De Noor Sander Eitrem bewees twee weken geleden al in vorm te zijn, toen hij het wereldrecord op de 5.000 meter verbrak. In Milaan schaatste hij zondag naar de winst en het grootste succes uit zijn carrière.
is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, zwemmen en tennis.
Ruim dertig jaar na de dominantie van Johann Olav Koss heeft Noorwegen weer een olympisch kampioen op de 5.000 meter. Sander Eitrem, de nieuwbakken wereldrecordhouder, schaatste zondag bij het invallen van de Italiaanse avond naar olympisch goud.
Zijn coach Bjarne Rykkje – half Nederlander, half Noors – omschreef Eitrem ooit al eens als fenomeen. Eitrem zei daarop, met een lachje: ‘Misschien. In de toekomst.’ Die toekomst is nu. Twee weken geleden verbrak Eitrem bij de wereldbekerwedstrijd in Inzell met 5.58,52 al de magische grens van 6 minuten op de 5.000 meter; een race die hij nog elke dag terugkijkt. In Milaan slaat hij na zijn finish met gebalde vuisten vier keer tegen de borst.
Eitrem is vaak ingetogen. Ooit vond hij het spannend om met de media om te gaan, interviews gaf hij liever niet. Maar zondag maakt hij op het moment dat het moet zijn favorietenrol waar. Hij is de 23-jarige jonge aanvoerder in een veld van nog jonger geweld: achter hem, maar op gepaste afstand, schaatste de pas 19-jarige Tsjech Metodej Jilek naar het zilver (6.06,48). Voor het brons barstte vanaf de deels met Italianen gevulde tribune luid gejuich los: de 21-jarige Riccardo Lorello eindigde met 6.09,22 voor het eerst in zijn leven op het mondiale podium.
Als 10-jarige ging Eitrem voor het eerst naar de ijsbaan, zo vertelde hij in 2024 tegen de Volkskrant. Met een groep kinderen uit de buurt probeerden ze elke week een andere sport, schaatsen hoorde bij die sporten. In Skreia, het dorp waar Eitrem opgroeide, lag een natuurijsbaan, waar hij het glijden op ijzers probeerde. Al vond hij het ontzettend moeilijk, toen hij zijn schaatsinstructeur in actie zag, was hij ‘op slag verliefd’. ‘De snelheid, de techniek.’
Vervolgens deed hij er twee jaar over om pootje over goed te leren. Hij was geen natuurtalent. Wel is hij ijverig, een doorzetter: de meeste schaatsraces die op YouTube staan, heeft hij wel gezien.
Dat er een nieuwe olympisch kampioen op de 5.000 meter zou komen, was al lange tijd duidelijk. De kampioen van vier jaar geleden, Nils van der Poel, is na zijn successeizoen van 2022 gestopt. Sindsdien is het schaatsen op de langste afstanden in de breedte beter geworden, en gevarieerder bovendien: tot de favorieten voor de 5.000 meter behoorden kanshebbers met verschillende nationaliteiten. Jarenlang was de afstand juist een Nederlands feestje, met Sven Kramer en Patrick Roest – al wist laatstgenoemde nooit de olympische titel te bemachtigen.
De Nederlandse schaatsequipe staat na het eerste olympische weekend nog op nul medailles. Zaterdag was het podium voor de Italiaanse Francesca Lollobrigida, de Noorse Ragne Wiklund en de Canadese Valérie Maltais. Zondag kwamen de Nederlandse mannen evenmin in de buurt van het podium.
De laatste keer dat de Nederlandse schaatsploeg geen medaille bemachtigde in het openingsweekend was in 1992, in Albertville. Destijds pakte Bart Veldkamp op de laatste schaatsdag de enige Nederlandse gouden medaille. Dat was op de 10.000 meter.
De Nederlandse deelnemers, tijdens wereldbekerwedstrijden eerder dit seizoen ver van het internationale podium verwijderd, kwamen vroeg in actie. Marcel Bosker nam het in rit 1 op tegen Gabriel Gross, in een rit waarin de Duitser vanaf de start de leiding pakte en Bosker nooit meer in zijn buurt kwam. De Nederlander eindigde met 6.17,47.
Direct na de rit van Bosker was het de beurt aan Stijn van de Bunt, de Nederlandse verrassing van het seizoen. De 21-jarige schaatser van Team IKO-X2O die, zonder internationale ervaring op het hoogste podium, eind december het olympisch kwalificatietoernooi won. Hij werd direct bestempeld tot de nieuwe Nederlandse hoop op de 5.000 meter. Zou hij zich wél tussen de sterke buitenlandse concurrentie kunnen wringen?
Maar die hoop bleek zondagmiddag al snel ijdel. Van de Bunt won weliswaar zijn rit van de Noor Sigurd Henriksen en zette met 6.12,94 de op dat moment snelste tijd op het bord, maar een rit later kelderde hij al naar plaats drie in het tussenklassement, om uiteindelijk bij zijn olympisch debuut als negende te eindigen.
Beste Nederlander werd Chris Huizinga, die direct na de dweil in actie kwam. Hij schaatste naar 6.11,58, goed voor de zevende tijd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant