Nieuwe muziek De wind van de revolutie waait nog harder op het vurige tweede album van de act IJsland. Op het derde album van Wies (‘AH!’) zijn verheugende ontwikkelingen te horen. Verder: vibrafonist Joel Ross, saxofonist Mete Erker en een portretplaat van Klaas de Vries.
IJsland
IJsland 2
IJsland, de act van Yousef ‘Sef’ Gnaoui, Abel van Gijlswijk, voorman van punkband Hang Youth, en de Antwerpse producer Faisal Chatar, is terug met deel twee. IJsland 2 is nogal een ervaring: het is lang, schreeuwerig en arrogant, en geen enkel nummer bij voorbaat een hit. Maar dat is natuurlijk de bedoeling, want het is, net als deel 1 uit 2024, een stormachtig pamflet over het lijden van de wereld. Dat lijden is alleen maar toegenomen, dus is de woede nog bozer, en waait de wind van de revolutie nog harder: van de media tot AI en van hypotheken tot de rijken en de politiek, alles en iedereen krijgt ervanlangs.
Maar waar dat op IJsland 1 nog wat performatief overkwam, zijn de teksten dit keer beter omdat ze veel meer durven. Schelden met kanker, vooral. En matcha latte rijmen met mashallah. Maar het belangrijkste: de muziek is bozer, en dus beter.
Al begint het lastig, met ‘Hete take’, op een gure draaiorgelbeat. Dat is geen hot take maar gewoon, de take die ze al jaren hebben: „Breek het af / het systeem / nu meteen”. Al schuurt de tweede helft van de track als een metalen bouwhek dat over beton heen wordt getrokken, het nummer erna is ook niets nieuws, ‘Tijdsgeest’: „We gaan achteruit / en we gaan vooruit.”
Goed dus dat ze daarna zowel het muzikale als het tekstuele gaspedaal intrappen: ‘Don’t believe de krant’, naar Public Enemy, is een soort jaren nul beukende hyperpop, en hetzelfde liedje, maar keihard.
‘Oppbots’, vol G-funk east-coast stuitersynths, gaat over in bubbling, alvorens te verzanden in een eurotrance-achtige verhandeling over AI. Helaas, we vechten niet meer tegen draken maar tegen manipulerende bots: „Voordat je in de comments gaat, pas je op dat je niet praat met een bot van de Mossad?” Hoogtepunt is ‘Kaasblok’, een soort Oost-Europese drinking song met een kermis-beat, over een trouwfeest in het buurthuis, met blokken kaas en wat speed. Over de gekte van het leven dat we als normaal beschouwen, het absurdisme, de hypocrisie.
Maar dat de wind van de revolutie ook kan schuren, blijkt op ‘Vivienne’. Daar proberen ze hun voorkeur voor mooie kleding en spullen te versmelten met de rebellie. „Heeft de revolutie geen swag? / Mij niet bellen!” Of dat inderdaad te verenigen is, Prada met anarchisme, Margiela met communisme, Westwood met anti-kapitalisme, lijkt me niet. Kritiek is tegenwoordig toch vooral entertainment, wist popfilosoof Mark Fisher in Kapitalistisch Realisme (2009) al.
Maar ze geven zich eraan over, zoals Sef op afsluiter ‘Een stabiel conflict’ roept: „We zijn eigenlijk mongolen die niet weten hoe het moet, maar we proberen jullie energie te bundelen / vermenigvuldigen / dus te vermeerderen / misschien zit er tussen jullie ergens de volgende, de uitverkorene.” Misschien hoeft dat niet eens, die verantwoording. Het zijn nu eenmaal kunstenaars, kunstenaars die spelen met het woord. En de kunst betovert, en dat is soms genoeg. Zoals deze zin: „Het glas is half leeg, maybe / maar ook half Negroni.”
Jonasz Dekkers
Wies
AH!
Hun stijl lijkt kort maar krachtig: op basis van de groepsnaam en titel van hun album. Maar op AH! blijkt Wies, het trio rond zangeres/gitarist Jeanne Rouwendaal, toch uitvoerig, vooral inhoudelijk. Over Rouwendaal is bekend dat ze veel waarde hecht, en aandacht besteedt, aan de Nederlandstalige songteksten. Voor AH!, het nieuwe derde album, smeedde ze haar ervaringen met leven, liefde en verlies tot verhalende songs: een hyperpersoonlijk album en zelfhulpboek ineen. Het resultaat klinkt doorleefd, en elegant.
Wies heeft een bijzondere positie in de Nederlandse popmuziek van dit moment. Niet veel auteurs schrijven zoals Rouwendaal, zo openhartig en nauwkeurig tegelijk. Die onverbloemdheid zorgt voor herkenning bij de fans en hartstochtelijke bijval tijdens hun live-concerten.
Het trio met daarin ook bassist Teun van der Maarel en drummer Dan Huijser, hult die confessionele inhoud in een onverwacht ruig geluid. Wies is een rockband met stuwende drums en een rafelig gitaargeluid. Maar er is meer, de muzikanten zijn vaak goed in het bedenken van onverwachte afslagen zodat hun liedjes het bekende stramien ontwijken. Dat kan door een plotselinge echo op Rouwendaals zang, zoals in het refrein van ‘Ik Geloof Dat Wij Iets Delen’ (bij de woorden ‘de tijd’) waardoor de existentiële nood van de woorden wordt uitvergroot. De gitaar in het couplet van ‘Magneten’ kreeg een mooi wollig resonerende klank. Ook opvallend: ‘Drijfzand’ begint als een kalme pianoballade maar ontwikkelt zich tot een prachtig ruisend klankbouwsel van ondefinieerbare herkomst.
Rouwendaal heeft een stem waaruit verlangen spreekt, ze zingt nadrukkelijk en goed gearticuleerd, soms voluit, soms schuchter. Zoals in een nummer over Gaza: „Ik heb tijd om weg te kijken/ Maar ik kan er niet omheen” (‘Ik Heb Tijd’). Of droevig, over een verloren vriend, in ‘Leugenaar III’.
Er is ook humor, zoals in het nummer ‘Behang’, over een ultieme maar wispelturige liefde zingt ze: „Ik wil vergruizen in je armen”. Maar ook: „Ik stel je altijd weer teleur / Plak mij maar achter je behang/ Als ik daar plakken blijven kan”, door Rouwendaal met lichte ironie gezongen. In ‘Als Het Gordijn Valt’ klinkt de mantra „Ik mag er zijn / Ik ben genoeg” eerst voor de hand liggend, maar het lied krijgt een ontroerende draai door het vervolg: „Dat is waar / En ik zing het net zo lang tot ik het ook eens zo ervaar”, op toepasselijk fragiele toon.
Zo zijn er verheugende ontwikkelingen op AH!, een aantal nummers frappeert zowel inhoudelijk als muzikaal. Er zijn ook liedjes die muzikaal te weinig opvallen. De melodie van ‘Magneten’ klinkt bekend, de instrumentatie van ‘Leugenaar III’ en ‘Spijt Is Iets Voor Later’ zou meer valkuilen verdienen. De luisteraar wil muzikaal net zo geprikkeld worden als door Rouwendaals literair verwoorde emoties.
Hester Carvalho
Joel Ross
Gospel Music
Wie bij de titel Gospel Music aan klassieke gospelmuziek denkt, komt bedrogen uit. Echte traditionals klinken pas laat op het album. Vibrafonist Joel Ross laat vooral horen hoe nauw zijn jazz verweven is met gospel uit zijn jeugd in de zwarte kerk van Chicago. Het album functioneert als een muzikale hervertelling van de Bijbel, met de boodschap van hoop en liefde, van ‘Wisdom Is Eternal (For Barry Harris)’ tot ‘Now And Forevermore’. Ross ensemble Good Vibes is uitgebreid tot sextet; saxofonisten Josh Johnson en Maria Grand bewegen samen met de altijd warme vibrafoonklanken als haast een koor, melodieën verwevend in plaats van om beurten te spelen.
Amanda Kuyper
Mete Erker
Tilburg Noord/Tilburg B-side
Het is een haast ontroerend idee hoe saxofonist Mete Erker in zijn jazz terug is gegaan naar zijn jeugd. Naar Tilburg Noord jaren zeventig, om specifiek te zijn. In een wijk in aanbouw was er voor een jongetje veel te dromen tussen alle werkzaamheden. En daarnaast was er die machtige jazz die hem al vroeg aansprak, van Miles Davis naar Albert Ayler. Nu is er smaakmakende vrije jazz op een dubbelalbum van het Mete Erker trio +1. Vol dromen van toen. Erkers sax, eigenlijk te weinig toch op eigen titel te horen, is even teder op sopraan als gedreven en eígen op tenor. Zijn jonge band steunt en duwt geïnspireerd verder. De live-plaat is een lekker optreden bij jazzpodium Paradox – in Tilburg natuurlijk.
Amanda Kuyper
Klaas de Vries
Pianoconcerto and Stimmen
Deze portret-cd van Klaas de Vries (81) brengt twee heel verschillende topwerken samen. Het Concertgebouworkest speelt het Pianoconcert (1998), met de fabelachtige Ellen Corver als solist. Cappella Amsterdam zingt het mysterieuze Stimmen-Engführung (2006), een vervoerende hybride van zinderende koorzang en gesproken gedichten van Hölderlin en Celan. Gemene deler: alles fonkelt, schittert en knettert bij De Vries, die een enorme drive paart aan zeldzaam klankraffinement. Eén voorbeeld: in het openingsdeel van het Pianoconcert ontwikkelt de hypervirtuoze pianistiek zich tot een aaneenschakeling van notenerupties die bijna driedimensionaal aandoen, tegen mysterieuze orkestrale nachtmuziek van een kosmische verlatenheid. Dan verschijnt de schaduw van een tweede, ontstemde piano: verbijsterend mooi.
Joep Stapel
Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden
Source: NRC