Vier maanden geleden vertrok antifa-expert Mark Bray halsoverkop met zijn gezin naar Madrid na doodsbedreigingen uit het Maga-kamp, dat hem ervan beschuldigde een ‘financier van terreur’ te zijn. Toch zou hij Amerika nog geen fascistische staat noemen. ‘Ik ben voorzichtig optimistisch dat we ook nooit op dat punt zullen belanden.’
is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.
Mark Bray, een Amerikaanse antifascismedeskundige, kan zijn gast tot zijn grote spijt alleen maar ‘middelmatige koffie’ aanbieden. Bray, in T-shirt en spijkerbroek, grijzende baard, bril op, staat midden in de huiskamer van het appartement dat hij sinds twee maanden bewoont met zijn vrouw en twee zoontjes.
We zijn ergens in een rustige buitenwijk van de Spaanse hoofdstad Madrid – de exacte locatie kan om veiligheidsredenen niet worden toegelicht. Het appartement, bedoeld voor de middellange huur, is spaarzaam ingericht, met inbegrepen meubels – tv, bank, eettafel – en aan de muren ingelijste zwart-witfoto’s van geometrische vormen.
Liever had Bray zijn bezoek ontvangen in zijn gezellig ingerichte woning in het Amerikaanse New Jersey, waar een deugdelijk koffiezetapparaat staat. Maar dat kan niet meer sinds Bray vorig jaar oktober plotseling doodsbedreigingen per mail binnenkreeg, zijn huisadres online werd gegooid, en hij en zijn gezin van de ene op de andere dag hun koffers moesten inpakken en naar Madrid vluchtten.
Even terug: vorig jaar oktober sprak de Volkskrant met Bray vanwege het voornemen van de Amerikaanse president Donald Trump om ‘antifa’ – kort voor antifascisme, een protestcultuur tegen extreemrechts met soms militante trekken – tot ‘terroristische organisatie’ te bestempelen. Trump was daartoe overgegaan na de moord vorig jaar september op de radicaal-rechtse provocateur Charlie Kirk, wiens dood, zonder enige vorm van bewijs, door de Amerikaanse president in de schoenen werd geschoven van ‘radicaal-links’.
Ook in de Nederlandse politiek werd rond die tijd geprobeerd om antifa op de terrorismelijst te krijgen. Vorig jaar september werd in de Tweede Kamer een motie hiertoe ondersteund door een rechtse meerderheid.
Bray was een van de twee experts die door de krant werd geraadpleegd over de aard van antifa. In 2017 had Bray het boek Antifa – The Anti-Fascist Handbook gepubliceerd, een historisch overzichtswerk van de antifascistische beweging.
Mede vanwege dit boek, en zijn verleden als linkse activist bij de antikapitalistische Occupy-beweging in de jaren tien, wordt Bray vereenzelvigd met antifa. Als gevolg daarvan ontving hij meerdere keren doodsbedreigingen uit de hoek van Maga, dat al jaren antifa als binnenlandse terroristische groepering probeert af te schilderen. Ook eindigde Bray op de Professor Watchlist, een site die onderwijzers op universiteiten ‘ontmaskert’ die als te links-activistisch worden beschouwd. De site was een initatief van de uiterst rechtse christelijke organisatie Turning Point USA, opgericht door Charlie Kirk.
Of hij zich zorgen maakte over zijn persoonlijke veiligheid, wilde de Volkskrant weten toen afgelopen september en oktober de hatelijke retoriek jegens antifa opnieuw losbrak.
‘Voorlopig houden we een oogje in het zeil’, antwoordde Bray. ‘Hopelijk zien ze mij uiteindelijk gewoon over het hoofd.’
Nu zit u hier in Madrid, halsoverkop gevlucht uit New Jersey. Wat is er gebeurd sinds de laatste keer dat wij elkaar spraken?
‘Wat er gebeurde is, dat ik weer op de korrel werd genomen door de Maga-figuren die het al jaren op mij voorzien hebben. De moord op Charlie Kirk gaf ze weer een aanleiding. Met name Maga-figuur Jack Posobiec, die banden heeft met Trump-getrouwen, ging achter mij aan en noemde mij op X een ‘domestic terrorist professor’. Meteen daarna kreeg ik via de mail doodsbedreigingen, waaronder de tekst dat ik voor de ogen van mijn leerlingen vermoord zal worden.
‘Daarna kwam ik ook in het vizier van Fox News. Via de mail vroegen ze mij te reageren op een petitie, opgesteld door Turning Point USA, waar in ik een ‘financier’ van antifa werd genoemd en mijn ontslag werd geëist. Door dat artikel kreeg ik weer een lading doodsbedreigingen in de mail. In een daarvan werd ook mijn huisadres genoemd. Ik appte een printscreen van die mail naar mijn vrouw, die op dat moment elders in het land was, en zij reageerde meteen met: verlaat het huis, neem de kinderen mee, we zoeken later wel uit hoe we hieruit moeten komen.’
Heeft u de politie nog ingelicht?
‘Ik heb de universiteitspolitie ingelicht. Ze zeiden dat ze wat vaker over de campus zouden patrouilleren. En ik installeerde een alarmsysteem in het huis. Dat deed ik de dag voordat we vertrokken.’
Waarom naar Madrid, en niet naar elders in de VS?
‘We kennen Madrid, we hebben hier vrienden, en hebben er eerder gewoond om onderzoek te doen. Onze kinderen zouden hier snel kunnen wennen, hun Spaans is goed. Daarnaast: als we in Amerika waren gebleven, in een andere stad of staat, dan zouden ze de hele tijd gevraagd hebben wanneer we weer naar huis gaan en voorlopig kan dat niet. Dat zou voor een voortdurende onrust hebben gezorgd.’
Bray was niet van plan om ruchtbaarheid te geven aan het plan om met zijn gezin Amerika te verlaten. Op het socialemediaplatform Bluesky had hij alleen verteld over de ernstige doodsbedreigingen die hij binnenkreeg. Wel had hij zijn studenten ingelicht over zijn aanstaande vertrek naar Spanje.
Dat bericht aan zijn studenten, door een van hen gedeeld op een Reddit-forumpagina over de Rutgers-universiteit, was het startschot van een krankzinnige week voor Bray en zijn gezin. Toen media lucht kregen van dat bericht op Reddit, hing direct The New York Times aan de lijn met de vraag of ze zijn vertrek mochten verslaan.
Een paar dagen later groeide de aandacht verder nadat Bray en zijn gezin op het vliegveld, met vliegtickets in de hand, te horen kregen dat hun reservering voor de vlucht naar Madrid om onduidelijke redenen was geannuleerd.
Een bericht daarover van Bray op 9 oktober op Bluesky ging viral. CNN, The Guardian, allemaal wilden ze deze relatief onbekende universiteitsdocent spreken over zijn vlucht, ongehoord voor een Amerikaanse academicus, naar een ander land. Een dag later kon hij via hetzelfde Bluesky tot zijn opluchting alsnog melden dat hij en zijn gezin onderweg waren naar Spanje.
Bray groeide op in een gematigd links gezin. Als middelbare scholier, eind jaren negentig, raakte hij door de antifascistische en antikapitalistische hardrockband Rage Against the Machine gefascineerd door bewegingen en ideologieën ter linkerzijde van de Amerikaanse Democratische partij.
Die fascinatie zette door in zijn studententijd, waar hij als organisator begin jaren tien betrokken raakte bij de antikapitalistische Occupy-beweging. Later, inmiddels historicus aan de Rutgers-universiteit, begon hij zich te verdiepen in de oorsprong van het antifascisme, met name zoals die ontstond in Spanje.
Bray is vooral bekend vanwege zijn boek Antifa: The Anti-Fascist Handbook, een bestseller uit 2017. Hij schreef het na de inauguratie van Donald Trump in 2017, in een moordend tempo van drie maanden. Aanleiding waren de gewelddadige ongeregelden – beelden van een brandende limousine gingen de wereld over – op de dag van Trumps inauguratie, tussen ordetroepen en demonstranten die zich afficheerden als antifa. Het was de eerste keer dat het grote publiek in Amerika kennis maakte met antifa, en de soms gewelddadige methoden die ze gebruiken bij hun strijd tegen wat zij als fascisme beschouwen.
Naast een historische terugblik op het antifascisme, legt Bray in het boek uit dat het te kort door de bocht is om antifa als een ‘organisatie’ af te schilderen, zoals MAGA wil doen geloven. Het is meer een links-radicale ideologie die zich wereldwijd op allerlei manieren manifesteert, aldus Bray. Het varieert van straatprotest, bedoeld om te voorkomen dat het fascisme wortel schiet, tot informatiebijeenkomsten om linkse ideeën te bespreken.
Tijdens Trump’s presidentschap nam de morele paniek over antifa, aangejaagd door de Maga-beweging, enorme proporties aan. Ontstond er ergens links protest, zoals de Black Lives Matter-protesten van 2020, dan werd geprobeerd het valselijk in verband te brengen met de gewelddadige elementen van antifa. Vooral online ontstond er een goedgeoliede desinformatiemachine omtrent antifa. Antifa werd in nepberichten gelinkt aan massale schietpartijen, werd verantwoordelijk gehouden voor het ontsporen van een trein, voor het beramen van een burgeroorlog, voor het stichten van bosbranden.
De oplopende antifa-haat betekende ook dat Bray, als auteur van een boek dat als ‘handboek’ op de markt werd gebracht, steeds vaker te maken kreeg met de duistere kanten van Maga. Vooral het feit dat hij in het boek zijn sympathie voor antifa niet onder stoelen of banken steekt, wordt hem kwalijk genomen.
Een andere doorn in het oog van Maga: in het boek vermeldt Bray dat de helft van de royalties worden geschonken aan The International Anti-Fascist Defence Fund, een organisatie die de juridische en medische kosten dekt voor mensen wereldwijd die beschuldigd worden van misdrijven die verband houden met antifascistische acties.
‘In Amerika is het niet illegaal om geld in te zamelen om de juridische verdediging te financieren van iemand die van een misdaad wordt beschuldigd. Maar Maga interpreteert het moedwillig verkeerd als zou ik een financier zijn van antifa-acties.’
Hoe zou u uw relatie tot de antifascistische ideologie kenschetsen?
‘Ja, ik ben antifascistisch. Iedereen zou antifascistisch moeten zijn. Maar dat wil niet zeggen dat ik tot een antifa-groep behoor, of dat ik het altijd eens ben met de soms gewelddadige methodes waarvan ze zich bedienen.’
Is de titel ‘handboek’ niet ongelukkig gekozen?
‘Het enige dat het woord handboek impliceert is dat ook jij, de lezer, een antifascist zou moeten zijn. Maar hoe je dat precies doet, dat is aan jou. Maar goed, het is vooral een geschiedenisboek waarin ik het ontstaan van antifascisme uiteenzet. In de latere hoofdstukken ga ik verder in op de methoden die antifa tegenwoordig hanteert, waaronder de gewelddadige, maar dat betekent niet dat ik die onderschrijf.’
Bray is niet de enige Amerikaanse academicus wiens vertrek uit Amerika wereldwijd veel stof heeft doen opwaaien. Jason Stanley en Marci Shore, beiden fascisme-onderzoekers aan de Yale-universiteit, gingen hem voor en verhuisden vorig jaar naar Canada en geven nu les aan de Universiteit van Toronto. Verschil is echter dat zowel Stanley als Shore niet vanwege dreigementen vertrokken. Zij verlieten Amerika om principiële redenen: zij wilden niet langer leven in een land dat volgens hen in toenemende mate de kenmerken van een ‘fascistische staat’ vertoont.
We spreken Bray een week nadat de immigratiepolitie ICE in de Amerikaanse stad Minneapolis de linkse activiste Renee Good, fel tegenstander van Trumps migratiebeleid, doodschoot. De beelden van schietgrage, gemaskerde ICE-agenten die activisten doodschieten en links en rechts mensen van de straat plukken – tot kleuters aan toe – heeft het debat over fascisme in Amerika, en of het al een fascistische staat genoemd kan worden, verder doen oplaaien.
Bray snapt waarom dat debat gevoerd wordt, maar waakt ervoor om Amerika als een ronduit fascistische staat te kwalificeren. De Trump-regering heeft weliswaar de frontale aanval geopend op verschillende Amerikaanse instituten (journalistiek, rechtspraak) en op een flink deel van zijn eigen burgers, maar dat betekent volgens Bray niet dat het hierdoor gedaan is met het democratisch ethos in Amerika.
‘Kijk, toen het fascisme in de jaren twintig en dertig in Italië en Duitsland opkwam, gebeurde dat op een moment dat niet iedereen even bekend was met democratie. Voor velen was het een nieuw en vreemd concept, er was veel wantrouwen tegen; politici konden expliciet antidemocratisch zijn. Tegenwoordig kom je daar niet zo ver mee. Zelfs Trump en zijn entourage presenteren zichzelf in de eerste plaats als pro-democratisch.’
Daar lijkt het niet op als je kijkt naar het optreden van ICE, aangestuurd door Donald Trump, in Minneapolis.
‘Zeker, het optreden van ICE is gewelddadig en vreedzaam straatprotest wordt verdacht gemaakt door Republikeinen. Ze gebruiken retoriek als ‘terroristen’ over demonstranten om dodelijk geweld te legitimeren. Maar dat is iets anders dan straatprotest in zijn geheel verbieden, wat een belangrijk kenmerk is van het fascisme. Vrienden van mij zijn op dit moment bezig om een groot straatprotest voor 23 januari te organiseren, en dat kunnen ze nog vrijuit doen.
‘Het zijn vreselijke beelden die uit Minneapolis komen, ik krijg er echt veel stress van. Maar aan de andere kant put ik ook heel veel hoop uit de mensen die in groten getale tegen ICE de straat opgaan, die zichzelf organiseren om hun buren met een migratieachtergrond te beschermen. Het haalt echt het beste in doodnormale mensen naar boven.’
Op een schaal van 1 tot 10: waar bevindt Amerika zich op de fascismeladder?
‘Sorry dat ik de betweterige academicus uithang, maar zo werkt het niet. Daarnaast: Amerika is een gedecentraliseerd land, de staten hebben behoorlijk wat autonomie. Natuurlijk zijn er scenario’s denkbaar, een Reichstagsbrand-achtige toestand, die de Trump-regering ertoe zet om met hulp van het leger alle staten aan zijn wil te onderwerpen, en – een ander belangrijk kenmerk van het fascisme – de Democratische Partij te verbieden. Dan zou je van een fascistische staat kunnen spreken. Maar het is ook voorstelbaar dat dat moment nooit komt.’
‘Maga is overduidelijk een fascistische beweging, die met gewelddadige middelen zijn politieke doelen wil bereiken. En ik denk dat de regering-Trump uit is op een autoritaire staat, waar academisch onderwijs wordt afgeknepen, en straatprotest onder dreiging van politiegeweld onmogelijk wordt gemaakt. En ik denk: als Trump op een knop zou kunnen drukken waarmee hij het Amerikaanse publiek kan overtuigen dat de Democratische Partij een terroristische organisatie is die verboden moet worden, hij dat zeker had gedaan.
‘We zijn wat dat betreft dus zeker op weg een fascistische staat te worden, maar dat betekent nog niet dat we daar ook al zijn. Ik ben zelfs voorzichtig optimistisch dat we ook nooit op dat punt zullen belanden.’
Amerika volledig afschrijven is voor Bray ook om praktische redenen onmogelijk. ‘Ik kan helaas niet mijn werk in het buitenland voortzetten, zoals mijn academische collega’s Jason Stanley en Marci Shore hebben besloten, tenzij een Europese universiteit mij een aanstelling aanbiedt.’
Bent u niet bang dat bij een terugkeer naar de Verenigde Staten alles opnieuw begint?
‘Een goede vriend van mij probeert mij vaak gerust te stellen: maak je geen zorgen, zegt hij, iedereen is dat hele antifa-gedoe weer vergeten. Ergens klopt dat wel, er is nauwelijks meer media-aandacht voor mij. Maar ik realiseer mij ook dat het een gevaar is dat ieder moment weer de kop op kan steken.’
Hoe ga je bij terugkeer jouw veiligheid en die van je gezin beter waarborgen?
‘Ik heb de contactgegevens gekregen van de nieuwe (Democratische, red.) gouverneur van New Jersey, Mikie Sherrill. Zodra we weer richting de VS gaan, ben ik van plan om contact op te nemen en te zeggen: hé, ik keer terug, alles wat u als gouverneur kunt doen om ervoor te zorgen dat ik veilig mijn leven kan leiden, zou ik zeer waarderen. Daarnaast heb ik begrepen van de campuspolitie van de Rutgers-universiteit dat ze bij mijn terugkeer een oogje in het zeil zullen houden en vaker rondom mijn lessen zullen patrouilleren.’
En dat is voldoende?
‘Ik heb geen idee. In Trumps Amerika kan er van alles gebeuren wat alles zomaar overhoop kan gooien. Dus wie weet, misschien spreek ik je een maand na onze terugkeer naar Amerika opnieuw.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant