is schrijver van ‘autobiografische non-fictie’.
Je móét kiezen, zei ik tegen mezelf, terwijl ik naar affiches met culturele evenementen keek aan de muur van het café waar ik koffie dronk. Zo’n gedwongen keuze maken is een tijdverdrijf. Ik deed het weleens met een vriendin als we langs een schoenwinkel liepen waar alleen spuuglelijke schoenen werden verkocht. Je kunt het ook toepassen op mensen: dan móét je er eentje uitkiezen om mee te tongzoenen – alleen denkbeeldig natuurlijk, want anders is het opdringerig en mogelijk strafbaar.
Die schoenen zou ik natuurlijk nooit echt kopen, want lelijke schoenen kunnen je reputatie verpesten, terwijl je van het bezoeken van een toneelstuk of een tentoonstelling altijd een klein beetje beter wordt. Je hebt daarna in elk geval iets te vertellen. Op de affiches stonden een paar voorstellingen die al niet meer te zien waren, en er waren opvallend veel klassieke muziekstukken (die vielen af wegens mijn afkeer van violen en cello’s). Dus bleef ik hangen bij een aankondiging van een tentoonstelling van surrealistische kunst in Museum Arnhem. Ik ben geen liefhebber van surrealisme, maar ik móést iets kiezen.
Arnhem vind ik een interessante stad, uitbundig maar toch elegant. Om te voorkomen dat ik in een toeristenval terecht zou komen, had ik in de trein al een lunchtentje uitgezocht waar ik me door Google Maps naartoe liet leiden. Het was er druk en gezellig, de koffie was heerlijk en mijn broodje smaakte goed. Ik weet niet hoe dat met jou is, maar ik ben zelf altijd vijftig procent gelukkiger na een lekker broodje.
Waar ik helaas niet op had gelet, was de afstand tussen het lunchtentje en het museum: bijna een half uur lopen. Helaas had ik voor deze excursie niet mijn sportschoenen aangetrokken, maar iets beschaafder ogende laarzen. Het Arnhem Museum bleek op een heuvel te liggen. Dat was niet gunstig voor mijn benen, maar wel voor het uitzicht. Vreemd genoeg was het op de dag van mijn uitje opeens stralend weer en ik verheugde me al op de koffie verkeerd die ik later in de uitspanning zou drinken, uitkijkend over die leuke beeldentuin en de Nederrijn in de verte.
‘Ik heb een Museumkaart’, zei ik trots tegen de baliemedewerkers, want dit was de eerste die ik ooit aanschafte. Bovendien had ik hem pas vier dagen. Eigenlijk heb ik te veel bindingsangst voor abonnementen, maar dit is in ieder geval een die niet automatisch doorloopt.
Ik bleek nog steeds niet van surrealistische kunst te houden, hoewel er heus ook een paar aardige werken tussen hingen. Gelukkig was er ook een aangenaam chaotische tentoonstelling van een vrouwelijke kunstenaar en een indrukwekkende vaste collectie.
De laarzen die ik droeg bleken een holle hak te hebben waardoor mijn voetstappen een ongewoon hard geluid maakten. Kloppedieklop, echode het door het museum.
Als je me niet zag, maar wel kon horen, zou je kunnen denken dat ik door de zaal liep op een paard in plaats van op mijn eigen voeten. Mensen keken verbaasd om. Niemand zei iets, maar het leek me wel zo beleefd om te proberen minder geluid te maken. Dus begon ik mijn voeten neer te zetten alsof ik net was geland op de maan. Van alle bezoekers was ik de meest surrealistische.
Ik had het toch weer voor elkaar gekregen iets volkomen normaals ongemakkelijk te maken. Ze zouden die Museumkaarten beter alleen kunnen verkopen aan mensen die zich normaal weten te gedragen in een museum.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant