Genotzucht Nederlanders zijn extreem bang om hun welvaart te verliezen, maar in plaats van in actie te komen, „genieten ze liever van hun luxe bestaan”, zegt opiniepeiler Peter Kanne. „Probeer in je eigen kleine leven iets te doen voor een ander, hoe klein ook.”
Peter Kanne (61) is opiniepeiler en vaak op televisie in verkiezingstijd met cijfers over wat Nederlanders van plan zijn te gaan stemmen. Maar hij weet nog veel meer over ‘de Nederlander’. Bij onderzoeksbureau Ipsos I&O, waar hij werkt, wordt voortdurend van alles aan mensen gevraagd. Hoe gelukkig ze zijn of hoe angstig. Is de gezondheidszorg in hun land op orde, functioneert de democratie, vinden ze migratie een probleem en hebben ze wel genoeg te besteden?
De Nederlander wordt regelmatig ook langs een wereldwijde meetlat gelegd, en toen hij in 2024 de Ipsos Global Trends analyseerde, viel er bij Peter Kanne een kwartje. ‘De Nederlander’ staat in de top-3 of op z’n minst in de top-10 van alle lijstjes. We zijn het rijkst, gelukkigst, veiligst, vrijst, gezondst en het best geschoold van zo’n beetje iedereen ter wereld. Tegelijkertijd is niemand zo bang voor de toekomst als de Nederlander. We zijn, zegt Kanne, welvaartshypochonders. Ja, we hebben het goed, maar o wee, straks komt er een eind aan ons aangename bestaan. Fear of falling, noemen sociologen dat, of loss aversion.
Wat Kanne opviel én stoorde aan de verliesvrezende Nederlander: het totale gebrek aan veerkracht, aan daadkracht om het hoofd te bieden aan dreigingen die natuurlijk best reëel zijn: oorlog, pandemie, natuurrampen. Maar ook: financiële tegenspoed, een naaste die overlijdt, ziekte: zelfs daar zijn we volgens Kanne nauwelijks tegen opgewassen. „We leggen de verantwoordelijkheid bij ‘het systeem’, bij onze werkgever, de overheid en heel weinig bij ons zelf.”
En zo leidde het gevallen kwartje tot een boek met een drieledige titel: Lang zal ik lekker leven. De genotzuchtige Nederlander: van ik-verslaving naar wij-gevoel. Daarin hakt hij nog even verder in op de ‘hardwerkende Nederlander’ die internationaal gezien het minst hard werkt van iedereen en al helemaal niet fulltime. Nederlanders zeggen tegen opiniepeilers dat ze zich heus zorgen maken over bevolkingskrimp, vergrijzing, dalende geboortecijfers, maar we denken toch eerst en vooral aan ons plezier in plaats van plicht. We gaan gemiddeld 2,5 keer per jaar op vakantie, ook met het vliegtuig, we kochten in 2024 het vaakst een Tesla Model Y en verder beweegt 40 procent van ons zich gemakzuchtig voort op onze elektrische fiets. In onze ‘uitstekende’ ziekenhuizen geven we zorgmedewerkers een grote bek, we schelden tegen de conducteurs in ons toch relatief gestroomlijnde openbaar vervoer – want ‘we betalen er toch voor’ en ‘we hebben er recht op’. Studenten kiezen een studie die ze ‘leuk’ vinden, of ze er ook een baan mee vinden is bijzaak. Natuurlijk kennen we onzekerheden en angsten, maar die leiden vooral tot nog meer focus op het innerlijk en individualisme – want dat blijkt uit vergelijkend onderzoek: Nederlanders zijn het meest individualistisch van iedereen.
Oef. Het plaatje is duidelijk: slaapwandelend genietend gaan we de ondergang tegemoet. En nu? Wat stelt Peter Kanne voor dat we eraan doen? In zijn boek doet hij niets minder dan een moreel appèl op ons allemaal, op de ouder, de werknemer, de burger. Want stel nou dat we straks terugkijken op de tijd van nu en vaststellen dat we in een interbellum leefden, hadden we dan niet minder zelfzuchtig en iets heldhaftiger willen zijn? Graag, maar hoe? Kort samengevat zegt hij: de werknemer moet harder werken, de consument minder kopen, de ouder moet weer spelbederver durven zijn en het individu moet minder vlees eten, douchen, vliegen, de buren gewoon weer eens begroeten en zich bekommeren om ‘de ander’.
Peter Kanne woont in een hoogbouw-appartement op het KNSM-eiland in Amsterdam. Tegen het keukenblok stapels boeken met roze en gele plakkertjes tussen de pagina’s, op tafel liggen nog meer boeken. Van cabaretier Tim Fransen, filosoof Rutger Bregman, trendspotter Jonas Kooyman. Van hoogleraar digitalisering en democratische rechtsstaat Reijer Passchier, econoom Thomas Piketty en socioloog Jan Willem Duyvendak. Titels als De vloek van Big Tech, The Anxious Generation, Hold on to Your Kids.
„Ik voel de urgentie. De economie, het klimaat, onze veiligheid, onze levenstandaard, het staat allemaal op het spel. We horen de bommen vallen, maar we laten ons in slaap sussen.”
„We moeten allemaal nog één keer waarschuwen. En ik ben ook iemand, toch? Ik denk dat ik als geen ander, als een van de weinigen, heel breed zie wat er speelt in de samenleving. Tot mijn genoegen zie ik ook schrijvers en journalisten alarmerende boeken schrijven.” Hij pakt zijn agenda, waarin hij een lijst bijhoudt met namen. Tommy Wieringa. David Van Reybrouck. Roxane van Iperen. „Ik mis in dat lijstje de wetenschappers. Die houden zich op de vlakte. Universalisten als Goethe, Erasmus, brede denkers, die heb je niet meer.”
„Nederland is een land met weinig nationale trots, qua kosmopolitisch denken bungelen we onderaan de lijsten, maar we voeren de lijst aan met onze angst voor migranten. We zouden ons meer mogen bekommeren om de ander. Vraag eens aan je buren of je van nut kunt zijn. Doe aan vrijwilligerswerk. Help nieuwkomers. Probeer in je eigen kleine leven iets te doen voor een ander, hoe klein ook.”
„Nou, mannen doen het niet níét, hè. Mijn naaste buurman is ernstig ziek en die wordt gemantelzorgd door een vriend van hem bij de tafeltennisvereniging. Het is niet zo dat alleen vrouwen altijd…”
„Uit cijfers blijkt dat vrouwen gemiddeld duidelijk meer doen, ja. Maar wat is je punt?”
„Nergens is het anderhalfverdienersmodel zo populair als in Nederland. Waarom is dat? Omdat het kan. Zo welvarend zijn we dat we genoeg hebben aan anderhalf inkomen. In heteroseksuele relaties maken man en vrouw beiden zestig uur per week: de man anderhalf tot twee keer meer buitenshuis, de vrouw besteedt meer uren aan kinderen en huishouden. Vraag je mannen en vrouwen: wil je iets aan die scheve situatie veranderen, dan zegt maar 3 tot 4 procent: ja.”
„We worden links en rechts ingehaald door opkomende economieën als China en India. Economen zeggen dat de arbeidsproductiviteit omhoog moet. Ik ben geen econoom, maar ik ben ervan overtuigd dat als we onze welvaart willen behouden, we aan de bak moeten. Ook vrouwen. Ik zeg niet: fulltime – en tegenwoordig wordt 36 uur al gezien als fulltime. Ga gewoon eens van 20 naar 24 uur. Twaalf procent van de Nederlanders denkt dat ambitie en een betaalde baan kunnen leiden tot een goed en prettig leven. In China, Zuid-Amerikaanse landen, India is dat omgekeerd. Daar zegt táchtig procent van de mensen dat hard werken je een goed leven bezorgt. Zo denken wij dus niet meer.”
„Ik baseer me op de Denkwerk-rapporten van de club van Barbara Baarsma [Denkwerk is een denktank]. Zij laten zien welke sectoren in onze economie niet-productief zijn en waar juist de tekorten zitten [techniek, ict, zorg]. Uitgerekend de VVD deed onlangs een voorstel om als overheid meer te sturen op wat jonge mensen gaan studeren. Ja precies, dacht ik, doe dat.”
„Vraag aan Nederlanders: waar moeten we in investeren? Dan is het zorg op één en veiligheid op twee. En waarop, vinden we, moet bezuinigd worden? Heb je een idee?”
Peter Kanne: Lang zal ik lekker leven. De genotzuchtige Nederlander: van ik-verslaving naar wij-gevoel. Meulenhoff, 264 blz. € 21,99
„Precies. En op één staat ontwikkelingssamenwerking. Ik ben er niet voor om studies weg te bezuinigen, absoluut niet. Maar als ik op de radio hoor dat er actie wordt gevoerd tegen de opheffing van de Universiteit van Middelburg… ik wist niet eens dat daar een universiteit was. Een van de actiewoordvoerders tegen de bezuinigingen in het hoger onderwijs was iemand die Noord-Koreastudies deed, dan denk ik, sorry, laat dan iemand van een relevantere studierichting zich uitspreken, een politicoloog of socioloog.”
„Maar ouders bemoeien zich er relatief weinig mee. Ik moet eerlijk bekennen, ik zelf ook.” Hij heeft twee zoons van 25 en 27. Eén studeert aan de Universiteit voor Humanistiek, de ander Midden-Oostenstudies. Hij pakt er een Denkwerk-rapport bij waarin een tabel staat van studierichtingen afgezet tegen het aantal studenten dat uitvalt, spijt heeft van de studie of werk doet waar die studie niet voor nodig was. Bijvoorbeeld: van alle mensen die horeca, vrijetijd- en faciliteitmanagement hebben gestudeerd, zijn er 21.500 iets totaal anders gaan doen. „Dus 21.500 mensen hebben tijd en geld verdaan. Ik ook. Ik heb hbo maatschappelijk werk gedaan, nu ben ik opiniepeiler.”
„Ik denk dat het beter, efficiënter en goedkoper kan. Waarom wel een numerus fixus op artsenopleidingen – terwijl je nooit te veel artsen kunt hebben – en niet op studies als marketing of design?”
„Hij werkte in de bouw en in de avonduren ging hij een opleiding volgen tot leraar bouwkunde. Hij ging les geven op een ambachtsschool, later de lts en weer later de mts.”
„Natuurlijk. Hij kwam uit een arm, Drents arbeidersgezin. In ons dorp [Haaksbergen] werd hij meester Kanne genoemd, een meneertje, hij hoorde bijna tot de notabelen. Hij heeft zich opgewerkt naar welvaart door verschrikkelijk hard te werken.”
„Ik verzet me tegen dat doemdenken dat de volgende generaties het minder goed gaan krijgen. Ja, wel als we blijven suffen. Daar gaat mijn boek over: we roepen en klagen dat we zullen verliezen wat we hebben. Oké, zeg ik, dan moeten we misschien wat gaan dóén.”
„Ik vind het helemaal niet erg om moralistisch te worden genoemd. Wat is er mis met deugen? Als we welvaart willen houden, moet we met elkaar meer goede dingen doen. Maar in de praktijk besteden mensen gewoon heel veel tijd aan flauwekul.”
„Vakanties, tripjes, series streamen, online gokken, gamen, sociale media scrollen, skiën in nepsneeuw, cosmetische ingrepen. Als het je zou lukken één van die dingen weg te strepen, dan hou je tijd over om je oude buren eens te bezoeken. Je hoeft van mij echt niet meteen naar Irak om vrijwilliger te worden.”
„Ik ben altijd vrij sober geweest, ik ben maar een keer buiten Europa geweest. Naar Caïro, voor werk. Genotzucht heeft te maken met verslaving en daar ben ik ook niet vrij van. Ik drink te veel, ik kan me verliezen in de apps op mijn telefoon, Linkedin, Instagram. Heel slap van mezelf. Maar eigenlijk doet het er niet toe wat ik al of niet doe. Als je mijn boek leest, hoop ik dat je denkt: ik mopper wel op alles en iedereen, maar wat kan ik doen om het beter te maken?”
„Ik ben geen ideale burger, maar ik doe wel dingen. Ik heb drie jaar in het bestuur van de VVE gezeten, in verkiezingstijd organiseer ik politieke cafés in mijn stamkroeg, hier in de buurt wordt vaak een beroep om me gedaan, ik groet, maak praatjes met vreemden, stel dingen ter discussie, ook op mijn werk. En ik werk vier dagen en ben voornemens om op mijn vrije dag kinderen voor te lezen. Dus ja, ik doe redelijk wat ik zelf preek, het kan altijd meer natuurlijk. Maar als je elkaar de maat gaat nemen, faalt iedereen.”
Peter Kanne (Haaksbergen 1964) studeerde hbo maatschappelijk werk in Leeuwarden (1986), de studie politicologie (1989-1992 aan de Universiteit in Amsterdam) maakte hij niet af. Als student werkte hij als marktonderzoeker.
Daarna werd hij research consultant bij TNS NIPO, en vanaf 2014 senior onderzoeker bij I&O Research, dat in 2024 fuseerde tot Ipsos I&O. In 2011 schreef hij het boek Gedoogdemocratie. Heeft stemmen eigenlijk wel zin?.
Peter Kanne heeft een vriendin en twee volwassen zoons. Hij woont in Amsterdam.
Source: NRC