In de rubriek De broeikas schrijft klimaatverslaggever Jeroen Kraan elke zondag over wat hem opvalt. Deze week: experts adviseren al jaren keuzes te maken over de toekomst van de zware industrie. De kracht van herhaling haalt nog weinig uit.
Marketinggoeroes beweren weleens dat mensen een boodschap zeven keer moeten horen voordat ze er iets mee doen. Helaas blijkt de wetenschappelijke onderbouwing voor deze Rule of 7 volledig te ontbreken.
Als volger van het Nederlandse industriebeleid verbaast mij dat niet. Experts herhalen al jaren de boodschap dat het kabinet moet kiezen welke industrietakken nog toekomst hebben in Nederland, maar vooralsnog zonder resultaat.
Deze week was de beurt aan de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) om op te roepen tot het doorhakken van knopen. De fysieke ruimte, milieuruimte en duurzame energie zijn schaars in Nederland, dus niet alles kan hier, stellen de wetenschappers.
Een begrijpelijk advies, maar ook een opgewarmd restje dat eerder al uit de magnetron kwam van tal van andere wetenschappers, planbureaus, netbeheerders, oud-ASML-topman Peter Wennink en zelfs van dit blog.
Demissionair klimaatminister Sophie Hermans en haar voorgangers moeten deze boodschap net als ik veel vaker dan zeven keer hebben gehoord. Maar het leidt tot nu toe alleen maar tot een steeds vollere la.
Het industriebeleid komt er al jaren op neer dat we alle bestaande zware industrie zo veel mogelijk willen behouden. Of je nou een plasticfabriek, olieraffinaderij of staalfabriek bent: de bedoeling is dat je hier blijft, weliswaar in duurzame vorm. Die vergroening wordt aangemoedigd door de Europese heffing op CO2-uitstoot, maar ook ruimhartig gesubsidieerd.
De impuls is begrijpelijk: natuurlijk wil je bestaande bedrijven niet zomaar wegjagen en banen op het spel zetten. In onzekere geopolitieke tijden willen we ook niet afhankelijker worden van het buitenland. Vandaar de politieke reflex: iedereen moet blijven!
Maar zo denkt de overheid dus volledig vanuit de bestaande situatie, luidt de kritiek van de WKR en anderen. We blokkeren vernieuwing en innovatie in onze economie, omdat we vooral bezig zijn met het beschermen van gevestigde belangen. Terwijl onze belangen in de toekomst heel anders liggen: we willen in de komende decennia toch juist af van de benzine en de fossiele plastics?
Toch zijn het nu de olieraffinaderijen en fossiele plasticreuzen die belastingkorting en subsidie krijgen, terwijl fabrieken voor duurzame brandstoffen en plastics niet van de grond komen. Deze nieuwkomers maken geen aanspraak op 'maatwerkafspraken' voor staatssteun, zoals de grootste uitstoters van het land.
Je had de afgelopen maanden kunnen denken dat er iets ging veranderen. In oktober presenteerde het demissionaire kabinet-Schoof namelijk zijn 'industriebeleid met focus'. "Onze oude strategie van alles tegelijk willen doen, betekent nergens écht winnen", schreef het ministerie van Economische Zaken.
Dat was niet niks. Zowaar koos het kabinet met dit nieuwe beleid voor zes sectoren die cruciaal zijn voor Nederland en die gerichte steun verdienen. Dat zijn de productie van halfgeleiders, de defensie-industrie, biotechnologie, digitale diensten, machinebouw en innovatieve chemie.
Probleem opgelost, keuze gemaakt? "De vraag is natuurlijk wat daar vervolgens mee gebeurt", zegt klimaatwetenschapper Heleen de Coninck van de WKR als ik haar die vraag stel. Hoe ziet de steun voor die cruciale sectoren eruit? En belangrijker: wat doen we met bedrijven die buiten de boot vallen?
Vooral die laatste vraag blijft lastig. Als brancheverenigingen de noodklok luiden, grijpt Den Haag toch weer snel naar maatregelen die steun bieden aan alle bedrijven.
Dat werd vrijdag weer duidelijk bij de presentatie van het coalitieakkoord van D66, CDA en VVD. Het nieuwe minderheidskabinet belooft daarin het 'industriebeleid met focus' voort te zetten. Maar tegelijk willen de partijen jaarlijks 1 miljard euro vrijmaken om de energieprijzen voor alle zware industrie te verlagen.
Dat is dus precies wat je volgens de WKR niet moet doen. Zo steun je ook sectoren die hier eigenlijk geen toekomst hebben. En je creëert ook nog eens een wedloop tussen EU-landen om de riantste energiesubsidies aan te bieden.
"Het besef dat niet kiezen een slechte keuze is, is nog niet genoeg ingedaald", constateerde De Coninck al een dag voordat de coalitieplannen werden gepresenteerd. Het lijkt erop dat dat eeuwige advies ook de komende kabinetsperiode weer herhaald moet worden.
Het zou overdreven zijn om A.I.: Artificial Intelligence een klimaatfilm te noemen, maar de scifiklassieker van Steven Spielberg begint wel met een klimaatapocalyps. De zeespiegel is gigantisch gestegen en kuststeden staan massaal onder water. Om de bevolkingsgroei te remmen, worden mensen vervangen door robots.
Een daarvan is David, een kinderrobot die als eerste de mogelijkheid heeft gekregen om liefde te voelen. Maar kunnen mensen ook van robots houden? Tranen gegarandeerd. Online te koop en te huur.
Ik ontvang graag jullie vragen, feedback en tips! Je kan me bereiken via jeroen@nu.nl.
Source: Nu.nl algemeen