Home

Opinie: Er is een wil, er is een wet, dus waarom verstrekken huisartsen de abortuspil amper zelf?

Huisartsen in Nederland mogen de abortuspil nu ruim een jaar officieel voorschrijven. Toch is slechts 3,5 procent nu bevoegd. Dat terwijl vroege abortuszorg bij uitstek thuishoort in de huisartsenpraktijk.

Stel je voor: je komt erachter dat je ongewenst zwanger bent. Of eigenlijk, dat je overtijd bent – een week geleden had je moeten menstrueren. Je gaat naar je huisarts op de hoek en wordt doorverwezen naar een abortuskliniek. Daar kun je pas over een week terecht. De kliniek is een uur reizen. Balen, dan moet je oppas regelen voor je kinderen. Intussen zit je thuis met een lichaam dat elke dag verandert. Hoe fijn zou het zijn als je huisarts je kon helpen, vertrouwd, dichtbij huis?

Ruim een jaar geleden kreeg elke huisarts officieel de bevoegdheid om de abortuspil voor te schrijven. Toch blijkt slechts 3,5 procent van de ruim 16 duizend huisartsen in Nederland daadwerkelijk bevoegd, terwijl 35- tot 50 procent zegt dat ze dat wél zouden willen. De wet is er dus, maar in de praktijk blijft de drempel hoog.

Over de auteurs

Alina Chakh is jurist en voorzitter bij Ava, de Nederlandse cliëntenbelangenorganisatie voor anticonceptie en abortus. Eva de Goeij is neurobioloog en oprichter van Ava. Laura van Stein is psycholoog en bestuurslid bij Ava.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Dat is opvallend, want abortuszorg sluit steeds beter aan bij de huisartsenpraktijk. Mede dankzij ultravroege zwangerschapstesten, ontdekken mensen hun zwangerschap eerder, waardoor abortussen vaker in een vroeg stadium plaatsvinden. Waar in 2016 nog een kwart van de abortussen bij zes weken of eerder plaatsvond, was dat in 2024 de ruime meerderheid. Voor patiënten is dat prettig: een zeer vroege afbreking is minder ingrijpend, met een kleiner risico op complicaties en ook mogelijk zonder echo vooraf. Precies het soort zorg dat in de eerste lijn thuishoort.

Centrale rol

Dit alles betekent niet dat klinieken overbodig zijn. Integendeel, voor instrumentele abortussen en voor complexe zorg blijven gespecialiseerde klinieken onmisbaar. Het is dan ook cruciaal dat de overheid klinieken goed blijft financieren.

Maar de huisarts speelt nu ook al een centrale rol. Nog vóórdat huisartsen de abortuspil mochten voorschrijven, ging het merendeel van de mensen met een ongewenste zwangerschap eerst naar de huisarts. De huisarts is vertrouwd, dichtbij en vaak het eerste aanspreekpunt. Zeker voor mensen die ver van een kliniek wonen kan de huisarts een wereld van verschil maken. Bovendien is het voor patiënten prettig om gedurende het hele abortusproces met dezelfde hulpverlener te maken te hebben. Internationaal onderzoek laat zien dat abortuszorg in de eerste lijn inderdaad de toegankelijkheid vergroot. Vrouwen kunnen sneller terecht, met minder reistijd, wachttijd en kosten.

Een vergelijking met andere zorgvormen laat bovendien zien dat deze verschuiving logisch is. In het midden van de jaren ’90 werd de overheveling van diabetes type 2-zorg naar de huisarts niet meteen enthousiast ontvangen. Men vreesde voor kwaliteitsverlies en overbelasting. Tegenwoordig geldt deze verplaatsing juist als een succes: de zorg werd toegankelijker en beter afgestemd op de patiënt. Het laat zien dat zorg dichter bij huis, wanneer zorgvuldig georganiseerd, een vooruitgang is. Waarom zou dat bij vroege abortuszorg anders zijn?

Onwennig

Natuurlijk zijn er bezwaren, zoals tijdgebrek. Een eenvoudige rekensom nuanceert dit beeld: het gaat gemiddeld om ongeveer twee abortussen per huisarts per jaar. Ook het volgen van de e-learning om de abortuspil voor te mogen schrijven, kost slechts enkele uren. Een ander gehoord bezwaar is dat de zorg te complex zou zijn, of dat huisartsen er te weinig ervaring mee hebben. Maar huisartsen begeleiden al jaren miskramen, zorg die medisch vergelijkbaar is met abortus.

Dat abortus voor sommige huisartsen nog onwennig voelt, is begrijpelijk. Abortus is geen standaard onderdeel van de geneeskundeopleiding en staat onterecht in het Wetboek van Strafrecht. Artsen uit verschillende disciplines spreken zich hier afgelopen jaren al over uit: abortuszorg hoort gewoon thuis in het medisch curriculum. Die beweging is dus al gaande.

Huisartsen, bewegen jullie mee? Al minstens vijfhonderd collega’s laten zien dat het kan. Word zichtbaar, wees niet stil en inspireer anderen. Patiënten hebben jullie nodig. Jullie inzet maakt het verschil in toegang tot deze urgente en hoogstpersoonlijke zorg. Vrouwen zullen jullie dankbaar zijn.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next