Kaalheid, het was voor Julius Caesar al reden om voortdurend een lauwerkrans te dragen. Die schaamte verdween nooit, wel is het inmiddels makkelijker te bestrijden: anno 2026 zijn vluchten voor haartransplantaties in Istanbul volgeboekt. V kocht een ticket en sprak de reizende mannen.
is boekenrecensent voor de Volkskrant.
Op stoel 14a krabt een man aan zijn hoofd. Omdat zijn donkere haar nog maar een klein deel bedekt van het oppervlakte dat moeder natuur er ooit voor had bedoeld, is hij daarna zeker tien seconden bezig zijn kruin opnieuw te camoufleren. Met zijn linkerhand veegt hij zijn overgebleven haren opzij, maar het lukt nauwelijks. Of eigenlijk lukt het niet. Schuin voor hem, op stoel 15c, zit nog een kalende man met naast hem een man met een petje op.
‘Dear passengers, this is your captain speaking’, klinkt het door de intercom. ‘The local time in Istanbul is 1700 hours.’ De vlucht met Ajet, de budgetmaatschappij van Turkish Airlines die in de volksmond ook wel Turkish Hairlines wordt genoemd, zit er bijna op. De man op 14a krabt nog een keer op zijn kale kruin, hopelijk voor de laatste keer.
‘Ik denk dat er ongeveer een miljoen mensen per jaar naar Istanbul komen voor een haartransplantatie’, zegt Lieselotte de Wolf even later op de parkeerplaats van het vliegveld. ‘Vooral in de winter. Je mag na een haartransplantatie een paar maanden niet zwemmen, dus nu is het verreweg het drukst. Kijk, daar is ons busje. We gaan straks eerst naar het hotel, lekker slapen, en morgenochtend worden jullie om 7.00 uur opgehaald richting de kliniek.’
Lieselotte de Wolf (32) is de eigenaar van Hair Clinic Wolf, een in Prinsenbeek gevestigde kliniek die zowel haartransplantaties uitvoert in Nederland, als zogenoemde transplantatiereizen aanbiedt naar Istanbul. Daarmee begon ze toen ze in 2019 zelf zo’n reis ondernam samen met haar toenmalige vriend. ‘Absurd was dat’, zegt ze. ‘Pure massaproductie. Geen enkele patiënt had een naam, ze waren enkel een nummer, die eerst de ene kant op werden gestuurd, vervolgens de andere kant.’
De ochtend na aankomst moest haar vriend bijvoorbeeld eerst urenlang wachten in een ziekenhuiszaaltje, zonder enige uitleg. Vervolgens werd hem, vlak voor de operatie, medegedeeld dat de rekening 35 procent hoger lag als hij niet in cash zou betalen. En toen zijn haarlijn werd getekend (normaal gesproken een precair en belangrijk proces: als de haarlijn te recht is, ziet het er vreemd uit, en als hij te laag zit, ziet het er vreemd uit, enzovoorts) was er geen enkele discussie mogelijk. Graag of niet.
Er kon, met andere woorden, veel beter aan dat proces. En dus besloot De Wolf een eigen kliniek te beginnen: Hair Clinic Wolf. Ze dacht: als ik goede, betrouwbare artsen zoek, vol inzet op persoonlijke begeleiding, in Nederland geregistreerd ben en alles volgens het boekje doe, spring ik er met gemak bovenuit.
Dat is met verve gelukt, zeggen alle zeven patiënten van De Wolf met wie de Volkskrant dit weekend spreekt. Allemaal vinden ze het belangrijk dat Hair Clinic Wolf een Nederlands bedrijf is, met een Nederlands hoofdkantoor waar je ook na je Istanbulreis welkom bent voor eventuele nazorg. En ze vinden het belangrijk dat De Wolf, wier bedrijf inmiddels met 50 procent per jaar groeit, zoveel persoonlijke begeleiding biedt.
