In 2023 veroorzaakten dassen chaos bij ProRail. Het treinverkeer werd stilgelegd, taluds werden afgegraven. Inmiddels heeft de spoorbeheerder de das beter in de smiezen. ‘Voorheen was dit reden voor grote paniek’, zegt dasseninspecteur Peter Klaver bij een verzakking langs het spoor bij Nijeveen.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
‘Als je onder de grond zit, weet je precies waar je bent’, zegt Mol in De wind in de wilgen, de klassieker van de Britse kinderboekenschrijver Kenneth Grahame uit 1908. ‘Er kan niets met je gebeuren en niemand kan bij je.’
‘Dat is precies wat ik altijd zeg’, beaamt Das. ‘Je voelt je nergens zo veilig of ontspannen als onder de grond. En als je zin hebt om je huisje uit te breiden – nou, een beetje graven en schrapen, en klaar.’
Maar dat is buiten ProRails energieke en opgewekte dasseninspecteur Peter Klaver (65) gerekend, die een dikke eeuw na de verschijning van dat boek het spoortalud in het Drentse Nijeveen (traject Meppel-Heerenveen) controleert. Sinds de spoorbeheerder in 2023 volledig werd verrast door gravende dassen in spoortaluds, is dankzij Klaver en zijn collega-inspecteurs het ontspannen dassenleventje – in elk geval langs en onder rails – wel zo’n beetje voorbij.
Van Limburg, via Oost-Nederland tot in delen van Noord-Nederland zijn ProRail-inspecteurs op de hoge zandgronden dagelijks in de weer met endoscoop, meetstok en wildcamera’s om het gegraaf op te sporen. Niet zelden bijgestaan door dronevlieger Franka van Brakel, om bulten zand te spotten, die duiden op dassenactiviteit. De nieuwste aanwinst is een ‘robotmol’, die met camera’s burchten en tunnels 3D in kaart brengt.
‘Kijk, hier, dit is verse graverij.’ Bij het talud bij Nijeveen zit Klaver op zijn knieën naast een behoorlijke bult wit bouwzand, halverwege het schuine deel van de verhoging waar de rails op liggen. De kleur van het zand zegt genoeg: de das heeft tot onder het spoor gegraven. Een kuil naast de rails maakt de verzakking al zichtbaar.
‘Voorheen was dit reden voor grote paniek’, zegt Klaver nadat de intercity naar Leeuwarden in volle vaart voorbij is geraasd. ‘Dan was het direct langzamer rijden of zelfs helemaal stilleggen.’
Begin 2023 was er een wake-up-call voor ProRail. In een veel te laat stadium werd ontdekt dat een dassenfamilie tussen Den Bosch en Eindhoven onder het spoor enorm aan het huishouden was. De drukke spoorlijn lag er daarna langere tijd uit. Hetzelfde gebeurde destijds in Friesland tussen Stavoren en Workum. Ecologen waarschuwden toen al langer voor het gevaar van dassen, die graag in (kunstmatige) verhogingen graven. Behalve spoortaluds ook in dijken en wegverhogingen.
‘ProRail heeft veel te lang gewacht met ingrijpen’, zegt dassendeskundige Ton Meijer telefonisch. Onlangs verscheen van Meijer en landbouwkundige Jaap Schröder het boek Dassen – leefwijze en bescherming in Nederland. Daarin oordelen ze hard over ecologische adviesbureaus, die in hun ogen geregeld te gemakkelijk, en ten koste van de das, concluderen dat ergens kan worden gebouwd. Gevraagd naar de werkwijze van ProRail, zegt Meijer: ‘Voor zover ik weet, doen ze het netjes.’
Sinds het dieptepunt in de jaren zeventig, toen Nederland nog maar zo’n 1.200 dassen telde, is de populatie de laatste jaren stabiel rond de 7.000 à 8.000, zegt bioloog Meijer. Maar met alle menselijke activiteit die de das kunnen verstoren, blijft het dier als inheemse soort ‘strikt beschermd’ in Nederland. ‘Er is geen sprake van een dassenplaag, zoals sommige mensen beweren’, zegt de bioloog, ‘eerder van een mensenplaag.’
Door die status van de das kan ProRail weinig ondernemen. Kleine gangen en holen bij het spoor mag Klaver afsluiten met een klep, om te voorkomen dat de das er een omvangrijk verblijf van maakt. Maar voor een hoofdburcht, waar onder meer de jongen worden geboren, gelden veel strengere regels.
Doordat inspecteurs zoals Klaver er bovenop zitten (‘de mooiste baan die er bestaat’) en de honderden dassen langs het spoor steeds beter in de smiezen hebben, weten ze inmiddels te voorkomen dat er hoofdburchten onder de rails ontstaan. Mocht dit toch gebeuren en het gevaar te groot worden, kan een ontheffing worden aangevraagd voor het verwijderen van de hoofdburcht. Dan moet er een zogenoemde kunstburcht worden aangelegd, wat onlangs langs het spoor in het Brabantse Ravenstein is gebeurd. Dat is een alternatieve verhoging bij de bestaande burcht, waar de das of clan in kwestie het huishouden hopelijk voortzet.
Klaver krijgt bij het opsporen hulp van NS-machinisten. ‘Bij een beginnende verzakking voelen zij dat direct en geven het aan ons door’, zegt hij. Met een ‘onderstopmachine’, een soort krik, wordt de oneffenheid dan snel verholpen. Volgens Klaver laat het zien dat das en spoor best goed samen kunnen.
Maar de man die tot zijn spijt bijna met pensioen gaat, weet ook: de das is een volhouder en hecht aan zijn leefgebied. Klaver wijst naar een met een klep afgesloten gang. Pal ernaast ligt zeker een kuub zand en is de das alweer aan een nieuwe begonnen. ‘Misschien dat we dit stuk helemaal met gaas moeten afdekken.’
Maar ook dan graaft de das zich wel weer een thuis. ‘Mensen komen, ze blijven even, ze bouwen en dan gaan ze weer. Zo zijn ze’, zegt Das in De wind in de wilgen. ‘Maar wij blijven. We kunnen misschien tijdelijk verhuizen, maar we wachten geduldig af en keren altijd terug. En zo zal het altijd zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant