Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Het is me aardig gelukt om het branden der wereld buiten te sluiten. Wat helpt, is weinig bewegend beeld zien en informatie vooral uit kranten halen. En uiteindelijk bouw je op een gegeven moment natuurlijk ook een bepaalde resistentie op. Toch zijn er soms verhalen die dwars door die barrière breken en als een sluier over je dagen blijven hangen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
‘Wie is Kevin Caldwell?’, vroeg mijn vrouw. Bij het horen van de naam kromp ik ineen. ‘Hoezo?’ ‘Vannacht schreeuwde je zijn naam weer.’ Ik schudde mijn hoofd, voelde tranen opwellen. Kevin Caldwell werkt en woont in Atlanta. Afgelopen week schreef The New York Times over hem en zijn partner. Samen hebben ze twee kinderen. Omdat Caldwell en zijn partner drukke banen hebben en ook twee kinderen moeten opvoeden (waarmee ze uniek zijn in de wereld), hebben ze geen tijd om te koken en geven ze wekelijks – ga even zitten en pak een kussen om in te schreeuwen – 700 dollar uit aan thuisbezorgde maaltijden.
Caldwell werd opgevoerd in een verhaal over de maaltijdbezorgeconomie in de Verenigde Staten. Bijna drie van de vier bestellingen bij Amerikaanse restaurants worden niet ter plekke geconsumeerd. Het is zogenaamd een overblijfsel uit de coronatijd. Gemak mag wat kosten, fuck het milieu en fuck de uitgebuite bezorgers.
In het verhaal wordt ook Helena Kim opgevoerd, een ‘stay-at-home-mother’ uit Californië die op haar 59ste besloot niet meer te koken. ‘Ik laat Amazon bezorgen, maaltijden bezorgen, boodschappen bezorgen, eten voor mijn huisdieren bezorgen. Ik heb een Tesla en gebruik de automatische piloot. Als ik ook nog een robotschoonmaker zou kunnen krijgen, zou alles perfect zijn.’ Zaag Mexico en Canada eraf en laat verder dat hele continent afzinken.
Kevin Caldwell, de 39-jarige marketeer die zonder huur te betalen in mijn hoofd leeft, zegt dat hij en zijn man ‘geen tijd’ hebben om te koken. ‘Ik ben zo opgebrand en moe dat ik liever mijn creditcard gebruik om het probleem op te lossen en het miserabele gevoel uitstel tot de rekening komt.’
Justin Timberlake heeft ooit een heel mooi liedje over dit soort mensen en hun lijden geschreven; het heet Cry Me a River. Je zou haast vergeten dat als je vermogend genoeg bent om bijna 3.000 euro per maand stuk te gooien aan thuisbezorgde maaltijden, je wellicht ook wat minder zou kunnen gaan werken en wél zelf zou kunnen koken.
Journalist, schrijver en documentairemaker Michael Pollan – tevens een der laatste Amerikanen met voldoende hersencapaciteit – verwoordde eens in zijn schitterende documentaireserie Cooked het belang van koken als volgt: ‘Bestaat er een handeling die zo onzelfzuchtig is, een arbeid zo intiem, tijd zo goed besteed als iets smaakvols en voedzaams bereiden voor de mensen die je liefhebt?’
Koken is ook kapitaal. Niet onderhevig aan enige inflatie.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns