Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
De man naast mij neemt het ervan. Ik zie koffie, een krant, croissant, een broodje, een gekookt ei, wat jam, wat vlees, wat kaas, beetje boter, een madeleine. Ik buig me over mijn laptop en werk verder. ‘Wil je?’, hoor ik naast me. Ik kijk op. De man heeft het tegen mij. Hij wijst naar zijn croissantje, dat precies door de helft is gesneden. ‘Ik heb hem door midden gesneden en alleen de helft gegeten.’
Wat bijzonder attent. Alsof hij weet hoe dol ik ben op croissants. Je mag me – letterlijk – ’s nachts wakker maken voor een goede croissant. Ik kijk de man aan en daarna kijk ik naar de dwarsdoorsnede van de croissant. Alsof hij rechtstreeks uit een documentaire over croissants komt.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
‘Nou, wat een fijn aanbod’, antwoord ik, ‘maar nee, dank je.’ Een groot deel van de volmaaktheid van een goede croissant zit hem in de portie. Een halve croissant is geen croissant. Dan zou ik na deze gratis croissant nog een croissant moeten bestellen. Maar dan heb ik anderhalve croissant en dat is te veel. Of ik zou dan de helft van de nieuwe croissant moeten weggeven. Maar zo ontstaat er dus een oneindige cyclus van mensen die elkaar halve croissants proberen aan te smeren en de wereld is al zo’n puinhoop. ‘Nu nog even niet’, verontschuldig ik me.
Hij knikt. ‘Ik begrijp het.’ Dan wijst hij op zijn buik. ‘Ik moet een beetje rustig aan doen met dit soort dingen.’ Hij is inderdaad wat gezet. Maar goed, dat was hij voor het ontbijt ook al. Wat maakt dat halve croissantje dan nog uit? ‘Ik dacht: jij ziet er wel uit alsof je een croissantje kunt gebruiken’, gaat hij verder.
Don’t push it, vriend. Ik kan ook wel een croissantje gebruiken, maar niet een halve. Dat kan ik niet zeggen, want dan ben ik weer die ondankbare lul. De man kijkt me aan alsof hij op het punt staat een handgranaat uit zijn tas te halen, de pin eruit te trekken en me te dwingen het croissantje op te eten. In dat geval zal ik het nog steeds niet doen. Dan maar dood.
Maar hij staakt zijn pogingen en gaat verder met zijn krant. Een paar minuten later staat hij op, trekt zijn jas aan en zegt me gedag. Het perfect doormidden gesneden croissantje nog onaangetast op het dienblad. Moederziel alleen. Kijk nou wat je gedaan hebt. Als hij de deur uit gelopen is, wacht ik nog even tot de o-ik-ben-iets-vergetentermijn voorbij is. Dan, terwijl ik naar buiten kijk, schuifel ik behoedzaam naar de toonbank en bestel een croissant.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns