Ruim anderhalf miljoen inwoners van Noord-Nederland werden woensdagochtend wakker met het geluid van een NL-Alert vanwege code rood in hun provincie. Maar hoe gaat het versturen van zo'n waarschuwingsbericht eigenlijk in zijn werk?
Het was ongeveer 4.30 uur toen Linda van der Heide woensdag werd gebeld door de meldkamer Noord-Nederland. Ze was als woordvoerder van Veiligheidsregio Drenthe verantwoordelijk voor de communicatie rondom de barre weersomstandigheden in haar provincie.
"De meldkamer vertelde dat het KNMI had laten weten dat er code rood was uitgegeven", zegt Van der Heide. "Die berichten hebben wij toen als veiligheidsregio gedeeld, onder meer met regionale media. Zo bereiken wij onze inwoners."
Maar kort na 6.15 uur kwam toch het besluit een stap verder te gaan en een NL-Alert uit te sturen. Vlak daarvoor zat Van der Heide in een overleg met de veiligheidsregio's Groningen en Fryslân. "Toen werd besloten een NL-Alert te versturen, vooral omdat we inschatten dat op dat moment veel mensen wakker werden", zegt ze. "Dat was ook wel nodig, want snelwegen waren veranderd in ijsbanen."
Die timing is erg belangrijk, benadrukt Van der Heide. Verstuur je zo'n bericht drie uur later, dan zit iedereen al in de auto en heeft het geen zin meer. "Dit leek ons een goed moment. We wisten: we maken mensen wakker, maar voorkomen zo wel dat mensen al de weg opgaan."
Een NL-Alert wordt verzonden als er sprake is van een incident waarbij het publiek meteen moet handelen, er kans is op maatschappelijke ontwrichting of er acuut gevaar voor de gezondheid is. Ook moet de overheid een handelingsperspectief kunnen geven, legt een woordvoerder van het ministerie van Justitie en Veiligheid uit.
Dat laatste betekent dat er in een NL-Alert aanwijzingen moeten staan voor burgers om te kunnen opvolgen. In het geval van code rood in Noord-Nederland is dat bijvoorbeeld: "Blijf binnen." Bij een grote uitslaande brand kan het advies zijn: "Hou je ramen en deuren gesloten."
"In de regel geldt dat gezond verstand leidend is", zegt Ira Helsloot, hoogleraar Bestuur en Veiligheid aan de Radboud Universiteit. Hij is niet betrokken bij NL-Alert. "De beslisboom is een hulpmiddel. Eigenlijk geldt altijd: denk vooral goed na en doe wat verstandig is." De criteria voor het versturen van een NL-Alert zijn dan ook niet wettelijk vastgelegd, zegt Helsloot.
Er is niet één persoon die standaard de knoop doorhakt of er een NL-Alert moet worden verstuurd, zeggen Helsloot en Van der Heide. Dat hangt af van het incident. Bij een grote brand kan het bijvoorbeeld de coördinator van de brandweer ter plaatse zijn.
Vervolgens is het aan de gemeenschappelijke meldkamer van politie, brandweer en ambulance om het NL-Alert te versturen. In Drenthe is dat standaard de calamiteitencoördinator, die verantwoordelijk is voor het overzicht bij grote incidenten. Die persoon bepaalt de inhoud van het NL-Alert en drukt uiteindelijk op de knop.
Vervolgens gaat er een signaal vanuit de meldkamer richting zendmasten in het gebied waar het incident plaatsvindt. "Dat kan tegenwoordig vrij nauwkeurig", zegt Van der Heide. Dat gebeurt met behulp van een zogenoemde cellbroadcast, die ervoor zorgt dat berichten ook aankomen als het mobiele netwerk overbelast is.
Die zendmasten zorgen ervoor dat alle mensen in het rampgebied een bericht krijgen, waarbij hun telefoon gaat trillen en een hard geluid maakt - ook als het apparaat op stil staat. NL-Alert omzeilt namelijk de geluidsinstellingen van je telefoon. Dat gaat soms om wel honderdduizenden mensen.
Het is woensdag precies dertien jaar nadat de eerste NL-Alert werd verstuurd. Sindsdien zijn er honderden alerts verstuurd voor allerlei incidenten. De vraag is: heeft dat effect? Uit een onderzoek van Ipsos in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid blijkt dat ruim de helft (52 procent) van 931 ondervraagden die weleens een NL-Alert hadden gekregen gevolg gaven aan het advies in dat bericht.
Buitenlandse onderzoeken - NL-Alert is niet 'typisch Nederlands' - laten een vergelijkbaar beeld zien, zegt hoogleraar Helsloot. Mensen zijn geneigd het advies van een NL-Alert op te volgen als ze zich doordrongen zijn van een bedreigende situatie. Daarvoor is het belangrijk dat ze ook echt zien wat er aan de hand is, bijvoorbeeld de rook bij een brand. "Als dat zo is, volgen ze vrijwel altijd het advies uit het NL-Alert op", zegt Helsloot.
Een NL-Alert is voor veel mensen zo uitzonderlijk, dat ze het vrijwel altijd serieus nemen, zegt hij. Een effect van inflatie, waarbij mensen alerts minder serieus nemen naarmate er meer verstuurd worden, is er volgens hem niet. "Dat is wel zo bij weercodes (van het KNMI, red.), omdat die veel vaker worden verstuurd. Dit is bovendien geen systeem om te waarschuwen, maar om informatie te geven over hoe mensen moeten handelen."
Dat NL-Alerts nuttig zijn, bleek woensdag opnieuw. "Ik las vanochtend op RTV Noord dat bergingsbedrijven het rustig hadden nadat het NL-Alert was verstuurd", zegt woordvoerder Van der Heide. "Dat geeft aan: er waren dus mensen die toch de weg op waren gegaan." Na het NL-Alert kozen mensen het zekere voor het onzekere.
Source: Nu.nl algemeen