Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Twijfel, zei de Israëlische schrijver Etgar Keret een tijdje geleden in een interview, is een niet-bestaand woord geworden. ‘Twijfelaars stellen niks meer voor.’
Ik weet niet zeker of dat zo is. Zelf twijfel ik namelijk over de gekste dingen – mogelijk geen voor de hand liggende eigenschap voor iemand die columns schrijft. Soms krijgt mijn twijfel tijdens het schrijven de vorm van een opinie die zich kennelijk ergens in mij bevond. Op andere dagen tref ik onder al dat oppervlakkige geaarzel een dieper, wezenlijk gedub. Een enkele keer, vlak voor het in slaap vallen, begrijp ik ineens hoe radicaal mijn getwijfel in potentie is en welke baanbrekende inzichten over het menselijk bestaan eraan ten grondslag liggen, maar de details ervan ben ik de volgende ochtend altijd vergeten.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Helaas. Denk ik. De momenten waarop ik word overvallen door een gebrek aan twijfel zijn zeldzaam en meestal aanleiding tot een nieuwe plens geaarzel. Slechts bij hoge uitzondering haalt de zekerheid ongeschonden de kolommen van de krant.
Nu de nieuwe beleidsbepalers niet meer expliciet boosaardig of spectaculair inert lijken, zou je bijna vergeten dat er nog zoveel andere vormen van problematisch bestuur bestaan. Het half miljard dat volgens de kabinetsplannen moet worden bezuinigd op de gehandicaptenzorg, slaagt er niet in bij mij enige vorm van twijfel op te roepen.
Het komt hierop neer: de tweehonderdduizenden kwetsbaarste mensen in Nederland, de mensen die voor alles afhankelijk zijn van anderen, van ons dus eigenlijk, de mensen die niet in staat zijn hun stem te verheffen en wier begeleiders en verzorgers zelden op het Malieveld worden waargenomen omdat ze nu eenmaal niet gemist kunnen worden (zoals deze week nog in een ingezonden brief werd uitgelegd), de mensen die altijd anderen nodig zullen hebben in een wereld waarin de norm is dat iedereen het zelf maar een beetje moet uitzoeken, de mensen voor wie afkalvend intermenselijk contact onmiddellijk invloed heeft op hun kwaliteit van leven; die mensen kunnen wel met wat minder toe.
Columnist Merijn Oudenampsen van De Groene Amsterdammer telde 31 keer het woord ‘samen’ in het coalitieakkoord. Maar dat samen geldt natuurlijk nooit iedereen. Sterker nog: het geldt eigenlijk nooit de mensen over wie dit stukje gaat. Niet financieel, niet in gedachten en niet fysiek, want meervoudig beperkten worden in politieke uitruildiscussies niet alleen niet gehoord, ze worden ook daadwerkelijk niet gezien, want ze wonen ver weg, achter hekken, in buitengebieden.
Je moet al in de gehandicaptenzorg werkzaam zijn, of die praktijk – zoals ik – op een andere manier van nabij hebben meegemaakt, om in een paragraaf in een coalitieakkoord een tekort te ontwaren, angstaanjagender dan welk begrotingstekort dan ook.
Wie dat tekort eenmaal heeft gezien, ziet het overal en op alle niveaus: in de wijze waarop de griezels uit de Epstein-files luchthartig en zonder spellingcontrole kletsen over voor-wat-hoort-wat, en in de geamuseerde wijze waarop beleidsbepalers het voorstel van de Franse econoom Gabriel Zucman om vermogens van meer dan 100 miljoen euro met 2 procent te belasten, om zo de massale belastingontwijking van die groep te corrigeren, terzijde schuiven. Het is het nauwelijks nog bevraagde idee dat je van ‘samen’ ook zelf beter moet worden, en dat dat ‘beter worden’ uitsluitend in cijfers uit te drukken valt.
Zoals gezegd: ik twijfel over veel, maar niet over het antwoord op de vraag of dat idee klopt.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant