Spindoctor en kortstondig Kamerlid Bart van den Brink wordt voor het CDA vicepremier in het kabinet-Jetten. Hij transformeert naar prominent kabinetslid in het volle licht. ‘Politieke spelletjes heeft hij feilloos door. Hij luistert, maar kan ook knopen doorhakken.’
Zo onbekend als Bart van den Brink (47) is bij een breed publiek, zo bekend is hij in de Haagse binnenwereld. Achter de schermen bij het CDA doet zelfs de grap de ronde: ‘We werken allemaal voor Bart.’
De in Amersfoort geboren en woonachtige Van den Brink was de voorbije twee decennia bij het CDA achtereenvolgens medewerker, politiek adviseur en hoofd voorlichting en beleid, voordat zijn eigen politieke ambities zichtbaar werden. In 2021 stond hij op plek 22 van de kandidatenlijst, maar onder lijsttrekker Wopke Hoekstra bleef het CDA steken op vijftien zetels.
Door veel verloop werd Van den Brink in 2023 alsnog tijdelijk Kamerlid. Toen volgden de dramatische verkiezingen van november 2023, die voor het CDA eindigden op vijf zetels. Van den Brink stond inmiddels op 7, maar haalde het niet. Even dacht hij eraan iets anders te gaan doen. Afgelopen oktober lukte het wel, opnieuw vanaf plek 7, omdat de fractie groeide naar achttien zetels.
Van den Brink wordt gerekend tot de behoudende vleugel in het CDA. Nu maakt hij pardoes de reuzensprong naar vicepremier en minister van Asiel en Migratie, de portefeuille die hij ook als Kamerlid heeft. Van adviseur op de achtergrond, via een tussenstop als volksvertegenwoordiger, transformeert hij naar prominent kabinetslid in het volle licht.
Van den Brink, zeggen ze binnen het CDA, ‘heeft meters gemaakt’. Hij werkte onder vijf partijleiders: Jan Peter Balkenende, Sybrand Buma, Hugo de Jonge, Wopke Hoekstra en nu Henri Bontenbal, wiens secondant hij was bij de kabinetsformatie. Ook was hij campagneleider. Onder journalisten geldt hij vooral als altijd bereikbare spindoctor.
Auteur Pieter Gerrit Kroeger noemt Van den Brink in zijn standaardwerk Tand des tijds: Het CDA in de nieuwe eeuw (2020) ‘een allround hulpstuk’. Zelf zei Van den Brink vorige week in WNL op Zondag de omschrijving ‘duizenddingendoekje’ van het CDA ‘een compliment’ te vinden. Hij is gehuwd, heeft drie kinderen en houdt van volleybal en fietsen.
Oud-Kamerlid Ger Koopmans herinnert zich nog levendig hun eerste ontmoeting. Koopmans, nu voorzitter van boeren- en tuindersorganisatie LTO Nederland, zocht een nieuwe medewerker. We schrijven 2006. De afspraak was in een café in Roermond. Daar werkte Van den Brink in het stadhuis op de afdeling stedelijke ontwikkeling.
‘Toen hij binnenkwam, zei ik meteen: je bent aangenomen’, vertelt Koopmans. Waarom? ‘Hij werkte in Limburg, ik ben zelf een Limburger. Hij is een stapelaar, begonnen op de mavo en heeft zich opgewerkt tot bestuurskundige. Een doorzetter. En de derde reden: hij was op zijn 25ste penningmeester van een protestantse kerk in Maastricht, waar hij toen woonde. Dan zit je goed in elkaar.’
Het betekende de entree van Van den Brink in Den Haag. Lang bleef hij niet bij Koopmans, maar bevriend zijn ze altijd gebleven. ‘Hij is loyaal, aan de partij en aan mensen’, zegt Koopmans. ‘Toen hij me donderdag belde met het nieuws, kon ik alleen maar zeggen: fantastisch. Hij past helemaal in de generatie die nu door Bontenbal wordt neergezet.’
Daarmee doelt Koopmans ook op de vaardigheden die in Rob Jettens minderheidskabinet worden verlangd. Er zal permanent onderhandeld moeten worden met de oppositie om alle kabinetsplannen door beide Kamers te krijgen. ‘Ik lees dat de eis voor een ministerschap nu is: geen groot ego’, zegt Koopmans. ‘Daar voldoet Bart volledig aan.’
Na zijn jaar bij Koopmans werd Van den Brink beleidsmedewerker van de Kamerfractie. Toen Marja van Bijsterveldt, staatssecretaris van Onderwijs in het vierde kabinet-Balkenende, een nieuwe politiek assistent zocht, viel het oog op Van den Brink. De baan kwam vrij, omdat haar toenmalige adviseur Hugo de Jonge in 2008 als ambtenaar naar het ministerie vertrok.
‘Als ik naar de huidige politieke situatie kijk’, zegt Van Bijsterveldt, ‘hebben we vooral stabiliteit nodig. Die belichaamt Bart. Hij is evenwichtig, trouw, no-nonsense en doelgericht. Zeker geen zachte heelmeester, hij laat zich niet wegspelen. Politieke spelletjes heeft hij feilloos door. Hij luistert, maar kan ook knopen doorhakken.’
Van Bijsterveldt wijst erop dat de vicepremier van oudsher het smaldeel van een politieke partij in het kabinet aanvoert. Ministers en staatssecretarissen komen op donderdagavond bijeen in het zogenoemde bewindspersonenoverleg. Daar is het zaak de spreekwoordelijke kikkers in de kruiwagen te houden – bij het CDA geen vanzelfsprekendheid. ‘Ook daarom is hij een goede keuze’, zegt Van Bijsterveldt.
In Rutte I werd Van Bijsterveldt minister van Onderwijs. Van den Brink bleef bij haar. Maar het kabinet met gedoogsteun van de PVV was geen lang leven beschoren. Van den Brink werkte daarna vijf jaar als hoofd voorlichting in de Kamer. In 2017 vroeg Hugo de Jonge hem als politiek adviseur. De Jonge was in Rutte-III behalve minister van Volksgezondheid ook vicepremier, precies de rol die Van den Brink nu gaat vervullen.
De Jonge, inmiddels commissaris van de Koning in Zeeland: ‘Je doet nooit tevergeefs een beroep op Bart. Hij heeft een enorm plichtsbesef. Echt iemand om op te leunen. Wat zal helpen in zijn nieuwe rol, is dat hij een grote gunfactor heeft. Hij kent iedereen in Den Haag en kan bij veel mensen een potje breken.’
Van den Brink heeft van nabij de coronacrisis meegemaakt, de mondkapjesaffaire met Sywert van Lienden, de lastige lijsttrekkersverkiezing tussen De Jonge en Pieter Omtzigt, diens vertrek uit de partij en de crisis die daarop volgde. ‘Het CDA is door een diep dal gegaan’, beaamt De Jonge, ‘maar ik zou zeggen: niet dankzij, maar ondanks Bart van den Brink. Hij heeft de ultieme karaktertest goed doorstaan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant