Home

Opleidingsniveaus zijn als een soort informeel kastenstelsel: je ziet het niet, maar je voelt het wel

Recent ging ik met een vriendengroep naar de Vrienden van Amstel Live. Zoals verwacht, raken mensen zoals ik (van het chaotische soort) snel de weg kwijt in het metrosysteem van de hoofdstad. Gelukkig was er die dag een jeugdvriend mee en was hij ook nog eens cartografisch onderlegd.

Als een verdwaalde puppy vroeg ik hem om mij en de vriendengroep verder te leiden in het labyrint van de Amsterdamse metro. Echter, ik kreeg van hem een onverwacht antwoord. ‘Gijs, dat weet ik toch niet, ik heb maar mbo gedaan.’

Zijn opmerking is helaas exemplarisch voor wat ik al jaren meemaak in mijn klaslokaal. Al een decennium hoor ik mijn vmbo-leerlingen bijvoorbeeld zeggen dat ze de domsten van de samenleving zijn. Ook gebruiken ze hun opleidingsniveau om zich neer te leggen bij hun eigen onkunde. ‘Meneer, ik doe maar mavo.’ Velen van hen beschouwen een carrière in de politiek of het onderwijs als iets onmogelijks.

Deze kinderen beginnen hun loopbaan op de middelbare school al met een deuk in hun zelfbeeld, want een vmbo-advies voelt voor hen als straf. Een gevoel dat een logisch gevolg is van de inrichting van ons onderwijssysteem. Aan het schooladvies hangt een bepaalde status, en leerlingen worden vanaf hun 12de levensjaar al sociaal gestratificeerd. Opleidingsniveaus functioneren als een soort informeel kastenstelsel. Je ziet het niet, maar je voelt het wel. Uit een recente enquête van NOS bleek dat de helft van de 1.600 ondervraagde (v)mbo’ers het gevoel heeft dat ze als minderwaardig worden gezien.

Over de auteur

Gijs Korenblik is is docent geschiedenis en maatschappijleer. In de maand februari is hij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid. Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

De politieke koers van de afgelopen twintig jaar zorgt er nou ook niet voor dat een vmbo-advies als iets goeds wordt ervaren. Zo was het bijvoorbeeld vanaf 2005 politiek beleid om meer mensen theoretisch op te leiden (destijds nog ‘hoger’). Ook komt het vmbo-onderwijs steeds meer in dienst van de economie te staan. Algemeen vormende vakken zoals geschiedenis en aardrijkskunde worden verdrongen door de recente, meer praktijkgerichte wijzigingen in het landelijke curriculum.

De nieuwe plannen van Queeny Rajkowski (VVD) omtrent het mbo zijn het summum van de technocratische visie van de overheid. Zo wil ze dat de overheid de studiekeuze van mbo-studenten richting tekortberoepen duwt, rechtstreeks tegen het bil­dungs­ide­aal van het onderwijs in.

De tekorten in al die sectoren tonen echter ook dat het vmbo de hoeksteen van de samenleving is. In de maatschappelijke herwaardering van het vmbo-diploma, zeggen sommigen zelfs dat vmbo’ers de nieuwe elite van de samenleving zullen worden. We spreken niet meer over hoog- en laagopgeleiden, maar over praktisch en theoretisch geschoolden. Mbo’ers worden nu ook als studenten beschouwd en er zijn belangengroepen die mbo’ers trainen voor een carrière in de politiek.

Daarnaast zijn vmbo’ers zelf ook bezig met een emancipatieproces. Publieke figuren zoals Quin Blokzijl (vuilnisman en opiniemaker) en Karim Amghar (docent en columnist) roeren zich in het publieke debat en trekken alles uit kast om het imago van het vmbo op te poetsen en de kloof te dichten.

Er is, kortom, hoop aan de horizon. Maar voordat we het kastenstelsel open hebben gebroken en onze samenleving hebben geëgaliseerd, is er nog een lange weg te gaan.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next