Home

‘Denken in aparte beschavingen is hardnekkig maar onhistorisch’

Josephine Quinn | hoogleraar Termen als ‘beschavingen’ en ‘culturen’ zijn „handig gereedschap”. Maar het is tijd om ze overboord te zetten, vindt Josephine Quinn. Want wat is ‘het Westen’ nu eigenlijk?

Josephine Quinn.

Josephine Quinn kan er nu om lachen, maar leuk was het niet. Op tournee in Amerika om haar boek te promoten sloeg ze sommige uitnodigingen bij nader inzien toch maar af. „Ik heb een paar festivals in het midden van het land afgezegd, omdat ik me er niet prettig bij voelde.” Voordat haar boek How The World Made The West (2024) in de boekhandel lag, hadden uiterst rechtse media en sites er de aanval al op geopend. Quinn: „Eentje meldde dat ik als Oxford-professor pleitte voor ‘genocide op het Westen’. Oh? Op welke pagina staat dat?” Toen het boek eenmaal was verschenen, verstomde de kritiek. „Maar ik wist niet zeker of ik wel mensen wilde ontmoeten die zo over het boek dachten of zoiets hadden geschreven.”

Haar boek, nu in het Nederlands vertaald, kreeg juichende recensies, ook in NRC, waar filosoof Michiel Leezenberg het prees als „een verfrissende kijk op een belangwekkend onderwerp”. Dat onderwerp is: het idee van een ‘westerse beschaving’ die zichzelf geheel en al uitvond terwijl de rest van de wereld nog in winterslaap was. Met een min of meer rechte lijn van Athene en Rome naar het huidige Londen en Parijs, en van Homerus en Plato naar Harry Mulisch en Andreas Kinneging.

Quinn (52), classica en nu hoogleraar in Cambridge, verwijst dat idee naar het rijk der fabelen op basis van een rijk tableau aan modern archeologisch en historisch onderzoek. In levendige, gedetailleerde hoofdstukken laat ze zien hoe ‘het Westen’ over een periode van 4.000 jaar (van grofweg 2500 voor tot 1500 na Christus) in contact stond met – en gevormd werd door – culturen van de Levant tot het Perzische Rijk en India. Uitgebreid gaat ze in op scheepvaart, handel en de verspreiding van het schrift, het alfabet en politieke organisatievormen.

„Mijn doelwit is het denken in gescheiden beschavingen”, zei Quinn bij een lezing in Amsterdam voor zo’n driehonderd belangstellenden. „Ik deconstrueer het idee van het Westen als een selfmade entiteit.” Het lijkt een weinig aanstootgevende relativering – en zeker geen culturele genocide – van het negentiende-eeuwse idee van een evolutie van beschavingen met de unieke westerse aan de top. Maar toch, wat was er dan wél uniek aan de Grieken en Romeinen? In een gesprek in haar hotel licht Quinn haar werk opgewekt en goedlachs toe.

U schrijft dat het denken in ‘beschavingen’ nog steeds de norm is. Zoals in Samuel Huntingtons The Clash of Civilizations (1996), met zijn indeling in afgegrensde beschavingsgebieden. Maar in de wetenschap is dat toch allang niet meer zo? Er is een heel vakgebied, world history, dat juist de nadruk legt op uitwisseling.

„Oh, er zijn absoluut historici die de zaken bekijken met meer nuance en oog voor complexiteit. Buiten het vak had je auteurs als de antropoloog David Graeber (1961-2020), al was die wel een beetje een outsider, die in The Dawn of Everything het eurocentrische idee van geschiedenis opschudde. Maar door de bank genomen is het denken in ‘beschavingen’ en ‘culturen’ toch nog echt hardnekkig. Zulke overkoepelende begrippen zijn nu eenmaal handig gereedschap in de academische wereld. Onderzoekers weten vaak heel veel van één onderwerp en dan houdt een indeling in ‘beschavingen’ de boel overzichtelijk. Je kunt dan zeggen dat je ‘Chinese schilderkunst’ bestudeert of ‘Griekse literatuur’.” Lachend: „Academici zijn net katten, ze voelen zich het veiligst in een hokje.”

In uw eigen vakgebied staan ingeburgerde opvattingen over de Grieken en Romeinen al decennia op de helling. De klassieken waren ons veel vreemder dan we graag denken, is vaak de les.

