Een demonstratie tegen de sluiting van een iconisch cultureel centrum in Turijn is zaterdag uitgelopen op een gewelddadige confrontatie tussen betogers en de politie. Volgens de Italiaanse autoriteiten zijn meer dan honderd agenten gewond geraakt. Premier Giorgia Meloni spreekt van een onacceptabele aanval op de rechtsstaat.
Wat begon als een vreedzame protestmars van naar schatting 15.000 mensen, ontaardde later op de dag in grootschalige ongeregeldheden. De menigte was op de been om te protesteren tegen de sluiting van Askatasuna, een cultureel centrum dat al decennia geldt als een belangrijk bolwerk voor de linkse beweging in de stad.
De sfeer sloeg om toen groepen betogers de confrontatie opzochten met de ordediensten. Volgens het Italiaanse persbureau ANSA werd de politie bekogeld met alles wat voorhanden was: stenen, flessen, fakkels en ander puin. Er werden op verschillende plekken brandjes gesticht, waarbij ook een politievoertuig vlam vatte.
De politie zette waterwerpers en traangas in om de menigte uiteen te drijven. Tot nu toe zijn er tien aanhoudingen verricht. Het is nog onduidelijk hoeveel demonstranten er precies gewond zijn geraakt.
Op sociale media circuleren schokkende beelden van het geweld, die ook door premier Meloni zijn gedeeld. Op de beelden is te zien hoe een agent op de grond ligt en wordt geschopt en geslagen door gemaskerde personen. Daarbij zou ook een hamer zijn gebruikt.
"Dit zijn aanvallen op de staat en degenen die haar vertegenwoordigen," aldus premier Meloni, die zondagochtend direct een bezoek bracht aan twee gewonde agenten in het ziekenhuis.
De Italiaanse politiek reageert eensgezind met afschuw op de gebeurtenissen. Minister van Binnenlandse Zaken Matteo Piantedosi noemde de relschoppers "een gevaar voor de democratie". De gebeurtenissen in Turijn hebben het debat over de aanpak van radicale groeperingen en de veiligheid van politiepersoneel in Italië weer hoog op de agenda gezet.
Source: Fok frontpage