is opinieredacteur en columnist voor de Volkskrant.
De vastenmaand ramadan, die over ruim een week begint, betekende vroeger bij ons thuis: elke dag harira-soep, hoofdpijn door vochttekort, performatieve recitaties uit de Koran vlak voor zonsondergang, dadels en vooral uitzitten totdat de maan aan de hemel aangaf dat het wel genoeg was geweest.
Aan de ramadan doe ik al jaren niet, maar van een bescheiden afstand zie ik hoe de beleving van deze vastenmaand langzaam is veranderd. Althans, onder de moslims uit de middenklasse. Ramadan betekent in die huizen: een woonkamer vol maantjesdecoratie, een opengeslagen Koran op het dressoir met nog meer decoratie, lichtjes, adventskalenders voor de kleintjes en heel veel als iftar vermomde dinner parties met familie en vrienden.
Ramadan is, kortom, een soort cultureel-kapitalistische kerst geworden.
Je zou het als een indicatie kunnen zien dat het misschien langzaam voorbij lijkt te zijn met de diep-religieuze waanzin die na de aanslagen van 11 september 2001 over islamitische gemeenschappen heen denderde. Radicale imams kregen plotseling status en werden zelfs ingevlogen uit streng-islamitische landen. Meisjes die voorheen stiekem naar feestjes gingen in andere steden, droegen ineens een hoofddoek. En in het ergste geval: jongeren die als jihadist of terrorist definitief de overstap maakten naar de duistere zijde en mensenlevens verwoestten.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Voor vele islamitische Nederlanders van mijn (pech)generatie was die periode geen fraaie tijd: het opgroeien tot volwassene werd er niet leuker op. Onze ontwikkeling – klem tussen een wantrouwende samenleving en een religieuzer wordende omgeving – was bijzonder beperkt. Maar het ergste is nu hopelijk voorbij. Je kunt als gematigde of culturele moslim het leven weer oppakken en kitscherige versiering ophangen, zoals onze autochtone buren dat doen met kerst en Pasen.
Totdat je vervolgens leest hoe autochtone jongeren ook het religieus conservatisme zijn gaan omarmen. Sinds 2025 is er een trendbreuk in de ontkerkelijking onder nieuwe generaties. Gen Z-jongeren zijn nu religieuzer dan millennials. Imam Wierd Duk, tegenwoordig baardje-dragend, is al opgestaan om in te spelen op deze ontwikkeling: in december kondigde hij een nieuwe christelijk-conservatieve beweging aan. Een soort politieke christendom om de ‘cultuuroorlog’ tegen de ‘politieke islam’, woke en gekke feministen te winnen.
Ik voorzie een enorm succes, hoezeer FvD-jongeren Duk uitkotsen omdat hij nog geen antisemitisme aandurft – de kinderen van je revolutie zijn immers altijd radicaler. Zoals de leegte en eenzaamheid na 11 september voor islamitische jongeren de katalysator waren van een conservatieve beleving van hun religie, overheerst mogelijk hetzelfde gevoel onder jongeren in het Westen na de pandemie en jaren van worstelen met een somber toekomstbeeld.
De intentie, namelijk houvast in onzekere tijden, is begrijpelijk. Maar het risico bestaat dat zij doorslaan en zich 25 jaar later toch realiseren hoeveel tijd er verspild is aan het volgen van valse profeten voor tot politiek gemaakte religies. Terwijl ze ook gewoon met elkaar hadden kunnen vozen en feesten. Maar daar hebben jongeren ongetwijfeld geen boodschap aan, want: wie heeft jou wat gevraagd, millennial?
Ik vrees dus dat het nog even erger zal worden voordat het beter wordt. Toch gun ik deze jongeren in ieder geval de compassie die mijn generatiegenoten zelden kregen, want ik weet uit ervaring hoeveel worsteling dat had kunnen schelen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns