Home

Waarom Gen Z ineens de dystopische roman van een Belgische psychoanalyticus heeft herontdekt

BookTokhit Toen Ik die nooit een man heb gekend in 1997 verscheen werd het boek nauwelijks verkocht. Nadat het opnieuw werd vertaald en uitgegeven is het nu een hit dankzij Booktok.

Timing is alles. Je kunt al je zielenroerselen in een roman vastleggen, en toch volledig overschaduwd worden door een fictieve tovenaarsjongen. Dat gebeurde in 1997 precies zo bij het boek Ik die nooit een man heb gekend van Jacqueline Harpman. Terwijl de hele wereld repte over Hij-die-niet-genoemd-mag-worden uit de Harry Potter-boeken, was het Harpmans duistere korte roman die daadwerkelijk onbesproken bleef. Het boek verkocht aardig, maar werd geen bestseller en leek daarmee tot de vergetelheid gedoemd.

Jacqueline Harpman: Ik die nooit een man heb gekend. (Moi qui n’ai pas connu les hommes) Vert. Peggy van der Leeuw. Orlando, 208 blz €23,99.

Het mooie aan de literatuur is dat zij op bepalende momenten in de geschiedenis laat zien hoe belangrijk zij is. Al sinds Trumps verkiezing in 2016 verschijnen nieuwe oplages van dystopisch werk als The Handmaid’s Tale van Margaret Atwood, The Road van Cormac McCarthy en Orwells 1984. Boeken die troost en inzicht bieden terwijl een gramstorige autocraat alles wat goed is omver blaast.

En toen was daar ineens de vergeten stem van Harpman, een Waalse schrijver en psychoanalyticus die in 2012 overleed. Een klein wonder voltrok zich binnen de literatuur. Het boek werd alsnog een hit. In 2024 werd een herziene vertaling uitgegeven in het Nederlands, dat oorspronkelijk in 1998 verscheen. Door het succes is sinds dit jaar ook de roman Orlanda van Harpman in het Nederlands verkrijgbaar.

Die herontdekking is schatplichtig aan BookTok. De roman begon de afgelopen jaren te circuleren op grote BookTokkanalen, zoals @bigbooklady en @bradylockerby. „Elke dag die ik nog op deze planeet heb, zal ik aan dit boek denken”, verklaart lezer Abby op TikTok. „Ik zou 10.000 dollar betalen om het nog een keer voor het eerst te kunnen lezen”, schrijft Nora op het kanaal. Zangeres Dua Lipa tipte Ik die nooit een man heb gekend in haar boekenclub Service95.

Sindsdien is het werk niet aan te slepen. In 2024 werden er in de Verenigde Staten honderdduizend exemplaren verkocht. Hoe kreeg een obscuur boek van een Belgische-Joodse schrijver ineens voeten aan de grond? En waarom past het nu zo goed bij de tijdgeest?

Ik die nooit een man heb gekend gaat over een jonge vrouw die opgroeit in een betonnen bunker. Ze zit er gevangen met 39 andere vrouwen. Gekooid, ontmenselijkt en volledig afgesloten van de wereld. Zijn ze überhaupt nog op aarde? Niemand weet het. Ze staan onder toezicht van een handvol bewakers, allemaal mannen. De naamloze verteller, de benjamin van de groep, begint in deze hopeloze situatie haar eigen gedachten uit te pluizen; ze hongert naar kennis. „Ik was voortdurend in een slecht humeur zonder dat ik me daarvan bewust was, want ik kende de woorden die gemoedstoestanden aanduiden niet.”

Seksuele driften maken zich kenbaar in haar lijf, maar ze kan ze niet plaatsen. „Mijn geheugen begint bij mijn woede,” zegt de verteller. Wat is er eenzamer en verstikkender dan het ‘waarom’ achter je situatie niet weten? De vrouwen, die zich beter herinneren hoe het leven daarvoor was, voorzien haar van kleine beetjes informatie en wijsheden: „Als je wilt dat anderen van je houden, moet je mooi zijn.” Tot er zich een ontsnappingsgelegenheid voordoet, en de vrouwenkolonie buiten moet zien te overleven.

Het is niet verrassend dat zo’n nihilistisch boek nauwelijks tot zijn recht kwam in de jaren negentig. Het happy-hardcoretijdperk leende zich slecht voor een roesachtig verhaal over zusterschap aan het einde van de wereld. Dat is dertig jaar later anders. De jonge generatie, en wij met haar, zoekt in de huidige politieke en culturele situatie driftig naar sporen van herkenning binnen de romankunst.

Nick Skidmore, directeur van Vintage Classics bij de Britse uitgever Penguin Random House, zei in een interview met The Guardian dat de roman „het gevoel van een wereld vol verbijstering goed vangt. Het is een diep existentieel boek, vergelijkbaar met sommige klassiekers die nu resoneren bij Generatie Z, bijvoorbeeld Witte nachten van Dostojevski. Het soort verhalen dat zich bezighoudt met de zeer gewichtige vragen over ons bestaan.”

Parallellen met het heden zijn er zeker. Alleen al vanwege de vervreemding die uit elke pagina spreekt. In een wereld waar autoritaire regimes normaal dreigen te worden en vrouwenrechten verdwijnen, is het logisch dat dystopische literatuur vaker in de boekenkast belandt. Misschien als herkenningspunt, misschien als waarschuwing. „We leven in een tijd waarin vrouwen weer voor hun rechten moeten strijden. Dat is haast ondenkbaar, maar dat is ook de reden waarom dit soort boeken nu heel erg aanslaan”, zegt Jacqueline Smit van de Nederlandse uitgeverij Orlando.

Onderdrukking door het patriarchaat, unheimische setting, vereenzaming: het boek vangt alle thema’s samen die het goed doen bij de jonge lezer. Wat de roman onderscheidt van andere dystopische fictie is de intimiteit tussen de lezer en de hoofdpersoon. Je beleeft haar overgang van naïviteit naar intellectueel ontwaken van zeer dichtbij. De lezer gaan helemaal kopje onder in haar gedachten. Harpman doorbreekt daarbij de vierde wand. „Ik begreep niet goed wat een ceremonie was. Maar als deze bladzijden die ik achterlaat een lezer vinden, zal hij dat wel weten.”

Omdat de grootste plotwendingen in het hoofd van de hoofdpersoon plaatsvinden en niet in de buitenwereld, word je gedwongen na te denken over de reikwijdte van menselijke ervaring. Wie ben je nog als je privileges, je perceptie van tijd, je naam en je herinneringen zijn afgenomen?

Smit was verrast door de plotselinge waardering voor Ik die nooit een man heb gekend: „Of een boek een succes wordt, is altijd een ongrijpbaar proces. Het is geweldig om de opleving van klassiekers mee te maken bij een jongere groep lezers. De jeugd wil weer gezien worden met literatuur.”

Harpman had een Nederlands-Joodse vader. In 1940 vluchtte ze op elfjarige leeftijd vanuit België naar Casablanca om aan de Holocaust te ontsnappen. Daar bleef ze tot 1945. Over de oorlog werd thuis nauwelijks gesproken. Het is moeilijk om geen overeenkomsten te zien tussen dat eigen oorlogsverleden en de situatie van de verteller.

Toch weigerde de auteur toe te geven dat haar literatuur op haar eigen ervaringen was gebaseerd. Alleen op onbewust niveau, vertelde ze in een interview met literatuurwetenschapper René Andrianne. Als psychoanalyticus hield ze zich verre van oversimplificaties. Aan het begin van Ik die nooit een man heb gekend zegt de verteller dat ze het onbegrijpelijk vindt dat sommige schrijvers verantwoording willen afleggen voor hun werk: „Je zou bijna denken dat de mensen voor wie ze schreven niet leergierig waren en dat ze zich moesten verontschuldigen voor het feit dat ze hun kennis wilden doorgeven.”

Wie de wereld liever ziet in antwoorden dan in raadsels, zal dit een onbevredigend boek vinden. Ik die nooit een man heb gekend is een onbehaaglijk enigma, een genre-overstijgend boek dat zinspeelt op de nieuwsgierigheid van degene die het openslaat. De enige conclusie die Harpman bereid is te geven, is dat verwantschap ook in de meest donkere plekken te vinden is. Het is een troostrijke gedachte voor de jonge lezer, voor wie de toekomst nog openligt. Zoals de Duitse BookTokker @Dilassorrow zegt: „Zelfs als je je eenzaam voelt, overstijgt dit boek alles, en voel je je niet meer alleen.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next