De wetenschapsredactie buigt zich over de vraagstukken die lezers bezighouden. Deze week: waarom klinken telefoongesprekken nog altijd zoveel slechter dan bijvoorbeeld de audio van een podcast?
Luisteraars van Ondertussen in de kosmos, de wekelijkse wetenschapspodcast van de Volkskrant, kunnen het bevestigen: zo’n in de studio opgenomen gesprek klinkt een stuk helderder dan het gemiddelde telefoontje. Maar ook communicatieradio’s bij de Formule 1 en Tour de France, goed voor het contact tussen wielrenners of coureurs en hun team, klinken vaak nog alsof de microfoon wordt bewerkt met een kaasrasp. Bas Holtkamp, zelf podcastmaker, vraagt zich dan ook af: ‘Waarom klinkt dat vandaag de dag nog steeds alsof het de eerste telefoongesprekken van Graham Bell zijn?’
‘Technisch zou je het zo mooi kunnen maken als je hebben wilt’, zegt Ronald Aarts van de TU Eindhoven. Hij is expert op het gebied van de verwerking van geluidssignalen en was tevens een van de grondleggers van de cd bij Philips. ‘Nu is alles digitaal, maar telefonie begon als een puur analoge technologie.’ Om het huidige telefoonnetwerk beter te laten aansluiten op het systeem dat er al was, maakt het nog vaak gebruik van oudere technologieën.
Bijvoorbeeld: niet elk geluidje dat de microfoon oppikt, wordt omgezet in een signaal. Tijdens bellen met de vaste telefoon worden frequenties onder de 300 Hertz en boven de 3.400 hertz nog altijd weggefilterd. Deze smalle bandbreedte is in principe genoeg om het hele bereik van een menselijke stem op te pikken en zorgt ervoor dat er geen energie wordt verspild aan het verzenden van onnodig bijgeluid.
Toch zijn er hoge en lage stemgeluidjes die buiten dit spectrum vallen en dus worden weggeknipt in het gesprek. Hierdoor klinkt een telefoongesprek toch nét anders dan een praatje onder vier ogen en krijgt het de bekende ‘blikkerige’ kwaliteit.
Mobiele telefonie maakt gebruik van een veel bredere spraakband, van zo’n 50 tot soms wel 16.000 hertz, die verloopt via 4G- en 5G-netwerken. ‘Maar een echt groot verschil maakt dat niet.’
De hoogleraar noemt ook nog een tweede, misschien wel belangrijkere reden voor de slechte geluidskwaliteit. ‘Akoestiek speelt een grote rol in de verstaanbaarheid van een gesprek.’ De afstand van de spreker tot de microfoon, storing door omgevingsgeluid, nagalm van de ruimte; het speelt allemaal mee. ‘Er is een reden dat de microfoons in een opnamestudio vaak als heilig worden verklaard.’
De ronkende racewagen van Max Verstappen of de weg vol joelend publiek langs de Tour vormen een nogal andere omgeving dan een geluidsdichte studio. Dat de telecommunicatie met deze sporters dan ook niet kraakhelder klinkt, is niet opzienbarend. ‘En het is ook een beetje show natuurlijk. Stel je voor dat de F1-coureurs helemaal hifi zouden klinken, dat zou raar zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant