Park Chan-wook | regisseur Zuid-Koreaanse regisseur Park Chan-wook switcht graag tussen genres; hij maakte de barokke wraakthriller ‘Oldboy’, vol incest en extreem geweld en de verknipte erotische thriller ‘The Handmaiden’. Zijn nieuwste film is een komedie vol slapstickgeweld.
Man-su's moorddadige neigingen lijken in 'No Other Choice' eerder knullig dan angstaanjagend.
Park Chan-wooks No Other Choice zit vol momenten die tegelijkertijd gewelddadig, geestig en sneu zijn. Zoals wanneer hoofdpersoon Man-su (Lee Byung-hun) een loeizware bloempot boven zijn hoofd houdt. Hij staat op een terras enkele meters boven de arrogante manager van een papierfabriek waar hij, na maanden werkloosheid, net op zijn knieën heeft gesmeekt om een baan. Als Man-su de bloempot zou laten vallen, opent zich automatisch een vacature. Maar door het water dat ondertussen op Man-su’s gezicht lekt, lijken zijn moorddadige neigingen eerder knullig dan angstaanjagend.
We spreken Zuid-Koreaanse meester Park Chan-wook (1963) op het filmfestival van Venetië, kort na de première van zijn zwarte komedie. Parks boekhouderachtige uitstraling en bedeesde manier van antwoorden staan in scherp contrast met de groteske personages en esthetische chaos in No Other Choice. De regisseur wisselt meer ingetogen films als neonoir Decision to Leave (2022) af met films vol verrassende en fascinerende camerastandpunten. Zo wordt het moment dat Man-su na jaren weer drinkt, gefilmd vanuit een bierglas.
Hij switcht graag tussen genres; Park is ook de man achter Oldboy, de barokke wraakthriller vol incest en extreem geweld die de schandaalsensatie van Cannes was in 2003. En de maker van de opwindende en verknipte erotische thriller The Handmaiden (2016).Nu zit hij in de hoofdcompetitie van Venetië met een komedie vol slapstickgeweld over Man-su die na 25 jaar trouwe dienst wordt ontslagen door zijn papierfabriek. Als hij maanden na zijn ontslag nog altijd geen nieuwe baan heeft, ziet hij ‘geen andere keuze’ dan zijn belangrijkste concurrenten bij sollicitaties uit te schakelen.
Park betwijfelt of zijn film onder het genre ‘komedie’ zou vallen op filmwebsite IMDb, vertelt hij in Venetië. „Het is waar dat de film veel komische en kleurrijke elementen bevat, maar dat komt omdat ik dat de beste manier vond om de tragiek van dit verhaal te uiten. Als je nauwkeurig kijkt naar Man-su’s acties, zie je dat hij een dwaas is en hoe absurd en belachelijk het is wat hij doet. Zodra je dat voelt, moet je niet alleen lachen, maar krijg je ook medelijden met hem. Je begrijpt waarom hij doet wat hij doet.”
No Other Choice is gebaseerd op de Amerikaanse roman The Ax van Donald E. Westlake. Park kondigde al in 2009 aan dat hij het boek wilde verfilmen en in de VS situeren. Hij werkt vaker aan Amerikaanse projecten, zoals Stoker (2013) en schreef een script in het Engels. Toen hij na jaren leuren in de VS niet de budgetten kreeg die hij nodig achtte, verplaatste hij het verhaal naar hedendaags Seoul. Moest hij veel aanpassen? Park: „Het verhaal over baanonzekerheid en hoe moeilijk het kan zijn als iemand zijn baan verliest, is natuurlijk niet recent. Wel nieuw is dat de concurrentie vroeger alleen van andere mensen kwam en tegenwoordig ook van AI en machines. In dit verhaal was het resultaat van deze intense competitie dat mensen elkaar beginnen te doden. Dat voelt bijna leeg, wat ik echt wilde tonen en nog uitvergroten.”
Het is inderdaad ironisch dat Man-su niet degenen die hem ontslaan en de fabriek automatiseren – de nieuwe Amerikaanse bazen – te lijf gaat, maar lotgenoten. Park: „Ondanks dat het absurd is, voelt de film toch realistisch omdat het vanuit Man-su’s perspectief de meest realistische manier is om aan een baan te raken. Volgens de roman richten mensen in zo’n situatie hun pistolen op elkaar. Arbeiders tegen arbeiders.” Aan het begin levert zijn film hier expliciet commentaar op, vertelt Park: als Man-su een speech voor zijn Amerikaanse bazen voorbereidt waarin hij zegt nooit namen te zullen geven van collega’s die ontslagen kunnen worden. Dan ben je immers de vijand. Man-su eindigt zelf op zo’n lijst.
Regisseur Park Chan-wook tijdens de première van ‘No Other Choice’ in Venetië.
Toch verschilt Parks film duidelijk van bijvoorbeeld de klassensatire Parasite van zijn landgenoot Bong Joon-ho. Hierin infiltreert een gezin met weinig toekomstperspectief listig in het leven van een welgestelde familie om hun eigen levensstandaard te verbeteren. Bij hen kun je je afvragen of ze veel andere opties hadden. In Venetië benadrukt Park dat middenklasse-man Man-su andere keuzes heeft. „Als hij niet doorzet, zal zijn familie dan verhongeren? Hij kan altijd een bijbaantje nemen op de markt, of zijn huis verkopen, zoals hij zelf oppert tegen [lotgenoot] Bumma.” Dat hijzelf gruweldaden boven deze alternatieven verkiest is volgens Park „allereerst omdat hij een bijna artistieke obsessie heeft met de papierindustrie. En ten tweede, nog belangrijker, is zijn wens om de levensstijl van de middenklasse te behouden. Dus is hij niet bereid zijn huis op te geven. En daarom wil ik het publiek uitnodigen om daar vanuit een kritisch perspectief naar te kijken.”
Dat doet Park dus door Man-su in een geweldspiraal te laten belanden. Eerder deze maand vertelde de regisseur in podcast Award Chatter dat zijn voorliefde voor geweld in zijn films wortelt in de militaire dictatuur tijdens zijn studententijd in Korea. Er liepen indertijd altijd honderden militaire politieagenten op de campus rond en de regisseur zag vaak hoe de protestacties van medestudenten gewelddadig en bloedig werden neergeslagen.
De angst in momenten vlak voor een gewelduitbarsting, als je voelt dat de zaak ieder moment kan ontploffen, bleef de regisseur bij. Net als zijn eigen schuldgevoel achteraf omdat hij zelf amper deelnam aan de protesten. Wie gepakt werd, moest meteen het leger in en had daarna weinig kans nog ergens een baan te vinden. Park vertelt in de podcast dat hij zich indertijd een lafaard voelde omdat hij liever films ging kijken dan stenen gooien naar militairen.
Man-su (Lee Byung-hun) knuffelt zijn gezin.
In No Other Choice vertelt het geweld iets over de evolutie van zijn hoofdpersoon, legt Park in Venetië uit: „In de papierindustrie is hij de meest bekwame expert, iets waar hij enorm trots op is. Nu moet hij een nieuwe vaardigheid leren. Bij de eerste moordpoging is hij duidelijk nog een amateur, het is een bijna toevallig succes. En dan zie je hoe hij zich ontwikkelt. Ook de tweede moord is nog niet helemaal goed voorbereid, maar van de derde wil hij een perfect misdrijf maken.”
„Na het succes van de tweede moord wordt hij enorm zelfverzekerd: Hij voelt zich opnieuw een echte man, geweldige vader en echtgenoot. En geeft vol zelfvertrouwen een preek tegen zijn zoon waarin hij absurde dingen zegt als: ‘Wij mannen moeten onze vrouwen beschermen’.” Dat je Man-su’s zelfvertrouwen ziet toenemen parallel aan de moorden is volgens de regisseur een illustratie van zijn dwaasheid. Al denk je af en toe ook dat Park in films nog steeds zijn schuldgevoel over zijn geweldloosheid van toen compenseert.
Source: NRC