Home

Al die piepjes de hele dag: kan het wat stiller in het ziekenhuis (en in auto’s)?

Van apparaten in het ziekenhuis tot nieuwe auto’s: ze zitten vol met piepjes en alarmen die ons om de haverklap waarschuwen. Sommige patiënten horen er zevenhonderd per dag. Wat doet dat met ons? En hoe kan het beter?

is zorgverslaggever van de Volkskrant.

Een particuliere geschiedenis: de oudste zoon werd geboren met een hartafwijking en moest meteen de highcareafdeling op van het LUMC in Leiden. Een week lang lag hij daar.

Herinneringen zijn flarden geworden: klein mannetje op blote buik, ongemakkelijk op een tuinstoel, half achter/onder een gordijn. Het spalkje om het polsje om het infuus op z’n plek te houden. De paniek om de mogelijkheid van een openhartoperatie – die uiteindelijk niet nodig bleek.

Maar vooral: de piepjes. De eindeloze hoeveelheid piepjes. Hoge piepjes, lage piepjes. Harde piepjes, zachte piepjes. Hartslag te hoog, saturatie te laag, ademhaling onregelmatig, temperatuur schommelt. Piepjes, piepjes, piepjes, de godganse dag. Niet alleen bij de eigen zoon, maar ook bij de andere zes baby’s op de zaal.

Als zo’n alarm afging, kwam er een verpleegkundige vermoeid aangelopen, drukte geroutineerd het piepje weg, en ging weer verder met waar ze mee bezig was. Piepjes voor niks.

Die alarmen zijn niet alleen vervelend voor jonge, onzekere ouders. Ook verpleegkundigen worden er stapelgek van, en patiënten zelf.

Onderzoek naar alarmen in de zorg

Daarom doet Elif Özcan, diep van binnen dj en soundengineer, maar werkzaam als universitair hoofddocent op de TU Delft en het Erasmus MC, onderzoek naar alarmen binnen de zorg. Ze probeert intensivecare-afdelingen ‘slimmer en stiller’ te maken.

Uit haar studies blijkt dat een ic-patiënt gemiddeld zevenhonderd alarmen per dag hoort, een per twee minuten. Niet zo gek, zegt Özcan, ‘want elk digitaal apparaat op een ic moet volgens de wet uitgerust zijn met een alarm. Zelfs de bedden zijn hightech en gaan piepen als iemand ongewenst uit bed stapt. Ze kunnen een patiënt wegen of de gewichtsverdeling aanpassen om doorligwonden te voorkomen.’

Allemaal met maar één doel: veiliger zorg. Het paradoxale is, zegt Özcan, dat het nog maar de vraag is of extra alarmen ook leiden tot extra veiligheid. ‘We kunnen ook de alarmen ’s nachts uitzetten, en dan vertrouwen op de waakzaamheid van de verpleegkundige. Maar onze angst is dat verpleegkundigen niet waakzaam genoeg zijn. Daarom bouwen we alarmen in.’

Piepjes verliezen urgentie

Het zijn er nu alleen zoveel dat verpleegkundigen de alarmen niet meer vertrouwen. Als alles altijd piept, dan verliest elk piepje zijn urgentie. In eerder onderzoek zag Özcan hoe verpleegkundigen rustig doorkletsten op de gang, terwijl bij een patiënt een ‘rood alarm’ (spoed!) afging.

Dit komt ook doordat al die apparaten niet met elkaar communiceren. ‘Een verpleegkundige vindt puur een verhoogde hartslag niet zo interessant’, zegt Özcan, ‘maar een verhoogde hartslag in combinatie met een hoge temperatuur en een versnelde ademhaling wel. Voor een nuttig alarm moet je die gegevens dus combineren.’ Er loopt nu een Europees programma om fabrikanten van verschillende apparaten over te halen samen te werken.

Ook Sanne Scheepens herkent die alarmmoeheid. Ze is coördinerend medewerker op de couveuseafdeling in het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch en altijd op zoek naar manieren om het werk voor de verpleegkundigen prettiger te maken. De alarmen waren een belangrijk aandachtspunt: ‘Een ervaren verpleegkundige kan de onbelangrijke alarmen misschien eruit filteren, maar toch komen al die prikkels wel binnen. Als jij die paar dagen op de high care al traumatisch vond, hoe is dat dan voor een verpleegkundige die hier 25 jaar rondloopt?’

Snoei-operatie

Dus toen de apparatuur op de couveuse-afdeling moest worden vervangen, zag het Jeroen Bosch Ziekenhuis z’n kans schoon en gooide het roer radicaal om. Op de patiëntenkamers staan alle alarmen nu op mute, alleen een geel of rood lichtje knippert nog onopvallend als de apparatuur een ongerijmdheid waarneemt.

De alarmen komen terecht op de centrale post monitoring, waar speciale software de alarmen eerst analyseert, voordat ze worden doorgestuurd naar de smartphones van de verpleegkundigen.

Dat zijn er stukken minder, na een gigantische alarm-snoei-operatie. Scheepens en haar collega’s ‘schrokken zich te pletter’ toen ze zagen hoeveel (overbodige) piepjes de afgelopen jaren op de patiëntjes en verpleegkundigen zijn afgevuurd.

Meest pregnante voorbeeld: de hartslagmonitor. Die begon automatisch te piepen als de hartslag van een te vroeg geboren baby boven de 200 uitkwam. Scheepens kwam erachter dat het geen kwaad kan die grens te verhogen tot 205 slagen per minuut, maar dat die kleine ingreep wel liefst 1.300 alarmen per week scheelde. Per patiënt, that is.

Nog een effectieve ingreep: de software geeft bepaalde alarmen tegenwoordig door met 8 seconden vertraging. Veel alarmen herstellen zich in de tijd vanzelf. Scheepens: ‘Een zuigeling ademt af en toe onregelmatig met een langere pauze, maar deze pauze herstelt weer. Dan hoef ik niet te weten wat er aan de hand is geweest.’

Er was één effect waarmee Scheepens geen rekening had gehouden. Het werd zo stil op de gangen van de couveuseafdeling, dat verpleegkundigen bewust alarmen gingen uitlokken om te controleren of alle apparaten het nog wel deden.

Met die vertraging van de alarmen is inderdaad een wereld te winnen, zegt Özcan. Zij simuleerde de data van de ic van het Erasmus MC om te onderzoeken wat er gebeurt als de alarmen pas een halve minuut later bij de verpleegkundigen doorkomen, de tijd die verpleegkundigen normaal gesproken toch al nodig hebben om bij een patiënt te komen kijken.

Alarmprofiel

Daaruit blijkt namelijk dat in die 30 seconden ruim 85 procent van alle alarmsituaties zichzelf al heeft opgelost. ‘Gaat het alarm daarna nog steeds, dan weten verpleegkundigen dat ze terecht naar de patiënt toe moeten en gaan ze dus extra snel.’ Overigens zonder dat dit extra gevaar voor de gezondheid van de patiënt oplevert, zegt Özcan. (Bijna 99 procent van alle alarmen stopt binnen twee minuten, omdat de patiënt alweer stabiel is, maar die tijdspanne durfden de verpleegkundigen toch niet aan.)

Toch zijn al deze maatregelen nog te grofmazig, zegt Özcan. ‘Je zou niet alleen naar medische parameters moeten kijken, maar ook het menselijk perspectief mee moeten nemen. Wat je zou willen is een alarmprofiel dat per patiënt en per dienstdoende verpleegkundige verschilt.’ Sommige verpleegkundigen mogen tureluurs worden van te veel piepjes, andere worden juist zenuwachtig als zij opeens minder alarmen ontvangen.

En trouwens, Özcan ontwerpt met haar team ook nieuwe types piepjes. Met eerst een pingeltje voor de aandacht, en dan een geluidje dat vertelt welk onderdeel van de zorg aandacht behoeft. Zoals een rammelend pillendoosje voor de medicijnen, een blazend geluid voor de longfunctie. Want, zo zegt Özcan: ‘We moeten van alarmeren naar informeren.’

En hoe zit het dan met nieuwe auto’s?

Over naar een andere particuliere geschiedenis. Een ritje in de nieuwe hybride auto van schoonmoeder op een Frans landweggetje. Wat denkt u? Piepjes! De godganse tijd! Blijf midden op de weg, neem koffie, nieuwe snelheidszone, je mag hier geen 52, ogen op de weg, kijk uit bij het wegrijden, je mag hier geen 54. Het lijkt de highcareafdeling wel.

Riender Happee is hoogleraar interactie tussen mens en voertuig aan de TU Delft en waarschuwt maar alvast: ‘Dat wordt voorlopig alleen maar erger. In de nieuwste auto’s kun je die piepjes niet meer blijvend uitzetten in het instellingenmenu.’

De oorsprong ligt in het onwrikbare geloof van tien jaar geleden dat we nu al lang volautomatisch zelfrijdend over ’s lands snelwegen en door de steden zouden zoeven. In de race naar dat toekomstbeeld bouwden autofabrikanten steeds meer camera’s, radartoepassingen en lasers in hun auto’s.

Die camera’s, radars en lasers zien nu wanneer je te hard rijdt, wanneer je te dicht op je voorganger zit, wanneer je niet netjes binnen de lijnen van je rijbaan blijft. Happee: ‘Maar de staat van zelfrijdende perfectie hebben we nog niet bereikt, waardoor het voertuig dit nog niet allemaal van de bestuurder mag overnemen. In plaats daarvan geeft het waarschuwingen en assistentie.’ De apparaten zijn digitaal en gaan piepen als de auto uit de afsproken bandbreedtes breekt; net als in de zorg.

En ja, zegt Happee, door al die nieuwe technieken zijn auto’s zeker veiliger geworden. Auto’s botsen minder vaak op hun voorganger, blijven beter in hun baan. Tegelijkertijd ‘weet de fabrikant dat de klanten niet blij zijn met al die piepjes. Dus die zoekt een balans tussen wat veilig is en irritant.’

Happee onderzoekt met zijn collega’s bijvoorbeeld of het piepje niet vervangen kan worden door het minder zacht gaan van de radio in combinatie met het versterken van het omgevingsgeluid. Ook dat laat de bestuurder weer even opletten. Grote autofabrikanten zijn in dat soort oplossingen zeer geïnteresseerd, zegt Happee.

De NCAP, het onafhankelijke Europese veiligheidstestprogramma voor nieuwe auto’s, kondigde aan in 2026 de piepjes expliciet mee te nemen in hun oordeel. Want dragen die ‘irritante waarschuwingen en opdringerige interventies’ wel echt bij aan veilig rijgedrag?

Zolang die piepjes er zijn, heeft Happee nog wel een tip. ‘Zie ze niet als kritiek of als urgente waarschuwing, maar als hulp.’

Nu nog al die pushberichten van uw telefoon, en het wordt weer heerlijk rustig.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next