Steeds meer studenten brengen hun hele studie door in het ouderlijk huis. In 2023 bleef 43 procent van de hbo- en wo-studenten die na vijf jaar afstudeerden thuis wonen. In 2016 was dat nog 31 procent. Deze trend hangt sterk samen met de invoering van het sociaal leenstelsel, blijkt uit nieuw onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Nederlands interdisciplinair demografisch instituut (NIDI). Studenten die vanaf 2015 onder het leenstelsel vielen, gingen minder vaak op kamers dan de lichting vóór hen, en na 2020 loopt het aandeel thuisblijvers nog iets verder op.
De onderzoekers keken naar hbo- en universitaire studenten die voor hun twintigste aan hun opleiding begonnen en er vijf jaar over deden. Ook bij andere studieduren zien zij hetzelfde patroon: studenten blijven langer thuis wonen en stellen een verhuizing uit. De keuze voor thuisblijven lijkt dus niet alleen te spelen bij langzame of juist snelle studenten, maar breed in de groep.
Mannen wonen duidelijk vaker bij hun ouders dan vrouwen. Van de mannen die in 2020 na vijf jaar afstudeerden, had 52 procent nog nooit op zichzelf gewoond. Bij vrouwen was dat 34 procent. In 2016 lagen die percentages nog op 40 procent voor mannen en 24 procent voor vrouwen. Tussen 2021 en 2023 daalde het aandeel thuiswonende mannen licht, terwijl het bij vrouwen juist iets verder steeg. In 2023 woonde nog steeds ongeveer de helft van de mannelijke afgestudeerden thuis, tegenover ruim een derde van de vrouwen.
Ook het type studie speelt een rol. Hbo-studenten blijven duidelijk vaker thuis dan universitaire studenten. Bij hbo-afstudeerders nam het aandeel dat de hele studie bij de ouders woonde toe van 41 procent in 2016 tot 55 procent in 2023. Bij wo-studenten was de stijging minder sterk: van 19 procent naar 32 procent in dezelfde periode. Hbo-studenten beginnen vaak jonger aan hun opleiding en kunnen op meer plekken in het land terecht. Door die kortere reistijden is op kamers gaan minder noodzakelijk, en blijft thuis wonen aantrekkelijker.
Niet alleen het aantal thuisblijvers verandert, ook het moment waarop studenten wél verhuizen schuift op. Wie tijdens de studie op zichzelf gaat wonen, doet dat gemiddeld later dan voorheen. Van de studenten die in 2016 afstudeerden, woonde 63 procent na het eerste studiejaar nog thuis. Bij de lichting die in 2023 afstudeerde, was dat op datzelfde moment 79 procent. Na drie jaar studeren nam het aandeel thuiswonenden toe van 43 naar 60 procent. Steeds meer studenten rekken hun tijd thuis dus op tot ver in hun studie, en ruilen pas laat de ouderlijke woonkamer in voor een eigen kamer.
Source: Fok frontpage