In zijn boek Lang zal ik lekker leven toont opiniepeiler Peter Kanne hoe de genotzuchtige Nederlander zich tevreden terugtrekt in zijn eigen wereldje, terwijl hij belaagd wordt door rampspoed en ellende: ‘Mijn generatie staat aan het begin van de verweking die ik beschrijf.’
is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.
De Nederlander is een genotzuchtige individualist die weinig ambitie heeft, zichzelf chronisch ziek eet en drinkt, er onbekommerd op los vliegt, verslaafd is aan sociale media, nauwelijks gesprekken voert met mensen van buiten zijn bubbel, weinig bereid is zichzelf te verdedigen als er oorlog komt en intussen uiterst tevreden is met zijn leventje.
Dat is het beeld dat opdoemt uit Lang zal ik lekker leven (ondertitel: De genotzuchtige Nederlander: van ik-verslaving naar wij-gevoel) van Peter Kanne (61) dat donderdag verschijnt. Nederland is verwend en verweekt, aldus de diagnose die Kanne stelt nadat hij zijn thermometer uit de samenleving heeft gehaald. En heeft boter op het hoofd, want ‘we’ mogen dan denken dat we het hartstikke goed hebben, intussen komen er ‘enorme uitdagingen’ op ons af.
In zijn appartement op het KNSM-eiland in Amsterdam somt Kanne, opiniepeiler voor onderzoeksbureau Ipsos I&O, er een paar op: ‘De dreiging van oorlog. Democratisch verval. De klimaatcrisis. Nieuwe pandemieën. De economie, niet te vergeten: onze productiviteit groeit niet voldoende waardoor onze welvaart zwaar onder druk staat.’
Welke dreiging is de grootste?
‘Dat is net zoiets als vragen wat mijn lievelingslied van de Beatles is. De dreiging van oorlog is natuurlijk heel creepy en kan ons op korte termijn naar de afgrond brengen. Maar op de langere termijn is de klimaatcrisis veel ernstiger.’
‘Genotzuchtige Nederlander raakt slaapwandelend achterop in de wereld’, luidde in december 2024 de kop boven een opiniestuk van Kanne in de Volkskrant. Donald Trump was net weer verkozen tot president van de Verenigde Staten, Europeanen zeiden bezorgd tegen elkaar dat ze economisch en militair op eigen benen moesten staan. Maar gaat dat wel lukken, vroeg Peter Kanne zich in zijn stuk af, ‘of, als we het dichter bij huis houden: zijn Nederlanders hiertoe bereid en in staat?’
Hij gaf ook het antwoord: nee. ‘De post-babyboomgeneratie heeft nauwelijks iets meegemaakt: geen oorlog, nauwelijks armoede, geen grote natuurrampen. Er is weinig weerbaarheid opgebouwd.’
Dat opiniestuk vormde het vertrekpunt voor Lang zal ik lekker leven. In acht hoofdstukken, met titels als ‘De welvarende Nederlander’ en ‘De weerbare Nederlander’, schetst Kanne de stand van het land op zo’n beetje alle denkbare terreinen, onderbouwd met veel cijfers en citaten uit recent verschenen boeken, artikelen en opinieonderzoek van Ipsos I&O. Het beeld stemt zoals gezegd niet vrolijk.
Toch begint Kanne zijn boek met een aantal opgewekte mededelingen. In het Westen zijn de welvaart, het opleidingsniveau en de gezondheid gegroeid en verbeterd, waardoor de levensverwachting flink is gestegen. In de lijstjes die zaken als geluk, veiligheid en gezondheid meten, staat Nederland steevast bovenaan. Toch zijn Nederlanders welvaartshypochonders, schrijft Kanne: voortdurend bang dat ‘het de verkeerde kant opgaat’.
Een rode draad in het boek is dat Nederlanders zo verweekt en verwend zijn dat ze uitdagingen zoals een oorlog niet aan zullen kunnen. Maar in de jaren dertig was van verweking nog geen sprake. Toch lag een deel van de Nederlanders ook toen met de pootjes omhoog zijn buren te verraden.
‘Toen waren we ook onvoldoende weerbaar. En ook als iedereen nu gaat doen wat ik zeg, garandeert niets dat we niet alsnog overlopen worden. Maar de bereidheid onder jongeren om te vechten is nu lager dan ooit. Dat is zorgwekkend. Net als het gegeven dat mensen steeds minder gezag tolereren. Maar in een oorlogssituatie zul je dat wel moeten doen.’
Ben je zelf in dienst geweest?
‘Nee, ik heb me eruit geluld. Laat ik vooropstellen dat ik geen modelburger ben. Er zijn dingen die ik doe en er zijn dingen die ik niet doe.’
Waarom wilde je niet in dienst?
‘Mijn generatie staat aan het begin van de verweking die ik beschrijf. Mijn ouders hebben nog armoede meegemaakt maar zijn later geld gaan verdienen, ik heb in financieel opzicht een gemakkelijk leven gehad.
‘Toen die dienstplicht speelde, was het de tweede helft van de jaren tachtig, ik was net klaar met mijn studie aan de Sociale Academie in Leeuwarden. Daar zaten alleen maar pacifisten, de omgeving was zeer soft. Mijn eindscriptie ging over mannenemancipatie. Het hele idee dat je in een leger zou gaan en zou vechten… Ik kende niemand die dat deed.’
Want dan was je een soort nazi.
‘Eigenlijk wel. Wat je zei over vrouwen, hoe je dacht over dingen: dat lag behoorlijk vast hoor. Links is nu een scheldwoord maar toen was het de norm. Links was oké, rechts was fout.’
Waarom stoort die verweking je zo? Mensen hebben het goed en zijn tevreden: is het niet vrij calvinistisch daar iets op tegen te hebben?
‘Calvinistisch, die had ik nog niet gehoord. Wel dat ik moralistisch zou zijn. Maar wat is er mis met moralisme? Ik vind het jammer dat moralisme deze samenleving zo weggesijpeld is. Niemand durft nog moralistisch te zijn, politici zijn het veel te weinig, journalisten ook, in talkshows wordt alles maar weggelachen, door mensen die vooral grappig en gelikt proberen te zijn.’
Een andere rode draad in het boek: Nederlanders denken dat ze vrij zijn, maar in feite liggen ze aan het infuus van de markt.
‘Vrijheid geldt zo’n beetje als belangrijkste waarde in deze samenleving, het begrip wordt te pas en te onpas gebruikt – maar ook misbruikt. We denken dat we geheel uit vrije wil het lekkere leventje leiden dat we leiden. Intussen zitten we in een systeem dat ons op alle manieren verleidt, met ultrabewerkt voedsel, genotsmiddelen, noem maar op.’
Hoe komen we daaruit?
‘Door zelf na te denken. Denk na en handel, dat is eigenlijk mijn boodschap.’
Daarmee leg je de verantwoordelijkheid bij het individu. Moet de overheid als het gaat om bijvoorbeeld de voedingsindustrie niet veel strenger worden?
‘Ja, dat schrijf ik ook wel, bijvoorbeeld als het gaat over het Nationaal Preventieakkoord dat Rutte in 2018 sloot; daar ben ik heel kritisch over. Ik denk niet dat het bedrijfsleven uit zichzelf dingen gaat veranderen, daar heb je dus de overheid voor nodig. Maar we hebben zelf ook hersenen. Dat is continu de balans die je zoekt: wat doet het collectief en wat kun je als individu?’
Een grote bron van ergernis voor jou is de elektrische fiets; 40 procent van de Nederlanders heeft er een.
‘Als je daardoor kunt blijven fietsen moet je er natuurlijk een aanschaffen. Maar ik erger me kapot aan die jongeren die mij op hun fatbikes en Van Moofs links en rechts inhalen. Ik moest vroeger elke schooldag van Joure naar Sneek fietsen, daar deed ik drie kwartier over, en dat was gewoon een gegeven. Je kon ook met de bus, maar dat deed niemand.’
Toch ben jij niet in dienst gegaan.
‘Het zit je dwars hè.’
Mijn punt is: we wéten niet hoe de verweekte mens reageert als de nood aan de man komt.