Dat is vrij uitzonderlijk, want Turkse haartransplantaties zijn een wereldwijd bulkproduct geworden. Wie online zoekt naar ‘haartransplantatie Turkije’ raakt al snel verstrikt in een oerwoud van vaak onduidelijke websites. Het zijn er duizenden, variërend van goedkoop tot spotgoedkoop.
De eerste zoekresultaten zijn standaard gesponsord. Iedereen noemt zichzelf de beste, allemaal hebben ze geweldige recensies. Het aantal aanbieders stijgt snel (alleen in Istanbul zelf zitten naar schatting vijfduizend haartransplantatieklinieken), niet in de laatste plaats omdat de Turkse overheid stevig profiteert van het medisch toerisme en de klinieken daarom fiscale voordelen gunt.
Volgens cijfers van het ministerie van Volksgezondheid was het medisch toerisme in 2024 goed voor 3 miljard euro omzet. Ongeveer de helft daarvan komt inmiddels op het conto van haartransplantaties.
Kortom: Turks haar is booming en dus zie je overal in Istanbul mannen lopen met bovenop hun hoofd de korstjes van duizenden haarzakjes die eerder die week werden verplaatst van hun achterhoofd naar hun kalende kruin of inhammen. Ze komen uit de hele wereld en zijn gemiddeld 37 jaar oud, hoewel De Wolf ook weleens een patiënt had van 74.
Lang niet al die klinieken zijn goed, zegt De Wolf. ‘We zien soms mensen binnenkomen voor hersteloperaties waarvan je denkt: jeetje, wat is er met jou gebeurd? Kapsels met gaten erin, of waar de haarzakjes recht achter elkaar zijn neergezet, zodat je er dwars doorheen kijkt, zoals bij een maisveld.’
Tegelijkertijd zijn in Istanbul inmiddels ook de beste klinieken ter wereld te vinden. Al was het maar omdat de artsen bovengemiddeld ervaren zijn door de constante toestroom van patiënten. Door de lagere uurlonen liggen de kosten van een operatie, waarvoor vier mensen nodig zijn en die al snel zes tot tien uur duurt, in Turkije ongeveer twee keer zo laag als in Nederland of andere westerse landen. Afhankelijk van de mate van je kaalheid staat de prijs van een operatie in Nederland, zo’n 6 duizend euro, tegenover 3 duizend in Istanbul, inclusief vlucht met Ajet en een overnachting in een luxehotel.
‘We zijn er’, zegt De Wolf terwijl ze wijst naar een enorm hotel aan de Aziatische kant van de Bosporus, speciaal ingericht voor mensen die iets aan hun lichaam laten veranderen. Op iedere kamer ligt een uitgeprinte lijst met hoeveel extra het kost als er per abuis bloed op een dekbedovertrek/handdoek/badjas terechtkomt (voor de kussens worden standaard plastic hoesjes geleverd) en in de ontbijtzaal zie je elke ochtend weer een trits nieuwe neuzen, kinnen en/of haarlijnen aanschuiven.
Die van Marijn (21) uit West-Friesland bijvoorbeeld. Gisteravond werden bij hem drieduizend haarzakjes vanaf zijn achterhoofd verplaatst naar zijn inhammen. Die vermaledijde inhammen maakten hem de afgelopen jaren zo verschrikkelijk onzeker dat hij samen met zijn moeder besloot dit weekend naar Turkije te reizen.
‘Ik haatte het als op de fiets de wind mijn ‘dakje’ naar achteren blies’, zegt hij. ‘Maar nog veel vervelender was het als iemand in de kroeg grappig bedoelde opmerkingen maakte over mijn haar. Ook al waren het maar grapjes, dacht ik daarna continu dat ik er raar uitzag.’
‘Ik vond het zo zielig voor Marijn’, zegt zijn moeder. ‘Kaal zijn is natuurlijk heel normaal, maar toch ben ik voor Marijn blij dat je er tegenwoordig zo gemakkelijk iets aan kunt laten doen.’
Marijns moeder heeft gelijk: eigenlijk is het vreemd dat kaalheid als afwijking wordt gezien. Een meerderheid van de mensen krijgt er vroeg of laat mee te maken. Mannen van Aziatische en Afrikaanse komaf behouden wat vaker hun haar, maar ongeveer 20 procent van alle witte mannen en mannen van Arabische komaf hebben rond hun 20ste te maken met wat in vaktermen ‘alopecia androgenetica’ wordt genoemd. Rond het zeventigste levensjaar is dat opgelopen tot bijna 80 procent. Voor vrouwen liggen de percentages weliswaar lager, maar ook voor de helft van hen gebeurt het op enig moment in hun leven.
Toch staat kaalheid, ondanks die veelvoorkomendheid en het feit dat het geenszins schadelijk is voor de gezondheid, al eeuwenlang symbool voor zwakte en verval, terwijl mooi en golvend haar al net zo gelijkstaat aan schoonheid, kracht en zelfexpressie. Kijk naar het Bijbelverhaal over Simson: die was zo sterk dat hij eigenhandig duizend Filistijnen vermoordde, tot hij werd verleid door een vrouw – die knipte zijn weelderige haardos ’s nachts stiekem af, waarna Simson zijn kracht verloor.
Of kijk naar de keizers van Rome, in hun tijd de met afstand machtigste mensen op de planeet. Ze konden door geen Galliër of Germaan op de knieën worden gedwongen, maar in de strijd tegen hun eigen haarzakjes waren ze toch volslagen machteloos.
Zo schrijft Suetonius in zijn biografische ‘Keizers van Rome’ over Julius Caesar: ‘Hij leed verschrikkelijk onder een ontsierende kaalheid, waarover hij maar al te dikwijls grapjes van zijn vijanden moest horen. Daarom had hij er een gewoonte van gemaakt de spaarzame haren op zijn kruin naar voren te kammen. Van alle eerbewijzen die senaat en volk hem hadden toegekend, was hem het meest welkom het recht altijd een lauwerkrans te dragen, waarvan hij dankbaar gebruikmaakte.’
Historici die er op letten, zien dat de geschiedenis bezaaid ligt met overcompenserende, kalende wereldleiders. Van keizer Caligula (die vond zijn ‘bijna haarloze’ hoofd zo vervelend dat hij zijn haar bij al zijn borstbeelden en op alle Romeinse munten liet bijwerken tot een volle bos, een soort antieke haartransplantatie) en keizer Domitianus (die zo bezig was met hetgeen er op zijn hoofd ontbrak dat hij een lijvig geschrift publiceerde met als titel Over haarverzorging) tot aan de Franse zonnekoning Lodewijk XIV: die was zo onzeker over zijn al op vroege leeftijd aandienende kaalheid, dat hij overal waar hij kwam frivole rococo-pruiken droeg – een trend die zo aansloeg in aristocratisch Europa dat hij nog altijd voortleeft in Engelse rechtbanken.
Kaalheid is, met andere woorden, al een geschiedenis lang iets om je voor te schamen. Maar vermoedelijk bereikte die schaamte nooit zulke hoogtes als in de 21ste eeuw, niet in de laatste plaats omdat er steeds meer mogelijkheden voorhanden zijn om het kalen tegen te gaan.
In 2010 toonde een Amerikaans onderzoek aan dat nog maar 3 procent van de mannelijke personages in Amerikaanse kinderprogramma’s kaal was (en de weinige kale mannen waren bovendien vaak de slechterik). In 2012 bleek dat slechts 8 procent van de mannen afgebeeld in populaire mannentijdschriften als Men’s Health en FHM geen haar meer had.
Naar kalende vrouwen, die met nog veel meer stigma te maken hebben, is weinig onderzoek gedaan. Wel liet een pan-Europees onderzoek uit 2005 zien welke gevolgen de gebrekkige representatie kan hebben voor het zelfbeeld van kalende mannen: 67 procent van de ondervraagden gaf aan een verminderd zelfvertrouwen te hebben vanwege zijn ‘aandoening’, 43 procent maakte zich zorgen over het verlies aan aantrekkingskracht en 21 procent zei zelfs depressieve gevoelens te ervaren vanwege hun nieuwe uiterlijk.
‘Ik droeg daarom overal petten’, zegt Jeffrey (28), een van de patiënten van Hair Clinic Wolf. ‘Heel soms kwam ik op plekken waar je echt geen pet kon dragen, zoals bij een crematie of op een bruiloft. Daar kon ik mij dagen van tevoren druk over maken.’
(Uw verslaggever, zelf ook behept met een karig behaard hoofd, kent die neiging wel, ook al slaat het natuurlijk nergens op. Waarom zou je een gebrek aan haar immers verbergen met iets dat datzelfde haar aan het zicht onttrekt? Bovendien weet niemand na een tijdje nog wat er zich precies onder die pet afspeelt, waardoor de drager ervan tegelijkertijd wel of niet kalend zou kunnen zijn. Je hebt, met andere woorden, Schrödingers kapsel, wat zo mogelijk nog treuriger is dan helemaal geen kapsel).
Enfin. Voor Jeffrey, wiens haar al op zijn 20ste begon uit te vallen, was het veinzen en verbergen ieder geval iets waarvan hij dolgraag verlost wilde zijn. Hij had genoeg van die constante stroom grapjes die op zijn werk werden gemaakt over zijn vroege kaalheid (noem iemand ‘die dikke’ en je krijgt een tik op je vingers, maar ‘die kale’ blijft vooralsnog volledig geaccepteerd). En vooral: hij had genoeg van al die blikken in de kroeg.
‘Ik raakte een keer met een meisje aan de praat en op een gegeven moment vroeg ze: ‘Hoe oud ben je eigenlijk?’ Ik antwoordde dat ik 25 was, waarna ze riep: ‘Nee, dat kan niet! Je ziet er véél ouder uit.’ Dan knakt je zelfvertrouwen.’
De volgende keer dat meisjes tijdens het uitgaan naar Jeffrey keken, wist hij daarom zeker dat ze naar zijn kaalheid staarden. Dat ze misschien wel zijn kant opkeken omdat ze hem leuk vonden, kwam niet meer in hem op. ‘Ik heb een tijdje geprobeerd het te accepteren’, zegt hij. ‘Maar het lukte mij niet.’
Dat vermeende gebrek aan aantrekkelijkheid (niet voor niets schoren monniken in de middeleeuwen hun kruin kaal om hun afwijzing van de seksualiteit ook fysiek te bestendigen) is een factor die vrijwel iedereen richting Istanbul drijft. Dat blijkt een dag later uit ieder gesprek in de wachtruimte van het private ziekenhuis waarin Hair Clinic Wolf een aantal behandelkamers huurt. Het is tot de nok toe gevuld met beeldhouwers in vlees; nieuwe neuzen op de derde verdieping, kinnen en borsten op de vierde en in de kelder: het nieuwe haar.
Daar vertelt de Limburgse Bram (29), die net als Marijn en Jeffrey al rond zijn 20ste merkte dat hij haar verloor (en zich daar dusdanig voor schaamt dat hij liever niet met zijn echte naam in de krant wilt) dat hij sinds een paar weken vrijgezel is. Hij wilde al langer wat aan zijn terugtrekkende haarlijn laten doen, maar die nieuwe relatiestatus gaf uiteindelijk de doorslag, want daten met een kalend hoofd is nu eenmaal genadeloos.
‘Je voelt je soms best wel kwetsbaar’, zegt Bram. Hij kijkt timide naar de grond, waardoor zijn kale kruin goed zichtbaar wordt. Hoeveel mensen ook zeggen dat het niets uitmaakt, dat een kaal hoofd ook mooi is en het innerlijk sowieso belangrijker dan het uiterlijk, toch breekt bij iedere date dat onherroepelijke moment aan waarop blijkt dat je foto’s op Tinder, die altijd net uit een goede hoek zijn genomen, of stammen uit een periode met net wat meer haar, niet langer de realiteit vertegenwoordigen.
En wat gebeurt er dan? Gaat de ander lachen? Wordt je date boos? Loopt hij of zij weg?
In plaats van die kwelling keer op keer te moeten doorstaan, besluiten steeds meer jonge mannen iets aan hun kaalheid te laten doen. Ooit was het als man wellicht raar om toe te geven aan je ijdelheid, maar die tijd is definitief voorbij.
Kijk maar naar het voetbalveld: waar de legendarische Feyenoordspits Ruud Geels in de jaren zeventig nog eindeloos werd gepest toen hij tijdens een wedstrijd zijn toupet kwijtraakte na een kopbal, kijkt inmiddels geen enkele supporter meer op van de nieuwe haarlijnen van Davy Klaassen, Noussair Mazraoui, Harry Kane of Mohamed Salah. De schaamte is weg. Althans, niet de schaamte voor een kaal hoofd – die wordt enkel groter naarmate kale mannen in aantal afnemen – maar de schaamte voor een haartransplantatie.
‘Ik was erg zenuwachtig de laatste dagen’, zegt Bram. Niet zozeer voor de operatie, de slapeloze nacht die daarop volgt of voor de schaamtevolle terugvlucht met Turkish Hairlines, waarbij je met een hoofd vol korsten, witte pleisters en geronnen bloed in de rij voor de paspoortcontrole moet staan, terwijl alle kleine kinderen je angstig aanstaren.
‘Nee, ik was zenuwachtig omdat je kaal wordt geschoren voor de operatie en het daarna maanden duurt voordat je haar terug groeit’, zegt Bram. ‘Ik ben zo bang dat ik er raar uitzie zonder haar. Ik heb genoeg eten in huis gehaald zodat ik straks twee weken niet naar buiten hoef. Hopelijk zie ik er daarna weer normaal uit.’
Misschien, zegt dokter Canberk als hij even later Brams scalp inspecteert. Maar juich ook zeker niet te vroeg, voegt hij toe. Omdat alopecia androgenetica een voortschrijdend proces is, is een haartransplantatie op jonge leeftijd lang niet altijd genoeg voor een zorgeloze toekomst. De vijfduizend haarzakjes die vandaag worden verplaatst op Brams hoofd blijven weliswaar voor altijd zitten, maar de kans is aanzienlijk dat het haar dat op het moment van de operatie nog niet is uitgevallen, in de komende jaren alsnog zal verdwijnen, waardoor er in potentie rare eilandjes getransplanteerd haar kunnen ontstaan.
Zo’n tweede kaalslag is wel tegen te gaan met medicijnen, maar die werken niet bij iedereen en kunnen vervelende bijwerkingen veroorzaken, zoals erectiestoornissen en libidoproblemen. En mogelijk nog vervelender: zodra je met die medicijnen stopt, valt je haar alsnog uit. Meerdere transplantaties zijn bij jonge mannen daarom eerder regel dan uitzondering.
Bram hoort het gelaten aan. Dit was hem allemaal al door De Wolf verteld in Prinsenbeek – hij weet dat het gevecht tegen zijn uitvallende haar waarschijnlijk niet eindigt na vandaag. Hij weet dat hij mogelijk een hormoonbehandeling nodig heeft, en daarna misschien nog een transplantatie in Istanbul. Hij weet dat de strijd tegen zijn kaalheid een langdurige, misschien wel eeuwige is.
Maar ja, wat is het alternatief? Kaal zijn? Dat wil ik echt niet, zegt hij, en hij kijkt opnieuw timide naar de grond.
In een latere versie van dit artikel is de naam van Bram gefingeerd. Zijn echte naam is bij de redactie bekend.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant