Home

Ineens heeft iedereen het over DigiD en digitale afhankelijkheid

Veiligheid DigiD De zorgen nemen toe over digitale afhankelijkheid van de VS en de toekomstige veiligheid van DigiD – in Den Haag en Brussel. Het is een groot thema in de politiek, op sociale media en in talkshows. Maar wie gaat iets doen en wat?

Deelnemers aan een conferentie in Brussel over het ‘heropbouwen van de Europese soevereiniteit’.

Rafael Laguna geeft een peptalk. De in het zwart geklede Duitser, baas van het jonge Duitse agentschap voor de financiering van baanbrekende technologieën (Sprind), zit op een hoge kruk op het podium van een conferentiezaal in Brussel. Daar wordt een dag lang gepraat over het ‘heropbouwen van de Europese soevereiniteit’.

Wat de ambtenaren van de Europese commissie, de denktankers, de militairen en de ondernemers daar bespreken is bij vlagen deprimerende kost. Europa is in hoge mate afhankelijk van technologie uit de Verenigde Staten en ook China. De EU is een speelbal, een achterblijver, een continent dat niet met zijn spierballen rolt. Dat alleen maar reguleert, niet bouwt en innoveert. Het jongetje op het schoolplein dat door de sterke pestkoppen te grazen wordt genomen.

Maar wanhopen is wat Laguna betreft niet nodig. Uit zo’n drieduizend voorstellen per jaar kiest Sprind er driehonderd en helpt zo innovaties die potentieel van maatschappelijk belang zijn, maar nog niet direct een commercieel levensvatbaar product opleveren.

Mensen met ideeën kunnen er 365 dagen per jaar aankloppen, vertelt Laguna enthousiast. Het voelt alsof hij in een chocoladefabriek zit en met zijn zak geld van de overheid in de hand (Sprind heeft 300 miljoen euro per jaar te verdelen) mag kiezen wat hij neemt. Een baan waar je optimistisch van wordt. ,,Europa is het sterkste merk ter wereld. We hebben wortels in het humanisme, democratische waarden. We zijn een feel good regio, de beste plek om te leven. Ik zou hierheen komen. Zie de lelijke gezichten van andere regio’s.”

Hij krijgt applaus, maar ook een standje van de organisator van de conferentie, Cristina Caffarra. Ze is econoom en drijvende kracht achter Eurostack, een beweging die vindt dat Europa zijn eigen technologie moet bouwen, zodat er alternatieven komen voor de Amerikaanse hard- en software waar iedereen nu op steunt. En zij is verhalen over Europese waarden helemaal zat. „Die zijn belangrijk, maar leiden ook tot zelfgenoegzaamheid en achterover leunen”, herhaalt ze keer op keer. De tijd raakt op. Ze wil actie. In Europese waarden kun je niet wonen.

Massale zorg om DigiD

De roep om actie klinkt inmiddels op veel fronten. Zo’n 150.000 mensen tekenden afgelopen week een petitie die oproept te voorkomen dat het nationale inlogsysteem DigiD straks door een Amerikaans bedrijf wordt gerund.

De petitie werd dinsdag aangeboden aan Tweede Kamerleden. Dat was een paar uur voor een drukbezocht rondetafelgesprek met experts over DigiD en de gevolgen van de beoogde overname van het bedrijf Solvinity (dat DigiD uitvoert voor de overheid) door het Amerikaanse Kyndryl. Er waren drie extra zalen nodig om al het publiek te bergen. De grote aanloop kwam onder meer door een oproep van tech-expert Bert Hubert. Na afloop maakte een deel van zijn volgers een groepsfoto met hem.

De volgende ochtend stond de voorgenomen overname weer op de Haagse agenda. Tweede Kamerleden ondervroegen vier vertegenwoordigers van Kyndryl. De overname kan pas doorgaan als de nieuwe minister van Economische Zaken toestemming geeft. Die wacht eerst een toetsing af van het Bureau Toetsing Investeringen en van de Autoriteit Consument en Markt.

Ambtenaren en advocaten breken zich intussen het hoofd over een manier om de risico’s van de overname in te dammen. Solvinity verzorgt niet alleen DigiD, maar ook de infrastructuur voor een groot deel van de communicatie in de justitieketen.

Innovatie aanjagen

Brussel zoekt vooral naar wegen om innovatie aan te jagen, zodat bedrijven Europese alternatieven gaan produceren voor Amerikaanse en Chinese technologie. In Den Haag gaat het debat op het moment vooral over de vraag of de overheid meer digitale infrastructuur zelf moet gaan beheren, om te voorkomen dat ze in buitenlandse handen komt.

Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. In alle scenario’s moeten Europeanen zelf technologie ontwikkelen. Niet op alle terreinen, maar genoeg om niet volledig afhankelijk te zijn van landen als de VS en China. Het is niet overtuigend als je afgeeft op Amerikaanse bedrijven, als je tegelijk gretig hun spullen blijft afnemen omdat er geen alternatieven zijn.

Conal Hickey, Marcel Lankhuijzen, Piet Bil en Rob Bravenboer van het Amerikaanse bedrijf Kyndril, dat kandidaat is om Solvinity over te nemen, tijdens het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer. Solvinity levert het platform waarop DigiD draait.

Alle stappen die overheden zetten op dit gebied, illustreren zowel de wens om hier verandering in te brengen als de omvang van die uitdaging. De Franse overheid kondigde deze week aan per 2027 geen Teams en Zoom meer te gebruiken, maar een in Frankrijk ontwikkeld alternatief. Daarmee loopt Frankrijk voorop, maar een revolutie kun je het niet noemen.

Bij de koffieautomaat legt optimist Laguna de Duitse aanpak uit. Daar heeft Nederland veel belangstelling voor. Oud-ASML-topman Peter Wennink zette in zijn rapport het dringende advies een Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) op te zetten. Aan die Nederlandse versie van Sprind wordt intussen gewerkt, en de Duitsers delen hun ervaringen. Komende maandag is er weer een bijeenkomst hierover met de werkgroep van het ministerie van Economische Zaken. In het budget bij het regeerakkoord is er eenmalig 500 miljoen euro voor uitgetrokken. De focus bij Sprind ligt op cruciale infrastructuur en opensource-oplossingen, vertelt Laguna.

Zijn verhaal wordt steeds kort onderbroken door ondernemers die hun plannen bij hem willen pitchen, iemand aan hem willen voorstellen of verontwaardigd zijn omdat hun project géén geld heeft gekregen. Open source, vervolgt hij dan, computercode die openbaar is en voor iedereen te gebruiken, is om twee redenen van belang. Ten eerste is het gebruik ervan een truc om een achterstand snel in te lopen: in plaats van iets vanaf de grond op te moeten bouwen, maak je gebruik van een basis die er al ligt. „De balken en het cement van een economie” noemt Laguna de openbare computercode. Een afsplitsing van Sprind – het Duitse Sovereign Tech Agency (30 miljoen per jaar) – ondersteunt om die reden opensourceprogrammeurs die onderhoud plegen aan die software, om niet afhankelijk te zijn van vrijwilligers die het in hun avonduren doen.  

Een tweede reden om als overheid te kiezen voor open source is dat je daarmee de vrijheid schept bij een bedrijf weg te kunnen, bijvoorbeeld als de dienstverlening of de eigendomsstructuur verandert. Laguna illustreert het aan de hand van het debat over DigiD.  „Dus als je Nederlandse bedrijf gekocht wordt door bijvoorbeeld IBM, dat je dan kunt zeggen: ‘prima, we laten het door een ander bedrijf doen’.”  

Die gedachte is niet nieuw en de DigiD-casus laat zien dat dit simpeler klinkt dan het is. De code van DigiD is open source. Maar een product naar een ander bedrijf verhuizen kan alleen als daar in de contracten vooraf rekening mee is gehouden. Ook moeten er andere dienstverleners beschikbaar zijn die aan dezelfde specifieke eisen voldoen.

Bovendien is online identificatie zó belangrijk en zo cruciaal voor het vertrouwen tussen burgers en overheid dat het debat inmiddels draait om de vraag of de digitale infrastructuur onder DigiD überhaupt uitbesteed kan worden. Een deel van de vragen van Kamerleden ging daarom over de mogelijkheden om bijvoorbeeld een rijkscloudbedrijf op te zetten, een datacenter waarin de allergevoeligste applicaties draaien. Het zou vergelijkbaar zijn met hoe defensie haar ict in eigen hand heeft gehouden.

Zoiets is niet gemakkelijk. Zelfs de grootste voorstanders ervan benadrukken dat een techtak van de staat op afstand van de overheid moeten komen te staan, om te kunnen functioneren als een bedrijf, zij het met een maatschappelijke opdracht. Want de techwereld is snel en competitief en de cyberdreigingen zijn groot. De situatie lijkt op die van energiemaatschappijen waarvan de overheid alle aandelen bezit, of Schiphol. „Ik heb vier jaar moeten vechten om de afstand tussen de [Duitse] politiek en Sprind groot genoeg te krijgen”, zegt Laguna. Eind 2023 werd het Sprind Freiheitgesetz aangenomen.

Cyberdreiging uit Rusland

Op de conferentie in Brussel komt ook de hoge NAVO-vertegenwoordiger Pierre Vandier aan het woord, via een videoverbinding vanuit de Amerikaanse staat Virginia. De Franse admiraal benadrukt hoezeer Europa afhankelijk is van de VS. Voor gewone wapensystemen, maar ook om zich te beschermen tegen cyberaanvallen uit Rusland. „De digital debt van Europa maakt het niet gemakkelijk”, waarschuwt hij. „Het verlies aan soevereiniteit door buiten Europa in te kopen is gigantisch.”

Daarin schuilt wat hem betreft ook een deel van de oplossing. Defensieuitgaven zijn staatsuitgaven. Het is een heel andere markt dan die voor bijvoorbeeld commerciële clouddiensten. Regeringen kunnen dus de vraag naar Europese producten en diensten scheppen, zodat ondernemers durven te investeren. Maar dat moeten ze dan volgens hem wel als de donder gaan doen. „Als de defensiebudgetten geen vraag creëren gaan de start-ups dood.”

Brussel zal zich de komende maanden actief met zulke kwesties bezighouden. Zo komt er een saillant debat over de Europese Cyberveiligheidswet. Daaraan is een lijst gekoppeld met ‘derde landen’ waarvan je niet zomaar technologie mag kopen, bijvoorbeeld omdat ze niet democratisch zijn of vijandig tegenover Europa. China staat daarop. Maar zouden de VS er ook een plekje op moeten krijgen als president Trump Amerikaanse techbedrijven tegen Europa in wil zetten?

Zover willen en kunnen de Europeanen niet gaan. De echte onderhandelingen gaan over kleinere stappen. Zoals de Europese Cloud and AI Development Act. Komt daarin te staan dat een bepaald percentage van de aanbestedingen bij Europese aanbieders moet worden gedaan? De verwachting is van wel, maar dat dit geen al te hoog percentage zal worden. Want al te veel vraag kunnen de Europese bedrijven nog helemaal niet aan. Er wordt nu aan vijftien procent gedacht.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Source: NRC

Previous

Next