‘Maar ik weet wel dat veel jonge mensen nog geen band kunnen plakken. Veel jongeren kunnen niet koken. Ze gaan niet op hun 18de op zichzelf wonen maar blijven nog lang bij hun ouders plakken. Soms hebben ze daar goede redenen voor; soms vinden ze het gewoon lekker. Die elektrische fiets is natuurlijk een schitterende metafoor voor de weerbaarheid van de Nederlander. Je moet als jong mens weerstand hebben om te kunnen groeien. Je moet vallen om te kunnen opstaan.’
Jongeren krijgen er in het boek behoorlijk van langs. Zo maken ze zich meer zorgen om het klimaat dan ouderen, maar stoten ze intussen meer CO2 uit. Maar jouw – en mijn – generatie heeft die jongeren opgevoed.
‘Dat is helemaal waar. Mijn generatie heeft het af laten weten. Wij zijn de eerste generatie die heeft geprofiteerd van al die welvaart, en we hebben onvoldoende gedaan om de generatie na ons toe te rusten. Al heb ik mijn twee zoons wel geleerd hoe ze een band moeten plakken. En als ze iets wilden hebben, moesten ze ervoor sparen.’
Onze economische groei ligt al jaren rond de 1 procent, lager dan het EU-gemiddelde. Met name jongeren en vrouwen zouden wat meer moeten werken, schrijf je. Waarom moet die groei omhoog?
‘Omdat we meer groei nodig hebben om onze voorzieningen in de lucht te houden en te kunnen vernieuwen. Om onze infrastructuur overeind te houden. Om de wachtlijsten in de zorg te laten verdwijnen. Om te zorgen dat er voldoende onderwijs is, dat er wetenschap blijft; ga zo maar door. Er zijn maar een paar knoppen om aan te draaien: meer en efficiënter werken maken daar deel van uit.’
Je kunt ook je manier van leven aanpassen aan minder groei.
‘Dat hoor ik vaak, degrowth als oplossing, maar ik zie het niet gebeuren. Ik geloof helemaal niet dat mensen kúnnen minderen. Mijn advies aan twintigers en dertigers zou zijn: ga nou eens minder flauwekuldingen doen en in plaats daarvan een half dagje meer werken. Maar goed, ik ga het land niet besturen.’
Daarover gesproken: we kennen je als opiniepeiler, hoe verhoudt dit boek zich tot je werk?
‘In mijn rol als opiniepeiler moet ik neutraal en onafhankelijk zijn, maar dit boek maak ik op persoonlijke titel. Ik heb veel onderzoek gedaan, daarin meen ik iets te zien dat belangrijk is, en ik wil meer dan daarover rapportjes blijven schrijven. Wat ik tegen andere mensen zeg is dit: zet een stap naar voren. Kijk om je heen en probeer iets te veranderen; dat zeg ik dus ook tegen mezelf. Dit boek is mijn poging daartoe.’
Welke politieke partij staat het dichtst bij wat je in je boek betoogt?
‘Dat is dus niet wat ik zelf stem hè. Maar toen ik klaar was met schrijven kwamen de verkiezingsprogramma’s binnen. Bij het CDA-programma zag ik wel parallellen. Ik zeg voor de grap weleens: het is een soort CDA-programma zonder C.’
Links is het in elk geval niet.
‘Nee. Links heeft een soort zieligheidsobsessie. Politici aan de linkerkant zijn continu bezig met pappen en nathouden en doen alsof mensen die het sociaal-economisch moeilijk hebben, heel zwakke mensen zijn. Rechts heeft weer geen hart, daar denken ze dat de meritocratie helemaal geslaagd is; als je maar hard genoeg je best doet, kom je er wel. Rechtspopulisten ontkennen de werkelijkheid, die doen aan fact free politics, heel kwalijk. De enige stroming die het maatschappelijk middenveld en de gemeenschap centraal stelt, is die van de christendemocraten. In die zin is dit boek ook wel een vorm van kleur bekennen.’
Lang zal ik lekker leven van Peter Kanne verschijnt op 5 februari bij uitgeverij Meulenhoff (264 pag., €21,99).
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant