Home

Tegen mijn ene collega had hij gezegd: ‘Ik wil je neuken.’ Tegen een ander: ‘Ik wacht op je’

schrijft voor de Volkskrant columns over zijn werk in een verpleeghuis.

Mijn collega’s worden tijdens hun nachtdienst gebeld door een hijger. Dat is niet voor het eerst: vorig jaar hebben we ook een periode gehad waarin een hijger het verpleeghuis tientallen keren per week belde.

Toen ik dat voor het eerst hoorde, moest ik lachen. Maar als je midden in de nacht in een tl-verlichte gang van een verpleeghuis staat, buiten is het stil en donker en iedereen die je kent slaapt, dan is het helemaal niet grappig als je wordt gebeld door een hijger.

Tegen mijn ene collega had hij gezegd: ‘Ik wil je neuken.’ Tegen een ander: ‘Ik wacht op je.’

Het lachen was me dus snel vergaan en toen werd ik woedend. Het is slim bedacht van de hijger om een zorginstelling te bellen: de telefoon wordt altijd opgenomen, ook ’s nachts, en in de zorg werken vooral vrouwen.

Zelf heb ik hem nooit aan de telefoon gehad of ik heb het niet gemerkt; wanneer een man de telefoon opneemt, hangt hij meteen op. Ik kwam er pas achter dat mijn collega’s door een hijger waren lastiggevallen toen ze vertelden dat de nachtelijke telefoontjes abrupt waren gestopt.

‘Heeft de politie hem getraceerd?’, vroeg ik.

Mijn collega’s keken me blanco aan. Het was niet bij hen opgekomen dat de politie erbij betrokken had moeten worden. Voor zover zij wisten was er niets tegen de hijger ondernomen; ze waren alleen maar van hem af omdat hij zelf was gestopt met bellen.

Voor mij was dit het zoveelste voorbeeld van zorgverleners die niet goed voor zichzelf kunnen opkomen en ook niemand hebben die dat voor hen doet. Het deed me denken aan een afdeling waar ik stage liep, waar zorgverleners jarenlang werden toegeschreeuwd en uitgescholden door de mantelzorger van een bewoner. Het enige wat de manager ooit deed, was een training organiseren om de zorgverleners beter te leren communiceren met mantelzorgers.

Toevallig kwam ik er vorig jaar achter dat ook andere zorginstellingen in het land door een hijger waren gebeld en dat daar wel degelijk actie op was ondernomen. Ik las een nieuwsbericht over een 58-jarige man die door de rechtbank was veroordeeld omdat hij gedurende een periode van tien maanden bijna tweeduizend keer naar meerdere verzorgingstehuizen had gebeld. Hij hijgde, zweeg of maakte seksueel getinte opmerkingen. Het ging om een kwetsbare man met psychische problemen.

Dit speelde zich af in Den Haag en omstreken. Zelf werk ik midden in het land, maar het zou zomaar dezelfde man kunnen zijn: de modus operandi is hetzelfde en zijn veroordeling zou kunnen verklaren waarom de telefoontjes plotseling stopten.

Als zorgverlener voel ik me gesteund door de rechtbank Den Haag, die hem zwaar aanrekende dat hij met zijn hinderlijke gedrag niet alleen de telefoonlijnen van zorginstellingen onnodig bezet hield, maar ook het werk van zorgverleners bemoeilijkte en hun werkplezier aantastte. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf.

Nu, een half jaar later, zijn de hijgtelefoontjes bij ons in het verpleeghuis dus weer begonnen. Als dit dezelfde hijger is, is het jammer dat hij er niets van heeft geleerd.

Het doet me pijn om te horen welke maatregelen mijn collega’s hebben bedacht om zichzelf tegen de hijger te beschermen. Zo zei een collega: ‘Ik zeg de naam van de organisatie niet meer als ik de telefoon opneem, want ik wil niet dat hij weet waar ik werk.’

Meer magazine

Dit is een column uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next