„Sommige classici proberen de klassieke wereld nu weer wat meer te begrijpen van binnenuit, bijvoorbeeld zoals Homerus erover sprak. Het idee daarbij is dat je ‘hodologisch’ te werk gaat, van het Griekse hodos (weg). Alsof je op weg bent en de route nog moet vinden. En dus niet cartografisch, met een helikopterblik alwetend het hele terrein overzien. Het geestige is dat je die veranderde benadering ook in ons dagelijks leven ziet gebeuren. We reizen met Google Maps in plaats van met een papieren landkaart en dan heb je geen idee meer van het grotere plaatje. Dat is een enorme verandering. Eigenlijk is het een heel antieke manier van je in de wereld begeven.”

Buiten de academie is het prijzen van de eigen superieure beschaving bezig aan een opmars. Trump, Poetin en Xi doen het allemaal.

„Ja, en dat is zeer verontrustend. Toen ik dit boek schreef dacht ik nog dat we te maken hadden met twee giftige manieren om over cultuur en beschaving te denken. Aan de ene kant is er het nationalistische idee dat er allerlei afgeronde beschavingen bestaan die horen bij homogene natiestaten. Een moslim in India of een Oeigoer in China heeft dan een probleem.

„Aan de andere kant heb je de populistische bewegingen die vinden dat het Westen ‘beter is dan de rest’. Met de oorlogen in Oekraïne en Gaza zie je een nog veel gevaarlijker idee opkomen, namelijk dat er op de keper beschouwd maar één beschaving bestaat en de rest van de wereld wordt bevolkt door barbaren. Je ziet het bij radicaal rechts in de VS en Europa. Poetin denkt het omgekeerde: er zijn beschavingen, alleen het Westen valt erbuiten want dat is decadent.”

Josephine Quinn: „Vóór de zeventiende, achttiende eeuw was er eigenlijk zelden sprake van Europa als een beschavingsbegrip.”

Heeft het denken in termen van beschavingen nog zin of vindt u dat we het maar beter kunnen afschaffen? Bent u een abolitionist?

Lachend: „Ik denk wel dat we beter af zouden zijn zonder dat begrip, zowel in de geschiedschrijving als in de politiek. Je kunt verbanden leggen tussen landen, steden, intellectuele ontwikkelingen, gemeenschappen zonder je op dat overkoepelende civilisatiebegrip te beroepen. Je moet dan meer denken in termen van netwerken, met soms onverwachte dwarsverbanden en kruisbestuivingen ook buiten Europa. Kijk naar India en Engeland, daar liggen zóveel historische, commerciële en technologische connecties. Terwijl het voor Indiërs nu steeds moeilijker wordt een visum te krijgen voor Engeland.”

In uw boek lijkt ‘het Westen’ vooral een negatief concept, een begrip waarmee Europeanen zich afzetten tegen de dreiging van de islam of later tegen de Ottomaanse Turken.

„Vóór de zeventiende, achttiende eeuw was er eigenlijk zelden sprake van Europa als een beschavingsbegrip. Mensen beleefden eerder het christendom als iets dan hen verbond, of de ‘christenheid’. Trouwens, ook dat had vaak een defensieve functie. Het christendom was tenslotte verjaagd uit zijn bakermat in West-Azië en moest in Europa overleven tegenover ‘valse godsdiensten’. Je ziet dat ook bij de klassieke Grieken, die hebben het heel weinig over zichzelf als ‘de Grieken’. Wel over ‘de Perzen’, de vijand. Waarbij ze heel goed beseften dat er allerlei Grieken waren die er helemaal geen moeite mee hadden onder Perzisch gezag te staan. Beschavingsnoties zijn heel vaak defensief.”

U bestrijdt dat er een rechte lijn loopt van de klassieken naar ons. Maar we hebben toch een Romeinse en Griekse culturele erfenis?

„Oh, zeker. Natuurlijk. Als je door Londen en Parijs loopt, sta je er oog in oog mee, die steden staan vol architectuur die is geïnspireerd op Griekse tempels, of althans op hoe wij dachten dat die eruit zagen. Mijn punt is, ook die Griekse tempels waren op hun beurt enorm schatplichtig aan anderen, aan Egyptische voorbeelden. De oudste Griekse tempels zagen er overigens heel anders uit dan wij die ons nu voorstellen, dat waren meer een soort lange hutten.”

Romeinse wetgeving, Griekse filosofie?

„Absoluut. Al was filosofie bij de Grieken nog iets heel anders dan het specialistische vak dat het nu bij ons is. Die klassieke erfenis is alleen zo sterk dat andere invloeden en manieren van denken erdoor worden weggedrukt. Terwijl er zóveel uit andere tradities komt: wiskunde uit India, schrift en alfabetten uit de Levant. Arabische geleerden hielden de filosofie van Aristoteles levend. Een beschaving, wil ik maar zeggen, is geen boom die in afzondering groeit.”

Over het behoud van Griekse kennis door Arabische vertalingen maakt u een ontnuchterende opmerking. U noemt het een mythe.

„De mythe is het idee dat zij Griekse kennis hebben gered die anders verloren was gegaan. Die teksten waren gewoon beschikbaar in de kloosters en archieven van Byzantium, het Oost-Romeinse Rijk dat pas in 1453 ten onder ging. Handschriften vonden in de veertiende en vijftiende eeuw via de grote havensteden hun weg naar West-Europa en de eerste drukkerijen. Er zijn maar een paar klassieke teksten die alleen in het Arabisch zijn overgeleverd, er is een erg interessante gids voor het huishouden met opmerkingen over de rol van vrouwen. En een werkje over fysiognomie, over wat iemands uiterlijk zegt over zijn karakter.”

Het belang van die vertaaltraditie wordt dus overschat?

„De waarde ervan was niet zozeer het behoud van Griekse teksten, maar met name de Arabische commentaren en intellectuele reflecties erop. Die waren voor lezers in het Westen buitengewoon spannend en gaven de aanstoot tot de wetenschappelijke opleving van de twaalfde eeuw. Het is ook de reden dat Europese geleerden trokken of verhuisden naar steden als Toledo of Palermo, waar ‘het gebeurde’. Dat moeten toen ongelooflijk levendige intellectuele steden zijn geweest.”

Noemt u nu eens één ding dat écht ‘westers’ is.

„Laat me even nadenken… Er móét iets zijn…”, zegt ze lachend. „Democratie als echt onderscheidend kenmerk, daar is veel voor te zeggen. Je kunt van de meeste elementen van de klassieke Atheense democratie wel voorlopers vinden in Babylonië of Syrië, maar je vindt ze nergens allemaal tegelijk. Het is echt doodzonde dat we dat Atheense model niet hebben kunnen vasthouden. Wat wij nu democratie noemen is maar een slap aftreksel ervan. In Athene werd over van alles beslist door burgers, vaak via getrapte vormen van loting. Veel inclusiever dan ons simpele meerderheidsstelsel van de helft plus één die voor iedereen beslist. We kunnen daar nog steeds van leren. Experimenten met burgerraden zoals in Ierland zijn een goede stap in de richting.”

Josephine Quinn: Het Westen. Een 4000-jarige geschiedenis. Vertaald uit het Engels door Maarten van der Werf en Brenda Mudde. Thomas Rap, 624 blz. 44,99 euro

U schrijft ook dat de Atheense democratie was gebaseerd op uitsluiting.

„Dat is ook zo, dat is de keerzijde. Vrouwen, vreemdelingen en slaven telden niet mee. Je kon als buitenstaander geen green card krijgen of ‘Grieks burger’ worden. Bij de Romeinen zie je bijna het tegendeel. Romein-zijn betekende dat je burgerrechten had, waar je ook geboren was. Zij ontwikkelden een idee van burgerschap dat niet etnisch of territoriaal is, maar politiek. Dat gaf een grote sociale mobiliteit. Het is een van de redenen dat het Romeinse Rijk zo succesvol was en zo lang heeft kunnen bestaan.”

Zou u ook een spiegelbeeldig boek kunnen schrijven over uw periode: ‘hoe het klassieke Westen de wereld maakte’?

„Hm, ik denk het wel. Mijn model gaat tenslotte uit van connecties en uitwisseling, daar zit wederkerigheid in. Neem de Gandhara-kunst in India, die is boeddhistisch met Griekse invloeden. We hebben lang gedacht dat die kunst een product was van de veldtocht van Alexander de Grote naar India. Inmiddels denken we dat ze van later datum is en uit de Romeinse periode stamt. Er is een prachtig Boeddha-beeld, de ‘Berenike-boeddha’, uit ongeveer 100 na Christus. Die heeft een Griekse gelaatsuitdrukking en is gemaakt van Turks marmer. Gevonden in een Egyptische tempel die is gebouwd door een Italiaan. Kijk, dat is toch een prachtig voorbeeld hoe alles samenkomt.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Source: NRC

Previous

Next