De Nederlandse schaatssers zijn tevreden over het olympische dorp in Milaan, waar de controverses over geopolitiek en hoge kosten van de Winterspelen nauwelijks doordringen. ‘De Italianen hebben heel goed werk geleverd.’
doet verslag van de Winterspelen in Milaan.
Hij had iets meer verwacht van de pizza in de eetzaal, geeft shorttracker Itzhak de Laat (31) bijna beschroomd toe. ‘Maar de pasta is heel goed’, benadrukt de Fries snel.
De olympische shorttrackers hebben donderdag een paar uur vrij. Die benutten ze voor het maken van een klassieker onder de olympische foto’s: ze poseren voor de gekleurde ringen die in het midden van het olympisch dorp in Milaan staan. ‘Best cheesy’, erkent De Laat, ‘maar je wil ’m toch hebben.’
In de felle winterzon oogt de aanloop naar de Winterspelen voor de Nederlandse delegatie ontspannen. ‘De Italianen hebben heel goed werk geleverd’, vindt André Cats, directeur topsport van het NOCNSF. ‘Dit is een van de beste dorpen die ik gezien heb, in twaalf Olympische Spelen.’
De Nederlanders verblijven op de bovenste verdieping van een van de zes gloednieuwe flats, die op gewilde grond staan: een oud rangeerterrein aan de rand van het Milanese centrum. De wijk eromheen groeit langzaam dicht met bouwprojecten van allure.
Zo hebben de schaatsers en shorttrackers komende weken uitzicht op het museum van de Fondazione Prada, ontworpen door Rem Koolhaas en in 2018 geopend. Bij het bewonderen van dat bouwwerk kunnen ze, uitgerekend in het land van de koffie, genieten van zelf meegebrachte havercappucino.
De Nederlandse ploeg is met drie containers vol spullen naar Milaan gekomen. Ze vullen de leeg opgeleverde Nederlandse woonkamer in het olympisch dorp. Behalve een stapel Suske & Wiskes, een sjoelbak en karaokemicrofoons zat er bij die vracht ook een eigen koffiezetapparaat, vergezeld van een ruime voorraad ‘Oranje Bonen’ en veel pakken havermelk.
Maar de kleine volksverhuizing diende niet alleen ter bevordering van de sfeer. De Nederlanders namen ook hun eigen fitnessapparaten en gewichten mee. In de parkeergarage van het gebouw hebben ze daarmee, als enige land naast de Verenigde Staten, een kleine sportschool ingericht.
Hoewel het olympisch dorp beschikt over een ruime sportzaal willen de schaatsers daar niet afhankelijk van zijn. ‘Het wordt er snel druk’, verklaart Cats. ‘Als er net twee ijshockeyteams trainen, kan het gebeuren dat je lang moet wachten.’ Ook is er iets meer risico op het oplopen van een virusje, zegt de topsportdirecteur.
Het blijkt een half uur later een treffend gekozen voorbeeld, als het nieuws doorsijpelt dat de Finse ijshockeysters geveld zijn door het norovirus. De groepswedstrijd tussen Finland en Canada, die stond gepland voor donderdag, werd daarom uitgesteld.
Het is de nachtmerrie van elke olympiër en de reden dat de Nederlandse delegatie een paar oude coronamaatregelen hanteert in Milaan. Zo worden er geen handen geschud, wel veel handen gewassen, en heeft ieder teamlid een mondkapje bij zich, al blijven die de dag voor de Spelen nog in de koffer.
Er zijn in Milaan 29 Nederlandse topsporters aanwezig: de langebaanschaatsers, de shorttrackers en het kunstschaatsduo. In twee van de drie andere, kleinere olympische dorpen in de bergen verblijven ook Nederlandse deelnemers: vier snowboarders in Livigno, zeven bobsleeërs- en skeletonners in Cortina.
Omdat de Winterspelen op verschillende locaties in Noord-Italië plaatsvinden, die relatief ver van elkaar verwijderd zijn, vinden er vanavond vier openingsceremonies tegelijk plaats. Maar het zwaartepunt van de ceremonie ligt in Milaan. In voetbalstadion San Siro is plek voor tachtigduizend toeschouwers.
In de dagen voor de Spelen was van olympische drukte in de stad niet veel te merken, behalve toen donderdagmiddag de Amerikaanse vicepresident JD Vance met zijn gezin in Milaan arriveerde. Voor zijn komst is het Excelsior Hotel Gallia afgehuurd, bij het centraal station van Milaan.
Het gebied eromheen is zwaar beveiligd. Niet door ICE-agenten, zoals de afgelopen weken het gerucht ging, maar door het ‘normale’ gevolg van bewakers en sluipschutters dat Amerikaanse vicepresidenten in het buitenland begeleidt.
Op de gang van de Nederlandse olympiërs is geopolitiek ver weg. Hier draait het leven om de juiste warming-up (vandaar al die racefietsen en rollerbanken in de gang) en de goed geïsoleerde ramen die een stille nachtrust garanderen. De kamers waarin de sporters zich de komende dagen terugtrekken zijn eenvoudig ingericht, maar schoon en nieuw.
Op sociale media uitten sommige buitenlandse topsporters de afgelopen dagen hun verbazing over de badkamers, die zonder uitzondering een bidet bevatten. Dat is in Italië bij wet verplicht, maar tot hilariteit van de Italianen bleken niet alle olympiërs bekend met het fenomeen. De Amerikanen vroegen zich af of het diende om hun voeten in te wassen.
Na de Spelen verandert het olympisch dorp in een studentencampus. Dat klinkt sympathiek, maar de prijzen leidden in Italië tot veel verontwaardiging. Een bed op een gedeelde kamer moet volgens de laatste berichten 739 euro per maand gaan kosten, een privékamer 1.065 euro. Een klein deel van de kamers wordt verhuurd tegen een lager, gesubsidieerd tarief.
Maar de discussies over huren doen hier wezensvreemd aan, ze vormen deel van die andere wereld buiten de olympische bubbel. Binnen de hekken van het dorp bestaat het leven alleen uit trainen, slapen en dromen van gouden medailles. En een enkeling heeft een bescheiden verlangen op culinair vlak, zoals shorttracker De Laat op het zonnige dorpsplein prijsgeeft: ‘Ik mis tiramisu op het menu.’
Luister hieronder naar onze nieuwspodcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant