Home

Mijn musicalboek verdween in een la. Tot nu.

In de zomer van 2007 reisde ik van het noorden naar het zuiden van Italië voor een serie columns in deze krant, samen met Gianluca, de Italiaanse jongen die ik in New York had ontmoet. We waren jong, verliefd en gelukkig; het leek alsof niets onmogelijk was. Op het station van Milaan kochten we een wonderamulet van de katholieke heilige Padre Pio. ‘Degene die dit amulet met vertrouwen bij zich draagt, overkomt grote wonderen,’ stond erop. We besloten te doen alsof we dat geloofden.

We vernietigden ons reisplan en gaven ons over aan het toeval. Wanneer we een volgende bestemming moesten kiezen, vroegen we een voorbijganger om advies of stapten in de eerste bus of trein die vertrok. Zo belandden we na een paar weken op de top van een heilige berg in Puglia, waar volgens de overlevering de aartsengel Michaël zich in de vijfde eeuw meerdere keren had geopenbaard.

Ik keek uit over de vallei en probeerde te begrijpen hoe ik in een column kon overbrengen hoe vreemd het was om hier te staan, na alles wat er tot dan toe was gebeurd. Dit vroeg niet om woorden, maar om kleur en muziek — om dingen die zich slecht laten vangen op papier, dacht ik. Die nacht had ik een vreemde droom.

Terug in Nederland belde ik mijn beste vrienden, mijn opa en oma, mijn tantes, nichtjes en neefjes, mijn moeder en mijn hond. We bouwden een fotostudio in een kraakpand en maakten in de twee maanden daarna wat ik in die droom boven op de Italiaanse berg had gezien: een soort fotoroman waarin al mijn geliefden zichzelf speelden en om de zoveel bladzijden spontaan begonnen te dansen op mijn favoriete muziek. Een musical, maar dan over mijn leven, op papier.

De Italiaanse uitgever van mijn favoriete kinderboekenschrijver Bruno Munari wilde het boek publiceren. Maar door gedoe over muziekrechten – het boek moest vergezeld gaan van een cd – belandde het uiteindelijk onuitgegeven in een laatje. Toen ik een paar jaar later voor een ander boek een contract tekende bij De Bezige Bij, adviseerde mijn toenmalige redacteur me om me vanaf nu te concentreren op een serieuze literaire carrière en het muscialboek in een laatje te laten. Daar is het gebleven. Tot nu.

Dit nummer voelde als het juiste moment om het tevoorschijn te halen. Het gaat over musicals, en bovendien neem ik met deze column voorlopig afscheid. Niet definitief, wel voor even. De afgelopen zes jaar schreef ik hier over mijn Groningse opa in de laatste fase van zijn leven, over het balkontuintje dat ik na zijn dood uit zijn en oma’s naam begon, en over de bijzondere mensen die ik overal ter wereld ontmoette. Het is tijd voor een kleine pauze. Ik heb een nieuwe droom gehad en wil me daar de komende maanden in alle rust aan wijden.

Als dank voor al uw liefde en aandacht: hier mijn opa en oma, die zo’n grote invloed hadden op alles wat ik u hier de afgelopen zes jaar vertelde, al dansend hun entree makend in de musical over mijn leven. Ze giebelden die middag in de fotostudio. Ze vonden me veel te romantisch. Maar stiekem genoten ze ervan, even te doen alsof hun leven een wonder was. En dat was het punt natuurlijk: terwijl ze deden alsof, werd het werkelijkheid.

Tot over een tijdje, lieve lezers. Wees lief voor elkaar. En vergeet niet te dansen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next