Moet er een kiesdrempel komen? Kan de Eerste Kamer worden hervormd? Met het nieuwe coalitieakkoord laait ook de discussie weer op in hoeverre ons parlementaire stelsel moet worden herzien voor een sterkere democratie.
De minderheidscoalitie van D66, VVD en CDA haalt daarvoor een oude bekende in Den Haag van stal: Johan Remkes. Eind 2018 schreef hij Lage drempels hoge dijken. Een aantal hervormingen uit dat rapport moeten het parlementair stelsel verbeteren, vindt de coalitie.
Een daarvan is de kiesdrempel. Het aantal partijen in het parlement is zo groot, dat formaties een stuk ingewikkelder zijn geworden. Ze duren daardoor - enkele uitzonderingen daargelaten - erg lang. Dat geldt ook voor debatten en procedures.
De coalitie wil de invoering van zo'n kiesdrempel daarom verder onderzoeken om versplintering in de politiek tegen te gaan. Maar dit voornemen lijkt al dood en begraven nog voordat er een serieus voorstel is gelanceerd.
Dit idee kon al op weinig enthousiasme van Remkes rekenen. Een lage kiesdrempel, van bijvoorbeeld 5 procent van het aantal uitgebrachte stemmen, zorgt ervoor dat het parlement nog voldoende representatief is, maar zet ook weinig zoden aan de dijk.
Een hoge kiesdrempel, bijvoorbeeld van 10 procent, is wel effectief om de versplintering tegen te gaan, maar doet die representativiteit dan weer te veel geweld aan.
"Het probleem is niet dat we te veel kleine partijen hebben, maar te weinig grote", zegt Ruud Koole, emeritus hoogleraar politicologie aan de Universiteit Leiden en oud-senator voor de PvdA. Hij schreef mee aan het rapport Lage drempels hoge dijken. Bovendien, zo zegt Koole, kan een parlement zonder kiesdrempel beter meeademen met wat er in de samenleving gebeurt.
Als deze argumenten al niet voldoende zijn, keerde de Kamer zich donderdag ook nog tegen het voorstel. Doe geen verder onderzoek, was de boodschap van de oppositie, die een meerderheid heeft in de Kamer.
De discussie om te sleutelen aan de Eerste Kamer is wel levendig en wordt ook al een tijdje gevoerd. Als beide Kamers ongeveer hetzelfde zijn, is er weinig aan de hand. Maar dat is sinds 2010 niet meer het geval.
Met name de kabinetten van Mark Rutte hadden hiermee te maken. De oud-premier deed er zelf vrij laconiek over. "Ik ben al 12,5 jaar gewend dat ik mee zit te bellen om senator voor senator aan boord te trekken voor de noodzakelijke meerderheden", zei hij vlak voor het einde van zijn premierschap. Meerderheden werden vaak zat via informele geitenpaadjes gezocht en gevonden.
Die puzzel moet de laatste vijftien jaar steeds weer worden gelegd. Remkes had zich daarom ook over dat vraagstuk gebogen. Zijn oplossing wil de coalitie nu overnemen: het terugzendrecht. Dat klinkt wat technisch, maar het komt erop neer dat de balans tussen beide Kamers wordt verbeterd.
Nu kan de Eerste Kamer voor of tegen een wet stemmen. Met Remkes' voorstel kan de Eerste Kamer er ook voor kiezen om een wet terug te sturen naar de Tweede Kamer met de opdracht iets te wijzigen.
Vervolgens stemt de Tweede Kamer nogmaals over de gehele, aangepaste wet. Het grote verschil met de huidige regels is dat de rol van de senaat daarna is uitgespeeld. De Tweede Kamer heeft dus het laatste woord.
"Het advies van Remkes over de Eerste Kamer was halfbakken", zegt Bert van den Braak, emeritus hoogleraar parlementaire geschiedenis aan de Universiteit van Maastricht. "Je kunt de fundamentele vraag stellen: waarom heeft een indirect gekozen Kamer zoals de senaat meer macht bij het aannemen van wetten dan de direct gekozen Tweede Kamer?"
De senaat wordt indirect gekozen door de Provinciale Staten, maar die verkiezingen sneeuwen nu helemaal onder, zegt Van den Braak. "De Eerste Kamerverkiezingen zijn nu vooral een tussentijdse peiling van het kabinetsbeleid."
De Eerste Kamer helemaal afschaffen gaat niet, weet ook Van den Braak. Daarvoor heb je namelijk een tweederdemeerderheid van diezelfde senaat nodig. "Geef de Tweede Kamerleden het laatste woord", noemt hij als alternatief. "Zij leggen ook direct verantwoordelijkheid af aan de kiezers."
De geitenpaadjes van Rutte worden daarmee overbodig. "Een staatsrechtelijk betere weg", zegt politicoloog Tom van der Meer van de Universiteit van Amsterdam. Ook hij schreef mee aan het rapport van Remkes.
Hij brengt nog een punt naar voren. Deze discussie gaat met name over het aanpassen van regels, maar om de democratie te versterken moet je eigenlijk naar het gedrag van politici kijken, zegt Van der Meer.
"Voor een sterkere democratie kun je ook de politieke cultuur veranderen. Denk aan een langetermijnvisie, geen dichtgetimmerde coalitieakkoorden, elkaar niet constant vliegen afvangen tijdens debatten."
Het feit dat nu een minderheidscoalitie komt, kan volgens Van der Meer juist bijdragen aan die betere cultuur. Hij pleitte daar al jaren geleden voor. Het kan de politiek in zijn ogen flexibeler maken.
Beoogd premier Rob Jetten zei dinsdag tijdens een Kamerdebat "te snakken" naar een nieuwe politieke cultuur. Voor de maatregelen uit het coalitieakkoord is Jetten afhankelijk van de oppositie. De belofte van een nieuwe politieke cultuur zal hij zelf moeten waarmaken.
Source: Nu.nl algemeen