Lezersbrieven U schreef ons over Emma Bruns’ afscheid van de chirurgie, Microsoft en dierenbesluitvorming.
Emma Bruns geeft in haar opiniebijdrage (30/1) een bijsluiter voor het worden van chirurg. Heeft u de bijsluiter voor paracetamol weleens gelezen? Of een ander willekeurig medicijn dat succesvol is in het bestrijden van de symptomen waarvoor het bedoeld is? Vergis je niet: er zijn altijd wel bijwerkingen te benoemen en gelukkig treden ze maar in een klein percentage op. Het overgrote deel heeft flink veel baat bij de medicijnen met enge bijsluiters.
Het klopt dat er (nog) geen bijsluiter was voor de opleiding tot chirurg, maar behoeft alles in het leven kleine waarschuwingslettertjes? Voor zover ik weet zijn er ook geen bijsluiters voor de weg naar partner worden bij een advocaten- of consultancybureau, de weg naar ambassadeur, de weg naar ceo, cfo of welke bestuurlijke afkorting dan ook. Op de weg daarnaartoe zullen ook best wat bijwerkingen zijn.
Ik geniet van mijn werk als oncologisch chirurg en ik zie het als een groot voorrecht om patiënten te mogen helpen. Ik hanteer niet alleen het mes, maar spreek vooral veel patiënten, stel diagnoses en leg het ze uit, neem ze mee in de verschillende behandelopties en probeer samen vast te stellen wat het beste bij de patiënt past.
Het ene moment vertel ik een jonge vrouw dat ze borstkanker heeft en neem ik haar en haar naasten mee in de behandelopties, het volgende moment leg ik als algemeen chirurg uit waarom iemand zo veel pijn heeft bij het poepen en hoe we dat kunnen oplossen. Beiden zijn vaak dankbaar voor de uitleg van context en voor oplossingen.
En als chirurg hoef je echt niet alleen in het ziekenhuis te werken. Je kunt ook een bekend medisch tijdschrift runnen (zoals ik doe), je kunt in besturen plaatsnemen of je eigen kliniek beginnen.
Ik ben ook warm pleitbezorger voor de flexibele artsencarrière: dat je na een X-aantal jaar weer eens een nieuw onderdeel van het artsenvak aanboort. De huisartspraktijk, de bedrijfs- of verzekeringsgeneeskunde, het verpleeghuis: waarom niet een nieuwe uitdaging zoeken met alle kennis en ervaring die je hebt. Ik ben voor begeleiding op maat en een persoonlijk opleidingsplan, zodat het vak als arts uitdagend en sprankelend blijft.
Laten we waken voor teleurstellingen van gedroomde artsencarrières als in Grey’s Anatomy, The Pitt of The Good Doctor. ‘Bezint eer ge begint’ is goed, maar werp geen hoge drempels of zelfs muren op. Het is en blijft een absoluut voorrecht om te mogen zorgen voor anderen, naast ze te staan, ze te helpen waar mogelijk. Maar daarbij betaal je een prijs, zoals diensten, lange dagen en angst voor complicaties. De cultuur waarin we moeten werken is vaak verzuurd, dat kan ik niet ontkennen. Maar die cultuur begint ook bij onszelf. Echt luisteren naar elkaar, oog hebben voor verdriet of verdrukking, opkomen voor elkaar, minder snel of soms zelfs niet oordelen (wat diametraal staat tegenover wat je als chirurg geleerd hebt) en het gesprek aangaan. Wat heb je nodig? Waar liggen kansen en waar grenzen? Of om gewoon maar eens simpel te beginnen: hoe is het met jou?
Als ik later als oudje terugkijk op mijn carrière, zal ik me menig dankbare patiënten herinneren voor wie ik het verschil heb gemaakt. Ondanks de mindere kanten, en de bijwerkingen. Die vergeet je gauw als het resultaat zo mooi is.
Susanne van der Velde oncologisch chirurg en hoofdredacteur Medisch Contact
Met enige verbazing en vooral ontluisterend gevoel las ik het opiniestuk van Emma Bruns afgelopen zaterdag, waarin zij haar persoonlijke keuze om te stoppen met haar werk als jonge chirurg, net klaar met de opleiding, op een haast ostentatieve manier met de wereld wil delen.
De genoemde pessimistische bijsluiter van het medische vak herken ik, als medisch specialist in een ziekenhuis, helemaal niet. De opsomming van negatieve statistieken, financiële aspecten en gezeur over lastige patiënten laat zien dat deze ex-collega de essentie van de geneeskunst jammer genoeg volledig heeft gemist in de „twintig jaar studie, promotie, opleiding en vooral vele uren in het ziekenhuis”.
Het hele stuk ademt een volledig zelfgerichte, en daardoor gefrustreerde denkwijze, waardoor werken in een ziekenhuis inderdaad als een computerspel kan aanvoelen, en dat vind ik erg jammer.
Ik zal hier niet alle geweldige, unieke en dankbare aspecten van mijn vak opsommen, maar wil wel als zorgverlener mijn stem laten horen. De waarde van ons werk bepalen we samen als zorgverleners en patiënten, en daarvoor zijn we bereid om in sommige gevallen onszelf opzij te zetten en gezamenlijk uitdagingen aan te gaan. Goede zorg is een complex en vooral heel persoonlijk begrip, waarvan de protocollaire aspecten maar een zeer klein onderdeel zijn.
‘Succes’ of ‘mislukking’ zijn niet de geschikte termen om medische zorg mee te evalueren. Verbeteren, verlichten, meeleven en in sommige gevallen genezen komen veel dichter bij wat geneeskunde is.
Carmen Horjus MDL-arts, Arnhem
Boven het artikel van Emma Bruns staat niet „J’accuse!”, maar zo leest het wel. Ik kan me niet in een patiënt verplaatsen om te beoordelen of zij een goede chirurg geweest zou zijn – gebrek aan vakkennis.
Als lezer kan ik wel een oordeel geven: ik denk dat ze een heel goede zou zijn geweest. Waarom? Omdat zij afgelopen jaren in al haar artikelen in NRC uitblonk in het benoemen van een aspect van het medische beroep dat vaak onderbelicht blijft: het belang van empathie. Laten we wel wezen, de gemiddelde patiënt weet van toeten noch blazen als het erop aankomt of, zoals Emma Bruns zegt: informatie is niet hetzelfde als kennis. Het is prettig als er dan een professional tegenover je zit die een begripvolle gesprekspartner is.
In haar opinieartikel pleit zij voor „duidelijke en dappere keuzes maken”. Als ik het mag zeggen, in een wereld die op de schop moet – zie de zorgplannen van de komende regering: laat haar kennis, ervaring en inzicht niet verloren gaan.
Jules Bos Tilburg
Microsoft is een onderneming die onder Amerikaanse wetgeving valt en dat strookt onvoldoende met Europese wetgeving en wensen. De ontwikkeling van een Europees alternatief is daarom hard nodig maar helaas nog ver weg, schrijft Florian Witsenburg in zijn artikel (30/1). In deze kwestie laveer ik als niet-deskundige op het gebied van IT en wetgeving en als intensief Microsoftgebruiker tussen cynisme en dagdromen. Ben ik inderdaad cynisch als ik zeg dat we met Linux een serieus alternatief hadden en hebben maar dat het blíjkbaar niet lukt om er structureel voor te kiezen als overheid, bedrijfsleven en burgers – al is het maar als back-upsysteem?
Als hier niet voor wordt gekozen, is het dan niet verstandig om als niet-Amerikaanse gebruikers onze consumentenmacht in te zetten om Amerikaanse producten ook aan onze eisen te laten voldoen? Microsoft in de wurggreep van Europa, dankzij een grootschalige consumentenstaking of andere drukmiddelen. Met als doel de ontwikkeling van Europese Microsoftproducten die wél aan onze eisen voldoen.
Deskundigen zoals Florian Witsenburg doen wat ze kunnen, maar het is niet genoeg. Met als resultaat dat Europese overheden, bedrijven en consumenten zoals ik nonchalant en ondeskundig achter Microsoft aan blijven lopen. Als dit zo blijft, krijgen we wat we verdienen: producten die onvoldoende voldoen aan onze eigen wetgeving en wensen. Ik pleit ervoor het één te doen en het andere niet te laten: alles op alles zetten om een Europese versie van MS-producten af te dwingen, en tegelijkertijd alternatieven als Linux te implementeren.
Mirjam van Strij de Regt Rotterdam
Europa uit de wurggreep van Big Tech: het kan, stond in de zaterdagkrant. Goed dat de laatste tijd steeds meer zorgen worden geuit over de afhankelijkheid van de grote techbedrijven en de mogelijke gevolgen – en dat eindelijk wordt benadrukt dat er wél alternatieven zijn. Wat echter opvalt is dat de discussie veelal over overheid, bedrijven en vervolgonderwijs gaat. Een belangrijke sector blijft onderbelicht: het lager en voortgezet onderwijs.
Veel scholen gebruiken naar hartenlust de diensten van aanbieders als Google en Microsoft. Zoals vaker geschreven, is dit niet alleen om privacyredenen zorgelijk. Ook andere publieke waarden komen in het geding als dergelijke bedrijven een onontkoombare invloed hebben op het onderwijs. De risico’s zijn inmiddels duidelijk: profilering en targetingmogelijkheden, gedragsvoorspelling, gedragsbeïnvloeding en vendor lock-in. En dat terwijl het minderjarigen betreft. Maar als het gaat om de bescherming van kinderen, is de aandacht vooral gericht op sociale media en smartphonegebruik. Ondertussen worden kinderen nu opgeleid tot kritiekloos klikkende cloudconsumenten, met vergroting van ongewenste afhankelijkheid tot gevolg. Wat je op school krijgt aangeleerd, zul je immers ook thuis gaan gebruiken. Maar buiten school zijn de zwaarbevochte waarborgen met één klik weggegeven.
Met de huidige geopolitieke onrust is het des te belangrijker dat kinderen echt digitaal vaardig worden in een veilige digitale schoolomgeving. En ja, ook in het onderwijs zijn er verschillende mogelijkheden om over te stappen op ethische alternatieven.
Geert-Jan Meewisse en Maaike Rive Coalitie Eerlijk Digitaal Onderwijs (cedo)
Het artikel van Rens Bod (30/1) toont dat we kunnen leren van besluitvorming door dieren, onder andere van honingbijen. De quorum sensing door honingbijen toont ons echter nog een extra dimensie: niet alleen de ‘eigen’ mening van iedereen telt, maar de geïnformeerde mening van een beperkte deskundige groep uit het volk. De verkenning, en de discussie over de ontdekkingen (van een holte om te gaan bewonen) worden gevoerd door deze kleine groep verkenners (een paar honderd bijen op een zwermend volk van 10.000 bijen), en ook alleen zíj nemen het besluit. Het vormen van een eigen mening door alle 10.000 zou veel te veel tijd en (letterlijk) te veel energie kosten. De 10.000 bijen volgen het besluit van de twee- tot driehonderd deskundigen.
Onze pogingen met burgerberaden lijken nog het meest in deze richting te komen, mits hun adviezen zouden worden opgevolgd.
Tjeerd Blacquière bioloog & bijenhouder, Aalsmeer
Van de egalitaire besluitvorming van bijen zouden we kunnen leren hoe we zelf (weer) democratisch kunnen worden, betoogde Rens Bod. In een democratie worden beslissingen echter niet door het volk genomen, maar kiest het volk een leider of regering die de beslissingen neemt en ter verantwoording kan worden geroepen.
Daar is een dwingende reden voor. De afgelopen tienduizend jaar zijn er duizenden oorlogen gevoerd waarbij alle staten die zich niet goed konden verdedigen (of zich bij grote staten aansloten) van de kaart zijn geveegd. De winnaars hadden doorgaans betere wapens en grotere legers, maar ze hadden ook centrale besluitvorming. Dat is cruciaal als het op snelheid aankomt. Dieren stemmen onderling af met simpele signalen waardoor ze het redelijk snel eens kunnen worden, maar mensen gebruiken taal, waardoor consensusvorming eindeloos kan duren. Als democratieën in een ecosysteem van autocratieën een kans willen maken, dan moeten belangrijke beslissingen over verdediging snel worden genomen. Als daarvoor het volk zou moeten worden geraadpleegd dan worden trage democratieën door snelle autocratieën vermorzeld, mooie intenties ten spijt.
Verder stelt Bod dat democratie bij mensen (versus bijen) afhangt van ons vermogen om reflexief te denken: „Zonder die reflexiviteit zou menselijke democratie niet mogelijk zijn.” Dit is het intelligent-ontwerpargument uit de evolutieleer, gestoken in een nieuw jasje. Het berust op de aanname dat complexe verschijnselen wel intelligent (en reflexief) bedacht moeten zijn, maar dat is onjuist. Een portie toeval, schuivende machtsverhoudingen en de selectiedruk van oorlogen zijn voldoende om op de lange duur af en toe democratieën te laten ontstaan, ook met weinig reflectie.
Jeroen Bruggeman Amsterdam
Kom op, Peter Kuipers Munneke (29/01), kijk eerst eens over je eigen horizon heen, kijk eens over de rand van je bubbel van hoogopgeleiden en mensen die het gemaakt hebben.
Als je betoog in de column alleen betrekking zou hebben op de kantine van het ziekenhuis, zou ik een heel eind meegaan. Maar dan nog: dwang is een slecht middel om een verandering van gewoonten te bewerkstelligen. Daarin heb je de hulp van een psycholoog en een reclamedeskundige nodig.
De kerntaak van een ziekenhuis is mensen beter maken. Mensen die daar al ver buiten hun comfortzone zitten. Het is gebleken dat goed eten helpt bij de genezing. Denk je nou echt dat mensen, toch al gestrest, in een week onder dwang vegetarisch eten leren waarderen en die gewoonte dan mee naar huis nemen? Eerder zullen ze het associëren met die moeilijke tijd in het ziekenhuis en er actief een hekel aan krijgen. Aan vegetarisch eten én aan die betweters die hun dat door de strot wilden duwen. Nou, dan vragen ze mooi aan het bezoek of dat een paar frikandellen voor ze meebrengt. En dan stemmen ze PVV – niet ergens vóór, maar overal tegen.
Voor de duidelijkheid: ik ben een hoogopgeleide flexitariër en ik eet hoogstens 170 gram onbewerkt rood vlees per week.
Je hebt hier niet alleen met cijfertjes te maken maar met mensen.
Duifje Hoekstra-Eijkelboom Voorthuizen
Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren
Source: NRC