Home

Hoe kom je van een uitgeputte akker tot een gezond bos? Dit Leidse lab schrijft het recept

Oude landbouwgrond omtoveren tot bossen: daar liggen enorme kansen om de biodiversiteit te vergroten. Maar een juiste mengelmoes aan microleven is cruciaal om dit plan te laten slagen. In Leiden werken ze aan de perfecte schimmelcocktail voor nieuwe bossen.

Wanneer je de klimaatkamer van het Plant Sciences-lab in Leiden binnenstapt, lijken twee werelden samen te komen. De steriel wit verlichte ruimte doet met haar stellingkasten vol babyboompjes aan alsof we ons aan boord bevinden van het ruimteschip in Stanley Kubricks film 2001: A Space Odyssey. De broeierige atmosfeer en groene geur vertellen een ander verhaal: met de ogen dicht waan je je zo in een tropisch regenwoud.

Dit is het centrum van het werk van Sofia Gomes, microbioloog en bosecoloog aan de Universiteit Leiden. De van oorsprong Portugese onderzoeker wil ontrafelen hoe bomen en microben samenwerken, en dan vooral hoe boomwortels van ondergrondse schimmelnetwerken kunnen profiteren. Haar onderzoek maakt deel uit van een Europese samenwerking van wetenschappers voor het creëren van gezonde bosbodems, het Silva Nova-project.

Gezonde bossen dragen niet alleen bij aan het levensgeluk van natuurliefhebbers, ze slurpen ook tonnen CO2 uit de lucht, vormen een schatkamer aan biodiversiteit en kunnen, mits duurzaam onderhouden, een flinke houtvoorraad voortbrengen.

Het is dan ook niet vreemd dat het Rijk en de provincies vijf jaar geleden een nationale Bossenstrategie hebben opgesteld. Het doel: in 2030 moet Nederland 37 duizend hectare bos rijker zijn, een gebied zo groot als de gemeenten Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen samen.

Netwerken van draden

Ongebruikte akkers, ooit goed voor uien, wortels of andere teelt van Hollandse bodem, lijken op het eerste oog een ideale kandidaat voor nieuwe boomaanplant. Daar is immers iets beschikbaar wat in Nederland schaars is: lege ruimte. De ultieme groeibasis voor jonge bomen is het echter niet: landbouwgrond is vaak compacter dan bosgrond, vervuild met meststoffen en pesticiden, en bevat veel meer bacteriën dan schimmels. ‘Eigenlijk is de samenstelling van oude landbouwgrond compleet het tegenovergestelde van wat bomen nodig hebben’, vertelt Gomes.

Ze trekt een jonge berk, niet veel groter dan een wijnfles, uit de kast. ‘De aarde waar deze boom in staat is vóór dit experiment langere tijd verwarmd tot 30 graden. Hier testen we of de microben, en dan vooral schimmels, die deze hitte in de grond hebben overleefd, een gunstig effect hebben op de boom om dezelfde temperatuur te weerstaan.’ Zo controleert de onderzoeker in hoeverre nieuwe bomen op deze grond zich ook kunnen aanpassen aan hete zomers.

Schimmels zijn essentieel voor gezonde bosgrond, en dan niet enkel in de vorm van een paddenstoel of zwam. Deze organismen kunnen extensieve netwerken van draden vormen onder de grond, die zich innig verweven met omliggende boomwortels. Ze wisselen broodnodige voedingsstoffen uit, beschermen de bomen tegen infecties en vormen een buffer tegen extreme omstandigheden zoals droogte, hitte en kou.

Zulke stresssituaties zijn te doorstaan voor een boom, maar de overlevingskans en groeisnelheid zijn verre van optimaal, stelt de wetenschapper. Samen met haar onderzoeksteam werkt zij aan een recept voor een gezonde bosbodem – een praktisch stappenplan dat aangeeft welke ‘ingrediënten’ op welk sleutelmoment in het bebossen van oude akkers moeten worden toegevoegd.

Stap 1: kweek van jonge boompjes

In boomkwekerijen worden rijen miniboompjes met tientallen tegelijk grootgebracht tot deze groot genoeg zijn om elders te worden geplant. Het uitgelezen moment om deze kinderlijke flora al van een gezonde bodem te voorzien, aldus Gomes. Door vanaf dag één het boompje met de juiste schimmels te laten opgroeien, kunnen zij een symbiose aangaan – een natuurlijk samenwerkingspact. De draderige compagnon kan bij het herplanten van de boom meeliften in de kluit, om het teamwerk vervolgens voort te zetten op de voormalige akkergrond.

Stap 2: de bomen gaan de grond in

Dan is het tijd voor het grootste traumamoment in het leven van de jonge boom: het planten op de oude landbouwgrond. Weinig beschutting, een hoge zuurgraad, een overschot aan stikstof; het is een kleine greep uit de erbarmelijke omstandigheden die hem te wachten staan.

Hoe de boom, dan nog niet groter dan een stok in de grond, in deze zware tijden kan worden bijgestaan, testen Silva Nova-collega’s van Gomes op een dorre akker net ten noorden van Kopenhagen. Op het oude stuk landbouwgrond ter grootte van zeven voetbalvelden plantten de Denen afgelopen voorjaar in een groot experiment wel vijftienduizend bomen.

Voordat de bomen de grond in gingen, schepten zij in een deel van de plantgaten aarde afkomstig uit natuurlijke bossen, in de hoop op die manier gezonde schimmels te introduceren. De komende jaren zullen zij in dit openluchtlaboratorium nauwgezet bijhouden hoe de bomen ervoor staan.

Toekomstbestendig is deze tactiek niet. Door bestaande bossen van hun bodem te ontvreemden, doe je afbreuk aan de gezondheid van deze stukken natuur. Daarom brengt Gomes in kaart welke schimmels er allemaal te vinden zijn in Nederlandse bossen, welke de gunstigste eigenschappen bezitten voor een samenwerking met bomen op boerenland en welke ervoor zorgen dat de bomen zich aanpassen aan stress.

Die schimmels kweekt ze in groten getale in haar microbiologisch lab, dat bezaaid ligt met honderden petrischaaltjes gevuld met kleurrijke, slijmerige en pluizige microben. Die zouden in de toekomst dan rechtstreeks vanuit het laboratorium de nieuwe bosgrond in kunnen. ‘Nu is het alleen nog zoeken naar de juiste mix aan schimmels die samen zorgen voor een gezondere bosbodem.’

Stap 3: de strijd der overlevers

Na het planten is het aan de boom of deze overleeft of niet. Bas Lerink (Wageningen Universiteit) herkent het beeld dat op oude akkers gepote bomen vaak problemen ervaren in hun eerste jaren. Volgens de bosonderzoeker is het gebruikelijk dat van vijfduizend geplante bomen op een hectare landbouwgrond er slechts tweehonderd het zullen halen als volwassen exemplaar – de rest, 96 procent, sterft af. ‘Maar de overlevers doen het best goed na enkele decennia.’

Gomes hoopt dat haar onderzoek bijdraagt aan minder sterfte van jonge bomen. ‘Al die dode bomen zijn ook gewoon zonde van het geld.’

Stap 4: het bladerdak sluit

De volgende fase van het jonge bos dient zich na tien tot twintig jaar pas weer aan; de bomen, nu zo’n 5 meter hoog, tikken elkaar voor het eerst in hun leven aan met hun bovenste takken en het sluitende bladerdak hult het bos in een permanente schaduw. Een koel en vochtig microklimaat ontstaat tussen de bomen, ideaal voor bosplanten en kleine kruipers.

Maar zonder omliggende natuur weten zulke bosbewoners slecht de weg te vinden naar de nieuwe wildernis. ‘We zien een stuk minder bodembiodiversiteit in bossen die zijn geplant op oude landbouwgrond. Door in deze fase bodem uit andere bossen, gevuld met kleine organismen zoals insecten, over te hevelen, proberen we de vorming van een biodivers bos te versnellen’, zegt Gomes.

Stap 5: een volwassen bos

We maken weer een sprong van enkele decennia vooruit in de tijd. Het bos is volwassen, de bomen volgroeid, het bladerdak beslaat nu meerdere lagen de hoogte in. Waar vroeger bieten werden geteeld, heeft de natuur het weer voor het zeggen. Toch kan zelfs in dit stadium de nalatenschap van het boerenland nog voelbaar zijn. ‘Zelfs bij geplante bossen van tientallen jaren oud zie je dat het microleven in de bodem nog het meest lijkt op dat van een akker. De vraag is dus of zo’n bos ooit zo biodivers kan worden als een natuurlijk woud wanneer je als mens niet ingrijpt, of dat het een compleet nieuw ecosysteem zal worden.’

De berken in de kast van Gomes zullen binnenkort grondig worden onderzocht in haar lab. Ze meet alle eigenschappen van het genetisch materiaal van zowel boom als schimmel en onderzoekt zo of de bomen beter aangepast zijn tegen stress als ze de juiste schimmels toegediend krijgen. Na de metingen verdwijnen de partners in de groenbak. Een klein offer voor de volgende generatie die wél mag uitgroeien tot Nederlands bos.

155 miljoen bomen en struiken erbij in Nederland, gaat dat lukken?

In de Europese Green Deal van 2021 sprak de EU de ambitie uit om voor 2030 drie miljard extra bomen bij te planten. Nederland beloofde 155 miljoen bomen en struiken voor zijn rekening te nemen – goed voor 37 duizend hectare nieuw bos.

Uit een rondvraag van RTL Nieuws onder provincies blijkt daarentegen dat het nog niet echt wil vlotten met deze nationale Bossenstrategie; in de eerste helft van de door henzelf opgelegde termijn bereikten de provinciale overheden gezamenlijk nog geen 10 procent van het beoogde doel.

‘De financiën om nieuwe bossen te realiseren zijn met het afgelopen kabinet de prullenbak in verdwenen’, stelt Bas Lerink, bosonderzoeker aan de Wageningen Universiteit en leider van de achtste Nederlandse Bosinventarisatie, een groot nationaal meetonderzoek naar hoe de bossen ervoor staan. Ook spreekt hij van een ‘waanzinnige competitie om landgebruik’.

Waar Nederland zo snel nieuwbakken bossen vandaan moet toveren? De wetenschapper oppert het combineren van landgebruik, zoals boslandbouw: boerenland waar de kippen en koeien gewoon tussen de bomen door lopen. Ook voedselbossen, natuurlijk aandoende ecosystemen van vruchtdragende bomen en andere planten, vormen een mogelijkheid. ‘Maar puur natuurlijk bos is lastig van de grond te krijgen in dit land.’

Ook het bebossen van oude akkers is een vruchtbare optie volgens Lerink, maar hij benadrukt dat dit soort gebieden schaars zijn in Nederland. ‘Echt verlaten landbouwgrond vind je vooral in Oost-Europa. Uiteindelijk is ons land gewoon niet heel erg bebost, dus we kunnen niet verwachten dat we nu een groot deel van de kar gaan trekken. Maar we moeten wel naar verhouding ons steentje bijdragen en dan is die 37 duizend hectare een heel mooi en ook realistisch plan.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next