Protesten Iran In de nacht van 8 op 9 januari eindigt een demonstratie in de Iraanse stad Rasht in een dodelijke brand in een bazaar. NRC reconstrueert via openbare bronnen en getuigenissen wat er is gebeurd.
Demonstranten in de Emam-straat in Rasht, een paar honderd meter van de bazaar.
Langs de smalle straatjes van de Grand Bazaar van Rasht staan zilverkleurige schalen vol vis, vers gevangen in de Kaspische Zee. Van de honderden winkels is elk hoekje gevuld met koopwaar. De verdiepingen daarboven worden bewoond. Het is een typische Iraanse bazaar, een stad in een stad, bekend om de kleuren en geuren — het hart van Rasht.
Maar op vrijdag 9 januari hangt er enkel een brandlucht. Als M. die ochtend wakker wordt in het huis van haar tante in Rasht, in het noorden van Iran, ruikt ze het zelfs in haar slaapkamer. De avond ervoor, weet ze, zijn honderden Iraniërs de straat op gegaan om te protesteren tegen het regime.
Als ze later die dag met haar oom door Rasht rijdt, de stad waar ze is opgegroeid en die ze op haar 26ste verliet om in Duitsland te gaan wonen, neemt ze de schade in zich op. „Rasht is een prachtige stad. Maar die vrijdag was er niks van over.”
Later hoort M. dat de bazaar die nacht in vlammen is opgegaan. Met binnen mogelijk tientallen demonstranten.
NRC verzamelde en analyseerde samen met het Duitse weekblad Der Spiegel tientallen beelden van de demonstraties en de dodelijke brand in Rasht in de nacht van 8 op 9 januari. Ook zijn getuigenissen verzameld van Iraniërs die bij de brand aanwezig waren, uit Rasht komen of contact hebben met mensen in de stad. Alle beelden zijn op echtheid geverifieerd.
Sinds 28 december 2025 zijn er op honderden plekken in Iran protesten tegen het regime van ayatollah Ali Khamenei. De Iraanse Revolutionaire Garde slaat deze keihard neer; duizenden demonstranten zijn gedood. In een poging Iraniërs het zwijgen op te leggen, blokkeerden de autoriteiten het internet. Voor de rest van de wereld is het land op zwart gegaan.
Ook in Rasht braken demonstraties uit. Deze havenstad met zo’n 640.000 inwoners in de noord-Iraanse provincie Gilan, staat bekend om zijn Grand Bazaar: een openluchtmarkt met smalle stegen in het centrum, omringd door grote winkelstraten. Uit solidariteit met de demonstranten sloten meerdere winkeliers in de bazaar hun stalletjes – en zo werd de bazaar middelpunt van de protesten.
In december stapt M. op het vliegtuig naar Iran, waar ze twee maanden wil doorbrengen. Twaalf dagen later beginnen demonstraties in Teheran. In de Grote Bazaar daar sluiten winkeliers hun zaken en gaan de straat op. Al gauw verspreidt het protest zich over het hele land. Demonstranten eisen de val van de Islamitische Republiek.
Op woensdag 7 januari beginnen de protesten in Rasht. Honderden demonstranten drommen door de straten van de bazaar terwijl ze klappen en schreeuwen: „Wees niet bang, wees niet bang. Wij zijn samen” – zo is te zien op een video die is gedeeld op sociale media. Nog eens honderden Iraniërs sluiten zich later die dag bij de demonstranten aan.
Honderden mensen marcheren door de bazaar van Rasht op 7 januari.
Op donderdag 8 januari gaan nog meer inwoners van Rasht de straat op, net als andere Iraniërs aangemoedigd door Reza Pahlavi, de oudste zoon van de vroegere sjah van Iran. Hij roept hen via X op de strijd niet op te geven.
De demonstranten vormen een zeer diverse groep, vertelt M., die die dag op bezoek gaat bij haar tante en onderweg in de menigte terechtkomt. „Families, oudere mensen, kinderen − iedereen kwam samen met dezelfde wens: een normaal leven kunnen leiden. Het was een vreedzaam protest.”
De protestgolf groeit op 8 januari. In de Takhti-straat scanderen duizenden mensen: "Dit is ons laatste gevecht, Pahlavi keert terug."
Als ze bij haar tante is, merkt M. dat haar telefoonberichten niet meer aankomen. Het regime heeft het internet geblokkeerd.
„Daarna zagen we steeds meer politie de straat op gaan”, vertelt ze. „In eerste instantie durfden de autoriteiten niet terug te slaan, toen er nog zoveel grote groepen op straat waren. Maar in januari is het heel koud in Rasht, dus op een gegeven moment ging een groot gedeelte naar huis.” Toen begon de tegenaanval. „Ik besloot bij mijn tante te blijven slapen, ik durfde niet meer naar buiten. De geweerschoten waren keer op keer te horen. Het leek wel oorlogsgebied.”
Een eigenaar van een winkel in de bazaar is met zijn vrouw bij de demonstraties als de sfeer later in de avond omslaat. „In eerste instantie probeerden ze de menigte uiteen te drijven met traangas”, vertelt de man in een gesprek met Abdorrahman Boroumand Center for Human Rights via Telegram, dat is ingezien door NRC en Der Spiegel. ”We waren met zo’n tweeduizend man toen dat begon.”
De demonstranten zijn in de buurt van de bazaar als agenten van de Revolutionaire Garde beginnen te schieten op de menigte. Bij het horen van de schoten rennen veel demonstranten in paniek de steegjes in. De getuige besluit zich samen met zijn vrouw en twee gewonden die ze op straat aantreffen te verschuilen in een parkeergarage.
Ze zijn daar met zo’n twintig mensen, tot er traangasgranaten de ruimte in worden gegooid en ze naar buiten moeten om te ademen. „Toen we boven kwamen lag de straat vol lichamen. Het was niet te zien of die dood of levend waren.”
Dan ziet hij dat de bazaar in brand staat. „Ik besefte dat veel mensen hun toevlucht in de bazaar hadden gezocht. Toen het vuur groter werd, waren ze gedwongen naar buiten te komen en kwamen ze bij de gewapende schoften terecht.”
Getuigenverklaringen over hoe laat en waar de brand uitbrak verschillen, maar vrijwel alle getuigen zeggen dat het tussen acht en tien uur ’s avonds was en dat het vuur zich snel verspreidde. Volgens alle getuigen waren meerdere uitgangen afgesloten. Bij de enige uitgang die wel open was, stonden tientallen gewapende mannen te wachten. Het was een keuze tussen levend verbranden of beschoten worden.
„Een groep demonstranten liep naar buiten en werd meteen omsingeld”, vertelt een ooggetuige tegen Iran Human Rights Organisation, een internationale non-profit mensenrechtenorganisatie in Noorwegen. „Ze hielden hun handen opgestoken om zich over te geven, maar werden van dichtbij doodgeschoten.”
Ook de winkeleigenaar die zich met zijn vrouw in de parkeergarage had verscholen, ziet hoe demonstranten noodgedwongen de bazaar verlaten naarmate het vuur zich verder verspreidt. „In een fractie van een seconde werden ze allemaal neergeschoten. Het was verschrikkelijk om te zien. Mensen werden voor mijn ogen uitgemoord.”
Hoeveel mensen achterbleven in de brandende bazaar, is niet bekend.
In gesprekken over de brand in de bazaar verwijzen Iraniërs keer op keer naar de aanslag op Cinema Rex. Deze bioscoop in Abadan, een stad in het zuidwesten van Iran, werd op 19 augustus 1978 overgoten met benzine en in brand gestoken terwijl honderden mensen binnen een film aan het kijken waren. Alle uitgangen waren door de daders geblokkeerd. De aanslag, waarbij tussen de 377 en 470 mensen omkwamen, was een belangrijke aanleiding voor het uitbreken van de Iraanse revolutie van 1979.
De Iraanse autoriteiten haastten zich indertijd om de oppositie de schuld te geven van het bloedbad. Maar volgens ayatollah Ruhollah Khomeini had geen enkele vrome moslim de brand kunnen veroorzaken en was de sjah, Mohammad Reza Pahlavi, destijds leider van Iran, verantwoordelijk. Een groot deel van de bevolking geloofde hem, waarna het verzet tegen de sjah groeide.
Volgens veel Iraniërs reageert het huidige regime op vergelijkbare wijze op de brand in de Grand Bazaar van Rasht. Een dag erna verspreidde het regime dronebeelden van de zwartgeblakerde markt, met als boodschap: dit hebben de demonstranten zelf gedaan.
Dronebeelden gedeeld door het Iraanse regime tonen de omvang van de schade.
Als M. op vrijdag 9 januari ’s middags met haar oom door de stad rijdt, ziet ze in de hele stad „sporen van brand”. „Winkels, moskeeën en huizen waren deels of helemaal verwoest. Toen we langs de bazaar reden zagen we dat tientallen winkels waren platgebrand.” Ze maakt video’s en foto’s, maar verwijdert deze achteraf weer van haar telefoon uit angst voor controles door de Revolutionaire Garde.
Een video gedeeld op sociale media laat de schade in Rasht zien.
Hoewel Iraniërs amper contact kunnen leggen met landgenoten, wordt − zodra iemand even internetverbinding heeft − online informatie gedeeld met de rest van de wereld over doden en gewonden.
Die avond gaan er opnieuw mensen protesteren. „Vanaf zes uur ging de straatverlichting overal in de stad uit. Gewapende mannen stroomden de straat op”, zegt een getuige tegen Iran Human Rights in een geluidsfragment. De man, een inwoner van Rasht, meent aan hun uniformen leden te herkennen van de Iraanse Revolutionaire Garde, de zedenpolitie en de Basij-militie – een vrijwilligerskorps dat vaak wordt ingezet om demonstraties uiteen te slaan. „Het was angstaanjagend. Ze waren genadeloos. Ze schoten op auto’s, motorrijders en voetgangers. Iedereen die er was werd beschoten.”
Op deze geverifieerde video van 8 januari is te horen hoe wordt geschoten in de Moalem-straat. Een man schreeuwt: "Ze hebben een jongen beschoten."
De eerste dagen na de brand in de bazaar is nog veel onduidelijk over de toedracht. In de weken die volgen komen steeds meer beelden over de demonstraties online. Langzaam wordt duidelijk hoe groot het bloedbad in Rasht was. Op satellietbeeld is te zien waar de brand zich heeft verspreid.
Op satellietbeeld is de omvang van de brand te zien. De kern van de bazaar is voor een groot deel zwartgeblakerd.
Beelden uit ziekenhuizen tonen slachtoffers die zijn beschoten met hagel. Op beelden uit mortuaria is te zien hoe honderden lichamen op elkaar gestapeld op de grond liggen, binnen en buiten. Veel van de doden zijn in hun gezicht geschoten.
NRC sprak een vrouw die in 2018 vanuit Rasht naar Nederland kwam. Op 21 januari heeft ze kort telefonisch contact met een vriend die bij de demonstraties was op 8 en 9 januari. Het gesprek, via spraakberichten op WhatsApp, is ingezien en beluisterd.
„We zagen ineens allemaal mensen in zwarte kleding die gericht op ons begonnen te schieten. De rechterkant van mijn lichaam werd doorzeefd met kogels.” Op een röntgenfoto die hij een dag later laat maken en opstuurt naar zijn vriendin in Nederland, zijn op zeven plekken in zijn hoofd en nek en op drie plekken in zijn elleboog stukken hagel te zien. „Alle mensen die hun handen omhoog hadden en op die manier de brand ontvluchtten, zijn beschoten. Ik haat mezelf dat ik nog leef.”
De witte puntjes op de röntgenfoto’s tonen stukken hagel.
De rechterarm van de man.
Volgens de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human Rights Activists News Agency (HRANA) zijn sinds 8 januari ten minste 392 Iraniërs in Rasht gestorven. .
„De zondag na de demonstraties gingen we naar de Bagh-e Rezvan-begraafplaats buiten Rasht”, vertelt een getuige. „Het was zo vol met nabestaanden dat de ingang op slot was gedaan. Er stond een kilometerslange file.” Volgens de getuige werden die dag rond de vijfhonderd lichamen binnengebracht.
NRC kon dit aantal niet verifiëren. Wel is op een video te zien hoe lichamen in een vrachtauto naar de Bagh-e Rezvan-begraafplaats worden gebracht en nabestaanden in een container klimmen op zoek naar hun geliefden. Volgens een andere getuige waren de lichamen in de koelwagens naakt op elkaar gestapeld.
Videostill van een vrachtwagen op de begraafplaats Bagh-e Rezvan.
Ook M. bezoekt de Bagh-e Rezvan-begraafplaats om het graf van een familielid, dat daar al langer ligt, te bezoeken voor ze terugkeert naar Duitsland. Met een andere bezoeker kijkt ze naar begrafenismedewerkers die verderop aan het graven zijn. „Ze zijn meer graven aan het voorbereiden”, zegt de vrouw tegen M. „Zodat ze vanavond weer nieuwe mensen kunnen begraven.„
Tips? onderzoek@nrc.nl
Deze reconstructie is gebaseerd op gezamenlijk onderzoek door journalisten van NRC en Der Spiegel. De auteurs verzamelden zeven getuigenissen van mensen die in Rasht waren tijdens de protesten; sommigen van hen zijn het land inmiddels ontvlucht. Daarnaast spraken de auteurs acht Iraanse Nederlanders die informatie van familie en vrienden uit Iran doorstuurden. De volledige naam van M. is bekend bij de redactie.
Vanwege de internetblokkade is het zeer gecompliceerd om mensen in Iran te spreken. Via mensenrechtenorganisaties Iran Human Rights Organisation en Abdorrahman Boroumand Center for Human Rights ontvingen de auteurs echter twee verklaringen van getuigen die bij de demonstraties aanwezig waren en nog steeds in Rasht verblijven. Deze getuigenissen kwamen overeen met die van de anderen.
Alle beelden die voor dit verhaal zijn gebruikt zijn door NRC en Der Spiegel op basis van openbronnenonderzoek [osint] geverifieerd. Het verificatieproces richt zich op de authenticiteit van het beeld, de datum en de exacte locatie waar het is opgenomen. Deze beelden zijn vervolgens vergeleken met de getuigenissen.
Om de locatie van beeldmateriaal te verifiëren, vergeleken de auteurs opvallende details zoals gebouwen, opschriften op borden en begroeiing in de video’s met referentiebeelden van de omgeving. Hiervoor is gebruik gemaakt van onder andere satellietbeelden, Google Street View en het Iraanse kaartplatform Neshan. Ook zijn oudere beelden van de vermoedelijke locaties gebruikt. Geïnterviewden uit Rasht hielpen ook bij de geolocatie.
Daarnaast is gecontroleerd of de vegetatie, het weer en de zichtbare omgevingskenmerken overeenkwamen met de aangegeven tijd van het jaar en is het materiaal vergeleken met oudere referentiebeelden om eventuele veranderingen aan de locatie, zoals brandschade of structurele aanpassingen, te dateren.
Source: NRC