Eten weggooien is niet goed voor het milieu. Bewaren en opwarmen lijkt daarom een goed idee, maar de meeste bakjes zijn van plastic – kan dat niet lekken?
is wetenschapsjournalist en epidemioloog en schrijft voor de Volkskrant vooral over biomedische onderwerpen
Sinds de coronapandemie doen Nederlanders het massaal: eten bestellen. Lekker en handig, maar er blijft nogal eens wat over van de Chinese rijsttafel of de mixed grill van de Griek. Nederlanders gooien jaarlijks maar liefst 33,4 kilo per persoon aan overtollig voedsel weg, onderzocht het Voedingscentrum in 2022, al denken de ondervraagden dat vooral anderen dat doen.
Dat voedsel kun je beter bewaren. Nederland wil 50 procent minder voedselverspilling in 2030 ten opzichte van 2015; in lijn met de duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties. Maar in wat voor soort bakjes kun je dan het beste je kliekjes bewaren?
Veel bewaarbakjes zijn gemaakt van plastic. We kunnen het ons bijna niet meer voorstellen, maar dat is niet altijd zo geweest, vertelt Ulphard Thoden van Velzen, verpakkingstechnoloog aan de Wageningen Universiteit. Hij herinnert zich dat hij als klein jongetje in 1971 met zijn moeder naar de supermarkt ging. ‘Eerder zat de elleboogmacaroni daar in kartonnen doosjes, nu in een plastic zakje. Nou, dat was revolutionair!’
Daarna gingen de technologische ontwikkelingen hard en tegenwoordig zijn er vele soorten plastic. In bewaarbakjes zit vooral polyethyleen, polypropyleen of Tritan, een nieuwere plasticsoort.
In de jaren zeventig werd duidelijk dat stoffen die de hormoonhuishouding verstoren uit pvc in eten lekten. Daarom is pvc niet meer toegestaan als verpakkingsmateriaal voor levensmiddelen. Plastic verpakkingen die daarvoor bedoeld zijn, zijn tegenwoordig ongelooflijk streng – en ingewikkeld – gereguleerd, volgens Thoden van Velzen.
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Strenger ook dan bijvoorbeeld papier en karton, die soms stoffen bevatten die niet in kunststof mogen zitten – zoals de drukinkt van de krant. ‘Veel mensen, ook beleidsmakers, zien de risico’s van stoffen in kunststof toch anders dan van die in papier en karton’, zegt Thoden van Velzen. ‘Maar die stoffen komen na recycling weer in kartonnen dozen terecht, waarin vervolgens weer verpakkingen met levensmiddelen worden gestopt. Via de lucht belanden ze alsnog in het levensmiddel.’ Al zorgen de karton- en levensmiddelenfabrikanten er volgens de verpakkingstechnoloog heus wel voor dat levensmiddelen niet in direct contact komen met gerecycled karton.
Hoeveel en welke stoffen uit plastic nu in het eten lekken, valt moeilijk te zeggen. ‘Het ene bakje is het andere niet’, zegt toxicoloog Majorie van Duursen (Vrije Universiteit Amsterdam). ‘Het maakt uit waarvan het is gemaakt, hoe oud het is, wat je erin stopt en waar het bakje vandaan komt.’ Als je online bakjes bestelt van buiten de EU, is er minder controle op of die voldoen aan de Europese regels.
In de koelkast valt het met dat lekken wel mee, weet Thoden van Velzen. Ook de vaatwasser of de vriezer is niet zo’n probleem. Maar warm je je kliekjes met plastic bakje en al op in de magnetron? ‘Dan gaan wij verpakkingstechnologen met rode vlaggetjes zwaaien.’ Een magnetron verwarmt namelijk niet gelijkmatig. Daardoor wordt het plastic (en het eten) op sommige plekken erg heet, waardoor een soort putjes in het plastic ontstaan. Dan komen stukjes microplastic in je maaltijd terecht.
De vorm van je bakje maakt daarbij uit. Vooral bij vierkante bakjes ontstaan hete punten. Bij het au bain-marie opwarmen (boven of in warm water) van je plastic bakje komen er minder microplastics vrij, maar lekken er misschien wel stoffen in je eten, vooral als dat eten vettig is. Kies dus liever voor een glazen of aardewerken schaal of bord, tipt Thoden van Velzen.
De lekkende stoffen waarover toxicologen zich zorgen maken, zijn onder andere de weekmakers en de bisfenolen. ‘Daarvan weten we dat ze hormoonverstorend werken’, legt Van Duursen uit. En aangezien hormonen in het lichaam van alles en nog wat regelen, kan verstoring daarvan bijdragen aan allerlei ziekten en aandoeningen, van vruchtbaarheidsproblemen tot obesitas en van hart- en vaatziekten tot problemen met het afweersysteem.
Waar toxicologen minder van weten, maar waar ze zich wel zorgen over maken, zijn stukjes microplastic, onder andere uit beschadigde plastic bakjes. Hoeveel die bakjes bijdragen aan onze totale onvrijwillige microplasticconsumptie, valt niet te zeggen.
Sowieso zitten microplastics overal: in ons voedsel, in ons drinkwater, in het milieu en ook in ons lijf, al lijkt dat laatste ingewikkeld om te meten. Of en wat voor schade ze daar veroorzaken, is niet duidelijk. Dat zouden effecten op het afweersysteem kunnen zijn, of beschadiging van cellen, zegt Van Duursen met heel wat slagen om de arm.
Van alle bakjes waarin je eten zou kunnen bewaren, staan die van plastic bij beide wetenschappers wel onderaan. Beiden pleiten ze voor het voorzorgsprincipe: zolang niet duidelijk is wat de eventuele schadelijke effecten zijn van plastic bakjes, warm je eten er dan maar niet mee op in de magnetron.
Ondanks de effecten op gezondheid, milieu en grondstoffengebruik, is plastic ook zeker niet alleen maar slecht. De levensmiddelendistributie zou volgens Thoden van Velzen niet mogelijk zijn als we alleen metaal, karton en glas tot onze beschikking zouden hebben.
Zonder plastic zouden we bovendien meer werk hebben aan alles wat met voedselbereiding te maken heeft – denk aan de kant-en-klare salades in plastic bakken in de supermarkt. Dat extra werk zou de man-vrouwverhoudingen niet ten goede komen. Ook Van Duursen vindt niet dat we nu maar alle plastic bakjes de deur uit moeten doen. Zelf heeft ze ze ook in huis. ‘Maar die gaan bij mij nooit in de magnetron.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant