Home

Praktisch opgeleide vrouwen zien voltijdbaan niet als enige weg naar emancipatie: ‘Ik wil best meer werken, maar niet ten koste van mijn gezin’

Emancipatiebeleid Een vrouw is pas geëmancipeerd als ze financieel onafhankelijk is, luidt de kerngedachte achter het overheidsbeleid. Voor praktisch opgeleide vrouwen is dat vaak niet haalbaar, door lage salarissen, dure kinderopvang en inflexibele roosters. ‘Het beleid sluit niet aan bij hun realiteit.’

Verpleegkundige Veerle Ruinemans in haar woonkamer. „Al op mijn vijftiende koos ik voor een carrière in de zorg."

Vanessa van Egeren (47) uit Utrecht ging op haar zestiende van school, om op haar 41ste weer terug te keren op het mbo. Ze volgde een opleiding tot kickbokstrainer en persoonlijk begeleider in de maatschappelijke zorg. Lange tijd werkte ze 32 uur in de week. Nu zijn dat er nog 16. „Ik kwam erachter dat meer werken weinig oplevert. Mijn geld ging op aan de kinderopvang, ik zag mijn kinderen nauwelijks én ik liep toeslagen mis. Ik wil best meer werken, maar niet meer ten koste van mezelf en mijn gezin.” 

Van Egeren kan zich nu goed redden dankzij de inkomsten van haar werk, in combinatie met de toeslagen en gemeentelijke tegemoetkomingen. Die laatste twee inkomstenbronnen maken haar financieel afhankelijk. Dat ben je, volgens de definitie van de overheid, als je met betaald werk onvoldoende verdient om jezelf en eventuele kinderen te kunnen onderhouden. Dit geldt voor ruim twee derde van de 1,25 miljoen praktisch opgeleide vrouwen (tussen de 15 en 65 jaar), blijkt uit recent onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau.

Een groeiende groep praktisch geschoolde vrouwen ziet dat anders. Voor hen betekenen ‘financiële onafhankelijkheid’ en ‘emancipatie’ niet hetzelfde, constateert het SCP-onderzoek. Emancipatie is voor hen niet per se verbonden met werken en geld, maar eerder met keuzes kunnen maken, je mening durven geven en jezelf kunnen zijn. Dat schuurt met hoe emancipatie in het overheidsbeleid wordt gedefinieerd.

Zorgtaken

Bijna de helft van de praktisch geschoolde vrouwen in Nederland heeft geen betaalde baan of werkt in een deeltijdbaan. Wie wel werkt, verdient vaak te weinig om financieel zelfstandig te zijn. Praktisch opgeleide vrouwen moeten dan ook anderhalf tot twee keer zoveel uren maken als theoretisch opgeleide vrouwen om hetzelfde te verdienen.

De ruimte om meer te werken is er bovendien vaak niet, omdat de betrokken vrouwen thuis grotendeels de zorgtaken op zich nemen. De ondervraagde vrouwen in het SCP-onderzoek zijn de hoofdverantwoordelijke voor het onbetaalde werk; 30 procent van hen denkt dat een vrouw geschikter is voor het opvoeden en verzorgen van kinderen dan een man.

Veel praktisch opgeleide vrouwen voelen zich ondanks die financiële afhankelijkheid toch geëmancipeerd. Zij verstaan onder emancipatie keuzevrijheid, zelfbeschikking, voor jezelf kunnen opkomen en gelijkwaardigheid in relaties. Dat kan ook samengaan met een traditionele verdeling van zorg en werk, zolang die wordt ervaren als eerlijk en zelfgekozen, zegt Joline Heusinkveld, onderzoeker en programmamanager Geld bij belangenorganisatie WOMEN Inc. „Het probleem is niet dat deze vrouwen te weinig geëmancipeerd zijn, maar dat het emancipatiebeleid niet aansluit bij hun realiteit.”

Betaald werk en economische zelfstandigheid zijn kerndoelen in het huidige emancipatiebeleid. Zo is er volgens de overheid sprake van emancipatie als een vrouw minstens 70 procent van het wettelijk minimumloon verdient. Andere doelen die emancipatie kunnen vergroten – zoals grotere waardering voor en gelijkere verdeling van het onbetaalde werk – zijn naar de achtergrond geraakt.

„Vrouwen hebben zich de afgelopen decennia steeds aangepast aan de zogenoemde mannelijke norm: voltijds werken, continu beschikbaar zijn”, legt Paula Thijs uit, onderzoeker bij Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. „Maar andersom heeft die norm zich nauwelijks aangepast.” Vrouwen zijn meer gaan werken, terwijl mannen niet in dezelfde mate meer zijn gaan zorgen.

Het onbetaalde werk – de zorg voor de kinderen, naasten en het huishouden – is van grote maatschappelijke waarde, zegt Thijs. Bovendien vertegenwoordigt die zorg jaarlijks zo’n 215 miljard euro, berekende het Instituut voor Publieke Economie. Als die zorg er niet was, zou de economie instorten.

Toch wordt die zorg niet naar (financiële) waarde geschat. Thijs: „Als vrouwen structureel meer onbetaald werk doen, moeten we niet alleen kijken naar hoe ze ook nog meer betaald werk kunnen doen, maar het systeem eerlijker inrichten. Zoals een vorm van financiële compensatie bieden voor die onbetaalde zorg, zodat zorg niet automatisch leidt tot economische afhankelijkheid.”

Te dure kinderopvang

Een derde van de praktisch opgeleide vrouwen in de zorg, schoonmaak en kinderopvang zou graag meer willen werken, blijkt uit onderzoek van WOMEN Inc, Het Potentieel Pakken en Bureau Clara Wichmann. Maar alleen als dat ook echt loont en te combineren is met alle taken thuis.

Door te dure kinderopvang, beperkte verlofregelingen en inflexibele roosters is meer werken vaak niet mogelijk, zegt Heusinkveld. „Juist in de sectoren waar praktisch opgeleide vrouwen vaak werken, beginnen diensten al om zeven uur ’s ochtends. Als je dan ook je kinderen naar school moet brengen, kun je nog zo graag willen werken, maar krijg je het gewoon niet geregeld.” De verantwoordelijkheid om meer te werken wordt nu nog vaak bij vrouwen zelf gelegd, zegt Heusinkveld, terwijl het systeem niet mee verandert. Zo wordt de hoogte van de kinderopvangtoeslag gekoppeld aan betaalde arbeid – de gewerkte kalendermaanden – en wordt hierbij niet gekeken naar onbetaald werk, zoals de zorgtaken thuis.Vanessa van Egeren is „de eerste die meer zou werken als het ook echt zou lonen”. En of ze zich geëmancipeerd voelt? Om daarover na te denken, heeft ze echt „de tijd en de luxe niet”, zegt ze. „Ik heb de handen vol aan mijn baan en mijn kinderen.”

Roxana (41) – elektromonteur‘Ik werk in een mannenwereld waarin ik het gevoel heb dat ik mezelf moet bewijzen’

„Pas een halfjaar geleden heb ik mijn diploma elektrotechniek gehaald. Na de middelbare school ben ik meteen gaan werken. Eerst in de schoonmaak, daarna als klantenservicemedewerker. In 2018 kreeg ik een burn-out. Ik werd dagelijks uitgescholden aan de telefoon, dat trok ik niet meer. 

„Ik heb techniek altijd leuk gevonden, maar het leek nooit de meest logische keuze. Maar nu zag ik steeds meer vrouwen in de elektrotechniek terechtkomen, dus ik dacht: waarom niet, ik probeer het gewoon.

„Ik kwam terecht in de industrie en dat is wel een pittige wereld. Ik zit veel op mijn knieën en moet onder machines doorkruipen. Vrouwen hebben nu eenmaal een andere anatomie: mijn borsten zitten soms letterlijk in de weg als ik in krappe ruimtes werk.

„Daarom heb ik me laten overplaatsen. Ik werk nu in ziekenhuizen en verzorgingstehuizen, in plaats van in fabrieken. Dat past beter bij mij. Ik werk fulltime. Mijn vriendin niet, zij heeft kinderen en werkt in de zorg. „Emancipatie betekende voor mij altijd dat ik alles kan betalen wat ik nodig heb. Vroeger kon ik dat niet altijd. Ik vind het heerlijk dat ik nu meer verdien dan in mijn vorige banen en bijvoorbeeld op reis kan gaan. Toch is geld en werk niet alles. „Emancipatie betekent voor mij nu ook dat je je eigen keuzes durft te maken. Ik zou graag wat meer vrije tijd hebben om te besteden aan mijn partner en haar kleinkinderen, maar ik voel me niet vrij om dat op mijn werk aan te geven. Ik werk in een mannenwereld waarin ik het gevoel heb dat ik mezelf moet bewijzen. Daar heerst nog het idee: je werkt gewoon veertig uur, en niet minder.”

Veerle Ruinemans (38) – verpleegkundige‘Mijn moeder is mijn voorbeeld van een geëmancipeerde vrouw’

„Al op mijn vijftiende koos ik voor een carrière in de zorg. Ik heb eerst de opleiding tot doktersassistente gevolgd, later de praktijkopleiding voor verpleegkundige. Ik werk nu al veertien jaar in het ziekenhuis in Deventer.

„Ik heb altijd fulltime gewerkt. Omdat ik mijn werk leuk vind, maar ook vanwege mijn moeder. Zij is voor mij een voorbeeld van wat het betekent om een geëmancipeerde vrouw te zijn. Ze hield haar eigen achternaam toen ze ging trouwen — wat in die tijd nog best bijzonder was — en heeft me altijd op het hart gedrukt zelfstandig te zijn. Ze zei me altijd mijn eigen bankrekening te behouden en liet me boeken lezen als In haar recht.

„En dat is goed van pas gekomen. Toen ik in 2020 van mijn man ging scheiden, was ik maar wat blij dat ik financieel onafhankelijk was. Als dat niet zo was geweest weet ik echt niet of ik de stap had kunnen maken.

„Ik kon mijn ex-man uitkopen en in de woning blijven wonen. Toch had ik het nog wat beter voor mezelf willen regelen. Het huis was grotendeels betaald van mijn inkomen, maar stond op papier voor de helft op zijn naam. Bij de scheiding werd de overwaarde fifty-fifty verdeeld. Daar had ik nooit over nagedacht. Ondanks alle adviezen van mijn moeder.”

Petra (64) – manager chocolaterie‘Ik had nooit gedacht dat ik manager kon zijn. Maar ik kan het gewoon’

„Ik heb van alles gedaan voordat ik in de winkel terechtkwam. Ik had vroeger altijd moeite met school. Ik kon best stampen en leren, maar bij een toets klapte ik altijd dicht. Toen ik zestien was en klaar met school, wilde ik zwemjuf worden. Maar ook tijdens deze opleiding haalde ik de examens niet. 

„Ik werd administratief medewerker bij een bank, later bij boekhandels. Ik heb altijd veel gewerkt, niks doen is niks voor mij. Maar toen de problemen met mijn jongste zoon, die autisme heeft, erger werden, ben ik minder gaan werken en leunden we op het inkomen van mijn ex-man, die in de detailhandel werkte. Ik kon beter met de kinderen omgaan dan hij. Eigenlijk deed ik alles in huis. Ik heb weleens gezegd dat ik eigenlijk drie kinderen heb, in plaats van twee.

„Nu werk ik weer 32 uur. Ik heb nog nooit zo’n goede baan gehad. Qua inkomsten én plezier. Dat ik dit nog mag meemaken op mijn 64ste. Ik had ook nooit gedacht dat ik manager kon zijn. Maar ik kan het gewoon.

„Het is soms wel zwaar. Mijn twee volwassen zoons wonen nog thuis en de boodschappen en het huishouden komen op mij neer. Hoewel ik de oudste nu wel zover heb dat hij kookt. Dat is een cadeautje: dat ik thuiskom, kan gaan zitten en een bordje krijg aangereikt. „Hoewel ik in mijn eentje met de kinderen ben en veel werk, voel ik me vrijer en sterker dan vroeger. Ik kan nu sparen, hoef niet te zorgen voor een partner en heb het naar mijn zin op mijn werk. Vooral dat laatste geeft mij het gevoel dat ik mijn leven onder controle heb.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next