Alleenstaande Syrische vluchtelingen veroorzaken steeds vaker overlast. Deze jongeren groeiden niet op in Syrië, maar aan de rand van Europa, waar ze leerden overleven op straat. De Volkskrant ging op pad met jongerenwerker Abdou Al Quahlaoui.
Iedereen hier kent ‘Appie’. De jonge Syriërs die vrijwel dagelijks rondhangen onder het Bollendak bij Utrecht Centraal, groeten Abdou Al Quahlaoui opgetogen met een boks of een knuffel. De jongerenwerker maakt hier en daar een grapje, vraagt de jongens hoe het met ze gaat en spreekt ze soms vermanend toe. Naar hem luisteren ze.
Er zijn periodes dat Al Quahlaoui (33) hier vrijwel dagelijks komt, meestal met een collega. Ze begeleiden enkele jongens die hier vaak rondhangen, met sommigen brengen ze tientallen uren per week door. Hun cliënten horen bij de groep waarover burgemeesters stevig klagen. Jongens uit die groep vallen voorbijgangers lastig, roven portemonnees, stelen uit winkels en raken verzeild in vecht- en steekpartijen.
Al Quahlaoui komt ‘zijn’ jongens hier soms ophalen, om met ze te gaan sporten. Hij neemt ze mee om te koken, zodat ze even van de straat zijn, waar de verleiding groot is. Of hij bemiddelt met de politie, mocht er een conflict in de lucht hangen.
‘Niemand begrijpt mij’, zegt een 19-jarige jongen in het eenvoudige Nederlands dat hij op straat leerde in de vijf jaar dat hij hier is. ‘Appie wel.’
De jongen – die we ‘El Chapo’ mogen noemen, naar de Mexicaanse drugsbaron – draagt een muts van Ralph Lauren, een prijzige jas van Stone Island en een paar zwarte Asics aan zijn voeten. Zijn oogopslag is wazig, zijn strafblad lang. Hij heeft al enkele maanden vastgezeten. En ja, dit is de plek waar ze altijd verzamelen, voor de KFC. ‘Ik kan chillen. Er zijn meisjes. Goeie plek.’ Amsterdam, waar hij nu in een woongroep van een hulporganisatie verblijft, bevalt hem minder. ‘Is vies.’
‘Ze zitten hier soms met meer dan twintig man op het terras’, zegt Al Quahlaoui. Ze claimen de plek, KFC heeft niet voldoende personeel om ze weg te sturen, ze vieren hier zelfs verjaardagen.
‘Soms met vijftig mensen’, zegt El Chapo. ‘Uit Syrië, Afrika, Suriname.’
De groep bestaat vooral uit Syrische amv’ers, alleenstaande minderjarige vreemdelingen, zegt Al Quahlaoui. Al lopen er ook jongens als El Chapo tussen, die inmiddels volwassen zijn. ‘Ze komen uit het hele land naar Utrecht.’
Sinds anderhalf jaar veroorzaken groepen jonge vluchtelingen op verschillende plekken in Nederland overlast. In Eindhoven werden in september drie minderjarige Syrische asielzoekers neergestoken door twee landgenoten. De vermoedelijke daders verbleven in Utrecht en Alphen aan den Rijn en zouden het hebben gemunt op hun fatbikes. Steden als Den Bosch, Groningen en Nijmegen kampen met vergelijkbare problemen.
Op TikTok delen sommige jongens beelden van confrontaties met de politie bij het Bollendak of op plekken elders in het land. Een enkeling draagt een enkelband, zag de Volkskrant. Soms komen grote messen en vuurwapens in beeld – al dan niet echt.
Hoe groot de groep is, weet niemand. Uit een inventarisatie van de gemeente Utrecht, waar de overlast het grootst was, bleek vorig jaar dat het onder het Bollendak om 162 Syriërs ging, van wie er maar 37 een adres in Utrecht hadden. De overige mannen stonden geregistreerd in 45 andere gemeenten.
Burgemeester Sharon Dijksma deed in mei een oproep aan het kabinet om gemeenten te helpen de overlast te bestrijden. De Tweede Kamer nam diezelfde maand een motie aan die opriep tot een ‘landelijk actieplan’. Dat blijft vooralsnog uit.
‘Het is vijf voor twaalf’, zegt burgemeester Ahmed Marcouch van Arnhem, waar jonge Syriërs een à twee keer per week betrokken zijn bij ernstige incidenten. ‘Vooral de ernst van de criminaliteit baart me zorgen: het gaat om straatroven, winkeldiefstallen en aanrandingen.’ Marcouch, die al meerdere malen aan de bel trok, wijst naar de lange asielprocedure en de vele overplaatsingen in de opvang, waardoor jongeren moeilijk kunnen wortelen. Daarnaast stelt ook hij dat het Rijk meer moet doen tegen de overlastgevers. ‘Het ontbreekt gemeenten aan de middelen. Ook omdat deze jongens vaak elders staan ingeschreven.’
Het ministerie laat weten met gemeenten in gesprek te zijn. Eerder zei demissionair minister Mona Keijzer (Asiel en Migratie) in het AD dat ze het beeld dat Marcouch schetst niet herkent. ‘Je hoort vaak: de heren verkeren in onzekerheid, omdat er geen besluiten worden genomen. Maar als je jezelf verveelt, ga je niet de boel verstieren en crimineel gedrag vertonen. Dan ga je je gewoon gedragen.’ Ze benadrukte dat burgemeesters verantwoordelijk zijn voor de openbare orde en veiligheid.
Op Nieuwjaarsdag werd de situatie verder op scherp gezet, door de moord op twee Syrische amv’ers, die rond middernacht in een Amsterdams park werden doodgeschoten. Over de toedracht is nog niets bekend. Wel staat vast dat ze daar op dat tijdstip niet hadden mogen zijn, omdat het COA op hun opvanglocatie een avondklok hanteerde: ze hadden om 22.00 uur binnen moeten zijn.
Zulke verhalen roepen talloze vragen op over het leven van Syrische minderjarigen in Nederland. Waar wonen ze? Wie is verantwoordelijk voor ze? En: waarom veroorzaken veel van hen nu zoveel meer overlast dan enkele jaren geleden?
De jongeren zelf zijn lastig te bereiken. De groep is gesloten, er heerst een zwijgcultuur en er is een taalbarrière. Daarom liep de Volkskrant een middag mee met Abdou Al Quahlaoui, die al sinds 2014 met Syrische minderjarige vluchtelingen werkt. Hij kent veel van de overlastgevers. En hij zag van dichtbij wat er de afgelopen jaren is veranderd.
Al Quahlaoui groeide als kind van Marokkaanse ouders op in Huizen. De afgelopen jaren werkte hij intensief samen met circa vijftien vluchtelingen, van wie de meeste in aanraking waren gekomen met justitie. Hij doet dat namens Buddycoach&Co, een organisatie die jongeren ‘met complexe problematiek’ begeleidt, vaak in opdracht van gemeenten. Op dit moment ondersteunt hij, naast El Chapo, nog twee andere Syrische jongeren.
Ze vertrouwen hem. Omdat hij met ze meegaat naar de rechtbank, helpt bij het zoeken naar woonruimte of een afspraak maakt bij de tandarts. En omdat hij luistert – terwijl ze tosti’s bakken op zijn kantoor, of als ze zich in de sportschool uitleven op een bokszak.
Buddycoach&Co komt pas in beeld als het echt misgaat. Sinds eind 2022 begeleiden ze naast Nederlandse jongeren ook alleenstaande minderjarige asielzoekers. Meestal doen gemeenten – inmiddels zo’n 35 – of de reclassering een beroep op hen.
De jongens van Abdou Al Quahlaoui kunnen hem te allen tijde bereiken, ook ’s avonds. Dat gebeurt geregeld. Als een jongere dreigt te gaan vechten, of de leiding van een opvanglocatie niet meer weet wat ze met iemand aan moeten.
Zo sloeg een van zijn cliënten zijn kamer kort en klein na een verontrustend appje van het thuisfront. Omdat ze de jongen op de woonlocatie niet tot bedaren konden brengen, werd Al Quahlaoui gebeld. Het was vrijdagmiddag en er stond file: ‘Frustratie tot de max.’ Eenmaal ter plekke lukte het hem de jongen te kalmeren.
Boodschappen van familie zorgen vaker voor onrust, vertelt hij. De telefoons waarop de berichten binnenkomen moeten het dan vaak als eerste ontgelden. ‘Een jongen gooide er een keer een uit mijn rijdende auto. Na een paar seconden kreeg hij spijt en trok hij in paniek aan de handrem.’ Al Quahlaoui moest de auto op de vluchtstrook zetten en kon de jongere na een sprintje over de vluchtstrook ternauwernood overmeesteren. ‘Gelukkig kwam de politie snel. Dit had helemaal verkeerd kunnen aflopen.’
Eerder werkte Al Quahlaoui enkele jaren in het asielzoekerscentrum in Dronten, waar hij verantwoordelijk was voor een bungalow met acht jongens. ‘Ik kookte met ze, of we gingen voetballen. En ik was een mentor voor ze.’ Daarna ging hij aan de slag bij de extra begeleiding en toezichtlocatie van het COA in Amsterdam.
Door de jaren heen zag hij de doelgroep veranderen. De eerste lichting Syrische jongeren was opgegroeid in vredestijd, zegt hij. Ze hebben in Syrië een paar jaar op school gezeten, en zijn na het uitbreken van de burgeroorlog in 2011 door hun ouders naar Europa gestuurd, terwijl de vader het gezin onderhield. Tot voor kort kregen deze jongeren snel een verblijfsvergunning, waarna ze gezinshereniging konden aanvragen.
‘Dit waren echt nog oorlogsvluchtelingen’, zegt Al Quahlaoui. ‘Ik hoorde gruwelijke verhalen. Zo vertelde een jongen hoe zijn vader voor zijn ogen was doodgeschoten. Ze hebben bijna allemaal een oorlogstrauma.’
In de Nederlandse opvang behielden deze jongeren hun eigen cultuur. ‘Ze dronken Syrische koffie, ze luisterden naar Syrische muziek en dansten hun Syrische danspasjes.’ Veel overlast veroorzaakte deze lichting niet, in ieder geval niet opvallend meer dan andere groepen.
Bij de Syrische jongeren die de laatste jaren in Nederland arriveerden, ligt dat anders. ‘De meesten kwamen als jonge kinderen in opvangkampen in Turkije of Libanon terecht, waar ze vaak jaren doorbrachten. Sommigen spreken beter Turks dan Arabisch.’ Van de oorlog hebben ze vaak vrij weinig meegekregen. ‘Al hebben ze wel bepaalde oorlogstrauma’s van hun ouders overgenomen.’
In het vorig jaar verschenen rapport Wat hen beweegt noemt het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum die laatste lichting ‘kenners van overleven op straat aan de rand van Europa’ en ‘jongeren die vooral op zoek zijn naar een beter leven, niet zozeer direct op de vlucht voor een oorlog’.
Onderwijs was er in Turkije niet of nauwelijks, zegt Al Quahlaoui. ‘Het leven was hard. Er was veel racisme. En vaak moesten kinderen al op 7- of 8-jarige leeftijd op het land werken om geld te verdienen. Ze verdienden dan 3 of 4 euro op een dag.’ Die ervaring maakt de overgang naar een Nederlandse school voor veel van deze jongeren ingewikkeld, zo niet onmogelijk.
In Turkije raakten ze vaak verslaafd aan alcohol of drugs. ‘En daarna gingen ze met mensensmokkelaars Europa in. Vaak met toestemming van hun ouders, maar soms ook niet.’ Ze maakten onderweg gruwelijke dingen mee. ‘Sommigen moesten wekenlang in het bos slapen, waar ze zelf voor hun eten en drinken moesten zorgen. Anderen zijn mishandeld en misbruikt, al vertellen ze daar nooit over.’
In Utrecht wandelt Al Quahlaoui naar Albert Heijn, om iets te drinken te halen. El Chapo loopt mee, net als zijn 18-jarige vriend, die dezelfde grijze muts van Ralph Lauren draagt en ook niet helemaal helder uit zijn ogen kijkt.
De jongens kennen de weg in de supermarkt en lopen direct naar de koelkast met blikjes Red Bull. Al Quahlaoui pakt ook een bakje voorgesneden fruit voor ze. Hij verliest de jongens ook bij de zelfscankassa geen moment uit het oog.
De jongens die stelen – en dat zijn er volgens Al Quahlaoui ‘veel, maar niet allemaal’ – zijn daar vaak erg bedreven in. Ze werken met geprepareerde tassen, bekleed met aluminiumfolie of lood om beveiligingspoortjes te omzeilen. Ze weten dat de detectiepoortjes niet piepen als je er heel snel doorheen springt. En ze kunnen razendsnel een telefoon uit een jaszak halen, wat één jongen voor de grap ook ooit bij Al Quahlaoui deed. Hij had niets in de gaten.
‘Ik zie deze jongeren niet als criminelen’, zegt Al Quahlaoui desalniettemin. ‘Veel van hen ervaren veel stress en komen vooral op de stations op zoek naar afleiding.’
De groep is hecht. Ze kennen elkaar uit Turkije, van hun reis door Europa of uit de verschillende azc’s waar ze werden ondergebracht. Er is soms strijd onderling. Kleine ruzies en vechtpartijen om fatbikes, gestolen telefoons of beledigingen, maar als iemand van buiten zich tegen hen keert is de groep eensgezind.
Ze stelen om het wekelijkse leefgeld aan te vullen dat ze op de opvanglocatie krijgen. Om mooie spullen te kopen, waarmee ze het thuisfront kunnen laten zien dat het goed met ze gaat. Om geld naar familie te sturen. Om de lening voor hun reis naar Nederland terug te betalen. En vaak ook om hun verslavingen te bekostigen.
Veel jongens roken, drinken en gebruiken lyrica, een medicijn tegen epilepsie. Eén jongere vertelde Al Quahlaoui hoe sterk dat middel is: ‘Zelfs als een bus me zou overrijden, voel ik er niets van’, zei hij. Verslavingsexperts en het COA zien een toename van het gebruik van lyrica, dat eerder vooral populair was onder Noord-Afrikaanse minderjarige migranten.
Vlak nadat ze Hoog Catharijne hebben verlaten, komen de jongens twee bekenden tegen. El Chapo koopt een pakje sigaretten bij ze, op de verpakking staat een Duitse tekst. ‘Twintig euro voor 56 sigaretten’, zegt hij terwijl hij ze uitdeelt. ‘Goede prijs.’
Iets verderop wijst hij naar een groep mannen bij wie je cocaïne en andere drugs kunt kopen. Zelf gebruikt hij niet meer, zegt hij. Dan haalt hij een plastic zakje uit zijn jaszak. ‘Alleen hasj.’
Behalve een ander vluchtverhaal ziet Al Quahlaoui nog een andere oorzaak voor de recente problemen met de nieuwe generatie Syrische vluchtelingen: ze kwamen veel vaker in contact met jongeren uit Noord-Afrika.
‘Vanaf 2016 arriveerden er steeds meer jongeren uit Tunesië, Algerije en Marokko in het azc. Ze kwamen uit Casablanca en Rabat, maar ook uit Nador, waar mijn familie vandaan komt. Allemaal om de armoede te ontvluchten.’ Hoewel ze geen kans maakten op een verblijfsvergunning, hadden ze wel recht op een plek in de opvang.
Deze veiligelanders – in het Arabisch ook wel Harragas genoemd, wat letterlijk ‘Verbranders’ betekent – hadden onderweg een eigen subcultuur ontwikkeld, die verschilde van die van de Syriërs. ‘Ze hadden hun eigen muziek, een eigen kledingstijl, een eigen manier van spreken en ze gebruikten middelen.’ De groep veroorzaakte veel overlast.
In de azc’s werden de Noord-Afrikanen tussen de Syriërs geplaatst. En dat had gevolgen, zegt Al Quahlaoui. ‘Als je in een bungalow met acht jongens twee Noord-Afrikanen had zitten, dan was de subcultuur van die laatsten vrij dominant. De Noord-Afrikanen kwamen uit een harde wereld. Niet vanwege oorlog, maar door armoede, van jongs af aan.’ De Syriërs begonnen de gebruiken, het Arabische accent en het criminele gedrag over te nemen, en op den duur ook de toppositie in de ranglijst van overlastgevers.
Veel jongens zijn veelplegers, die het met hun daden verpesten voor de rest, stelde de Arnhemse rechtbank afgelopen september in een vonnis. Daar stond een 16-jarige Syriër terecht voor een aantal (zware) mishandelingen en diefstallen, strafbare feiten die volgens de rechters niet bijdragen aan het maatschappelijke draagvlak voor de opvang van asielzoekers. ‘Verdachte behoort tot een groep overlastgevers die sterk beeldbepalend is, ten nadele van vele mensen op de vlucht (...) die opvang nodig hebben en daar wel zonder zich te misdragen gebruik van maken.’
Op de meest recente zogenoemde Top-X-lijst, een landelijk overzicht van het ministerie, stonden eind vorig jaar 1.280 asielzoekers die overlastgevend of crimineel gedrag vertonen. Bijna de helft van hen komt uit Syrië.
In Utrecht, terug onder het Bollendak, vliegt een jongen met een vlassig snorretje Al Quahlaoui om de hals. Het is Khalil, een 19-jarige Syriër die vier jaar geleden in zijn eentje naar Nederland kwam en inmiddels een verblijfsvergunning heeft. Hij draagt een kleurig trainingspak van Lacoste en schoenen van het type Nike Air Max TN, de typische kledingstijl van de Harragas. Khalil is niet zijn echte naam.
Al Quahlaoui begeleidde hem vorig jaar een aantal maanden, toen de jongen door omstandigheden waarover hij niet wil uitweiden uit zijn woongroep was gezet en maanden op straat moest slapen. ‘Zodra de jongens 18 worden is geen enkele instantie meer verantwoordelijk voor hen. Daarom heb ik hem vrijwillig geholpen. Bij zijn rechtszaken, want hij had het een en ander op zijn kerfstok. Maar ook in contact met gemeenten en andere instanties.’ Nu woont Khalil bij het Leger des Heils in een stad een uur verderop.
‘Ik zeg jou eerlijk: ik heb in Nederland nog nooit zo iemand als deze man gezien’, zegt Khalil over Al Quahlaoui. ‘Hij is een broertje voor me, een vader, een hele familie.’ Hij hoopt nog altijd dat hij zijn familieleden kan laten overkomen, maar dat is nog niet gelukt.
‘Wat hij eigenlijk probeert te zeggen’, zegt Al Quahlaoui, ‘is dat veel van deze jongens iemand missen die ze kunnen vertrouwen. Veel van hen hebben helemaal niemand.’
‘Die oude begeleiders, allemaal hebben ze mij verlaten. Alleen deze man heeft mij officieel geholpen. Vrijwillig. Er was echt niemand. En ik kan niet zomaar mijn vader bellen. Hij zit nog in Syrië.’
Al Quahlaoui: ‘Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen hem aan zijn lot over te laten.’
De laatste vijf jaar kwamen er steeds meer alleenstaande minderjarigen naar Nederland. Sinds 2020 kreeg de IND meer dan achtduizend aanvragen binnen. 2023 was een recordjaar, met bijna drieduizend minderjarige Syriërs.
Nidos is verantwoordelijk voor de voogdij, opvang en begeleiding van jonge vluchtelingen die zonder hun ouders in Nederland verblijven. Ook zij zagen de doelgroep veranderen. In 2024 verdubbelde het aantal amv’ers ineens naar tienduizend. Die groei bleef niet zonder gevolgen.
De Inspectie Gezondheidheidszorg en Jeugd stelde vorig jaar vast dat Nidos te weinig zicht had op de veiligheid van minderjarige vluchtelingen. Een voogd begeleidde soms meer dan 25 jongeren. Dat aantal is volgens Nidos inmiddels teruggebracht naar 18. Een voogd moet een jongere minimaal één keer per maand zien. In het vorig jaar verschenen WODC-rapport schetsen Nidos-medewerkers hoe de groep de laatste jaren ‘ingewikkelder gedrag’ is gaan vertonen, door onder meer middelengebruik is het lastig om contact met hen te krijgen.
Pas als amv’ers een verblijfsvergunning krijgen, mogen ze verhuizen naar een van de opvanghuizen van Nidos, waar meer begeleiding is. Maar door de lange wachttijden bij de IND duurt dat vaak jaren. Omdat het COA ook kampt met capaciteitsproblemen worden amv’ers in de tussentijd regelmatig verplaatst naar andere (noodopvang)locaties, waardoor de pas opgebouwde basis van een voogd, een school, of een sportclub, weer wegvalt.
Overlastgevers hebben vaak ook een psycholoog, psychiater of afkickkliniek nodig. Maar die zijn er te weinig, waardoor ze soms maanden wachten op passende hulp.
Ook de drukte bij de IND draagt bij aan de problemen. In de eerste helft van 2025 werd de behandeling van asielaanvragen helemaal stilgelegd, vanwege de onzekere situatie na de val van Assad. Sindsdien komt het proces maar mondjesmaat op gang. Waar de kans op een status en gezinshereniging voorheen bijna een vanzelfsprekendheid was, is die nu klein. Vorig jaar kwamen ‘slechts’ 280 Syrische amv’ers naar Nederland. Vermoedelijk door de komst van het nieuwe regime en het feit dat een toekomst hier ongewis is.
Aan het eind van de middag neemt Al Quahlaoui vier jongens vanaf Utrecht Centraal mee naar zijn auto. Voor hij ze terugbrengt naar hun opvanglocaties gaan ze nog even chillen op het kantoor van Buddycoach&Co in Huizen.
In de eenvoudige keuken weten de jongens inmiddels de weg. El Chapo besmeert brood met tonijnsalade en legt er plakken kaas overheen. Daarna legt hij het brood in het tosti-ijzer. ‘Dit at ik in de gevangenis ook’, zegt hij.
‘Toen heb ik een band met hem opgebouwd’, zegt Al Quahlaoui. ‘Ik zocht hem wekelijks op in Breda. En ik probeerde dingen te regelen voor als hij weer vrij kwam.’
Hij hoopt El Chapo weer op het goede pad te krijgen. Meer zorgen maakt hij zich over de amv’ers die nu nog wachten op een verblijfsvergunning, een vergunning die ze misschien nooit zullen krijgen, nu de situatie in Syrië is veranderd.
‘Dan hebben ze geen enkel toekomstperspectief’, zegt hij. ‘En veel van hen zullen de illegaliteit ingaan. Een groep die vele malen groter is dan de groep illegale Algerijnen en Marokkanen die hier overlast veroorzaken. Wat gaan we doen met hen? Daar praat op dit moment helemaal niemand over.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant