre van King Crimson, gespeeld met een ontketende en uitgeschreeuwde razernij. Mooi om te zien hoe deze band de ingewikkeldste riffs supergeconcentreerd staat te spelen, maar toch een ongecontroleerde anarchie van het podium laat knallen.

Van een andere orde is de gestileerde synthpop van het Amerikaanse trio Pixel Grip. De zangeres Rita Lukea zingt in de grote zaal van Paard met een wat omfloerste stem, soms zelfs een beetje r&b-achtig. Maar de donkere body music van haar toetsenist en drummer zet de strakke liedjes toch weer in het grimmige decor van de zwartgallige eighties.

Onvergelijkbare overtuiging

Het optreden van zangeres Jehnny Beth past ook in het Grauzone-gevoel van actuele retrospectie. Haar gevierde postpunkband Savages bestaat niet meer en op haar laatste soloalbum ventileert de Franse zangeres vooral woede, in beenharde punk die je wel wat doet verlangen naar het onderhuidse en dreigende werk van haar oude band.

Maar live is Beth een sensatie, en zingt zij het woeste nummer High Resolution Sadness met onvergelijkbare overtuiging. Haar band rockt als een gek en laat de overslaande stem van Beth dwars door je beenderen trekken. De show van Beth is een kroon op een van de meest memorabele Grauzone-dagen van de afgelopen jaren.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next