Home

De demystificatie van de heks

Uitgeverij Das Mag heeft zijn eerste boek van 2026 tevoorschijn getoverd: Kind van was van Olga Ravn gaat over hekserij in het Denemarken van de zeventiende eeuw. Lange tijd waren heksen bij uitstek een onderwerp voor kinderboeken: je had De Heksen van Roald Dahl en De Computerheks van Francine Oomen en dat was het wel zo’n beetje. Hoe anders is dat nu. Hordes schrijfsters staan paraat om ons volwassenen in essays, pamfletten en romans uit te leggen dat heksen geen vrouwen met een kruidenrek en boshut waren maar slimme/seksuele/onafhankelijke/normale mensenkinderen die de brandstapel toch zeker niet hadden verdiend.

Schrijfster Susan Smit, zelfbenoemd heks en auteur van onder andere Heks, De heks van Limbricht, De wijsheid van de heks en Magisch dagboek was zonder twijfel de eerste die met het onderwerp aan de haal ging. De afgelopen twintig jaar pleitte ze voor een Nationaal Heksenmonument en voor een nieuwe definitie van middeleeuwse heksen: volgens Smit waren dat „goedbeschouwd de eerste feministen”. Geen vrouwen die zich bezighielden met berkenwater en maanstanden, maar „onafhankelijke, stoutmoedige” vrouwen die niet bang waren om de priester af en toe te vertellen dat ie niet uit z’n nek moet kletsen. Smit laat daarmee in elk geval iets van de magie heel: heksen stonden weliswaar geen toverdranken te brouwen in de bossen, maar het waren wel intelligente, bijzondere vrouwen, die bijvoorbeeld weleens een boek lazen.

Maar dan de schrijfsters die na Smit kwamen: die zetten in op de volledige onttovering en pakken ons alles af. In 2023 verscheen Heks! Heks! Heks! van Jente Posthuma, die met haar boek van heksen „echte mensen” wilde maken. Echte mensen! De geschiedenis zit al vol met echte mensen. Met echte mensen dempen we de gracht, zie alle gezonken vrouwen die bij nader inzien toch geen heks bleken te zijn.

Ravn zet de lijn van Posthuma voort. „Vervolgde vrouwen”, zegt ze in een interview in Trouw, „worden vaak neergezet als onschuldige slachtoffers, of als heldinnen. Dat wilde ik niet.” Ik stel me voor dat het 1612 is en ik de waag op moet omdat de oogst van de buurman is mislukt en ik daar als ongetrouwde vrouw de schuld van krijg. Ik word te licht bevonden en ter dood veroordeeld. Meer dan vierhonderd jaar later, er lopen intussen zogeheten derdegeneratieslachtoffers rond, wordt over mij beweerd dat ik geen slachtoffer ben. En ook geen heldin. Lekker dan!

Ravn: „Deze vrouwen waren in werkelijkheid complex, en net zo immoreel of moreel als anderen.” Dat is precies wat wetenschappers ook graag beweren. Cultuurhistoricus Steije Hofhuis zei eerder in NRC dat de geschiedenis van de heksenvervolging vaak „versimpeld” is. „Heksen worden dan bijvoorbeeld voorgesteld als vroege feministen en de vervolgingen komen voort uit een patriarchaal masterplan (…). De werkelijkheid is gelaagder en complexer.” Gelaagd en complex: mijn twee goede vrienden van de master Geschiedenis. In dat ene studiejaar heb ik niks anders gedaan dan in papers beweren dat historische processen/gebeurtenissen een stuk ingewikkelder in elkaar staken dan tot nu werd aangenomen. En I still got it: persoonlijk denk ik dat de heksenvervolgingen nóg gelaagder en complexer waren dan Ravn en Hofhuis beweren.

Voor betovering hoeven we in elk geval niet meer bij de literatuur zijn. Gelukkig is er ook nog het echte leven. Er zijn steeds meer vrouwen die, mogelijk door Smit geïnspireerd, zich als heks identificeren. In een prachtige reportage van Omroep Brabant volgt reporter Merlijn (met zijn naam had hij de beste papieren) Coby, die zichzelf een „eclectische heks” noemt en Merlijn uitlegt dat de nacht het perfecte moment is om aan magie (met een zachte g) te doen. „Dan is het web van het universum lekker rustig.” Coby gaat het eerstvolgende boek waarin wordt beweerd dat er niet zoveel bijzonders was aan middeleeuwse heksen in de gracht gooien. Als het zinkt, is het een slecht boek. En als het blijft drijven ook.

Source: NRC

Previous

Next