Van zorgvuldig gecomponeerde liedjes tot noten als een bloeiende klimplant: dit zijn de beste albums van dit moment.
De Brits-Nederlandse Tessa Rose Jackson heeft na drie albums onder de naam Someone te hebben uitgebracht weer gekozen voor haar eigen naam. Gelukkig, want de zorgvuldig gecomponeerde, mooi gearrangeerde liedjes op haar vijfde album The Lighthouse (★★★★☆) zijn te persoonlijk om achter een pseudoniem te verstoppen. Lees de recensie.
De late orgelmuziek van componist Friedrich Cerha is verre van monumentaal, eerder fijn transparant. Melodiestemmen kolken niet door elkaar. Ze zijn overzichtelijk en lineair geordend. De toccata, preludes, inventies en postludes op Friedrich Cerha: complete works for organ (★★★★☆) zijn echte karakterstukken, gebaseerd op eenduidige ideeën. Dat we die ideeën zo goed begrijpen, is mede te danken aan Wolfgang Kogerts heldere, directe orgelspel. Lees de recensie.
Julianna Barwick en Mary Lattimore zijn voorlopers van een mooie Amerikaanse beweging van musici die vrijuit bewegen tussen klassiek, ambient en elektronische indie. Op Tragic Magic (★★★★☆) vullen de twee elkaar mooi aan: in The Four Sleeping Princesses krijgt de in laagjes gestapelde, etherische stem van zangeres Barwick een spookachtige lading naast de repetitieve harpakkooorden van de klassiek geschoolde Lattimore, gevolgd door dreigende bassen uit de synths. Lees de recensie.
Als een bloeiende klimplant slingeren de noten van de houtblazers van het Ensemble Ouranos je oren in, ondertussen zorgt de hoorn voor een warm fundament. Ze spelen Le tombeau de Couperin van Ravel op hun nieuwste album Constellations (★★★★☆). Een absolute aanrader, alleen al vanwege de gelaagde opnamekwaliteit. Lees de recensie.
Je hoeft maar naar de nummers aan het begin van haar nieuwe album Valentine (★★★★☆) te luisteren om te weten dat Courtney Marie Andrews uit Arizona tot de beste songschrijvers van de hedendaagse americana hoort, met een van de mooiste zangstemmen bovendien. Lees de recensie.
Het afscheidsalbum Megadeth (★★★★☆) is nog zo viriel, dat je je afvraagt waaróm Megadeth, de grote metalband die de opwinding van de agressieve riffs uit de thrashmetal verbond aan de inhoudelijke boosheid van de punk, moet verdwijnen. Hemelbestormend is het gitaarwerk van Mustaine misschien niet meer, maar wat zaagt zijn riff het openingsnummer Tipping Point prachtig aan stukken, op moordend tempo, en wat strooit zijn leadgitarist Teemu Mäntysaari er mooi glinsterende solo’s doorheen. Lees de recensie.
Op Enescu & Mendelssohn: Octets (★★★★☆) laten Belcea en Ébène nog maar eens horen waarom het Octet van Felix Mendelssohn zo’n topstuk is. Neem het Scherzo, het lichtvoetige deel dat ze laten trippelen en ruisen. Geraffineerd ook, de accenten die je krijgt door een noot niet luider, maar juist zachter te spelen. Lees de recensie.
Op We Want Waan (★★★★☆) is de dansbare fusie van jazz en elektronica van saxofonist Bart Wirtz en toetsenist Emiel van Rijthoven nog meer uitgediept. Zang, rap en suizende synths omringen de stevige tenorsax van Wirtz in steeds weer spannende en vaak opzwepende composities. Lees de recensie.
De Italiaanse cellist Miriam Prandi zet voor haar solodebuut J.S. Bach: Cello Suites (★★★★☆) hoog in: Johann Sebastian Bach, de zes suites voor cello solo. Het is muziek uit de buitencategorie, verkend en opgenomen door een lange stoet cellisten. En dan komt Miriam Prandi en wringt ze zich in de voorste linie. Lees de recensie.
Jiri Taihuttu heeft al sinds 2015 bescheiden succes met het hiphopcollectief ANBU, werkte samen met onder anderen Ronnie Flex en bracht als solorapper twee albums uit. Volgende halte: een debuutalbum van zijn vijfkoppige band vol zorgvuldig vormgegeven popliedjes. Op De Nachtwacht (★★★★☆) heerst verfijning die je niet vaak tegenkomt in Nederlandse popmuziek. Hier mag een nummer best meer dan drie akkoorden hebben. Lees de recensie.
De in Joegoslavië geboren violist Julija Hartig emigreerde dertig jaar geleden naar Nederland. Op Black Rainbow (★★★★☆) verkent ze haar culturele identiteit, volgt ze haar voorouders door Midden-Europa en de Balkan, en onderzoekt ze het gevoel van thuis. Dat alles in vier composities? Ja, want samen met pianist Reineke Broekhans schept Hartig een boeiende wereld vol heimwee en broze schoonheid. Lees de recensie.
Als Terrie Ex zich even niet met zijn ooit als punkband begonnen The Ex bezighoudt, zoekt hij jazzmuzikanten op voor samenwerkingen waarin improvisaties centraal staan. Op zijn nieuwe album Flaps (★★★★☆) improviseert hij echter alleen. Op zijn gitaar, in een onafgebroken stuk dat bijna 48 minuten duurt. Terrie Ex weet zeer gecontroleerd de eigenzinnigste en vaak verrassend tedere klanken aan zijn instrument te ontlokken. Lees de recensie.
Alleen fysiek te koop.
Dirigent György Vashegyi doet een Franse opera herleven: Omphale (1769) van Jean-Baptiste Cardonne. Zijn ensembles, het Orfeo Orchestra en het Purcell Choir, verkeren in topvorm – elegant en expressief. Muzikaal is Omphale (★★★★☆) een juweeltje, met geraffineerde danspassages, charmante pastorales en fonkelende koren. Lees de recensie.
Filosoferen kan hij wel, de 38-jarige Yongbom Lee. De Koreaanse componist onderzoekt in zijn muziek tegenstellingen als bewustzijn en onderbewustzijn, herkenbaarheid en vervreemding. Het resulteert onder meer in de vijf werken op zijn portretalbum Continuous Deformation (★★★★☆). Op Continuous Deformation vallen vooral de textuur en klankkleuren op. Sommige passages zou je kunnen bestempelen als wat elektronische musici ambient soundscapes noemen, maar dan uitgevoerd op akoestische instrumenten. Lees de recensie.
Na ruim drie jaar is er eindelijk het derde album van het Londense viertal Dry Cleaning. Meteen in het openingsnummer van Secret Love (★★★★☆) hoor je hoeveel rijker de klankkleuren in de muziek van Dry Cleaning geworden zijn. Er klinkt funk in door en elders worden folkelementen (mandoline, akoestische gitaar) uitvergroot. Zonder dat het mysterie in de nog altijd ongrijpbare teksten geweld wordt aangedaan. Lees de recensie.
Van film naar opera naar symfonie: de levenswandel van The Exterminating Angel Symphony (★★★★☆) van de Britse componist Thomas Adès. De symfonische samenvatting heeft een uitgesproken filmische atmosfeer, met donderende percussie en schallende koperblazers. Sardonisch dansen ze walsjes, wankelend marcheren ze zonder doel. Lees de recensie.
Hun stemmen klinken soms als die van chansonniers op leeftijd met een drank- en rookprobleem: rauw, hees en schraperig. Maar Peso Pluma en zijn neef Tito Double P zijn echt pas in de twintig, en twee van de grootste popsterren van Mexico. De songwriters hebben op hun eerste gezamelijke album Dinastía (★★★★☆) hun geluidsmix nog origineler gemaakt, door naast de solerende tuba’s en trombones ook nog vreemd zweverige koorzang te laten opstijgen. Lees de recensie.
De zwevende popmelodieën, de plekken die je voor je ziet, de weemoed, de wil om iets moois te maken van vroeger, de omfloerste zangstem: Rick de Gier klinkt solo op Vliegtuigsporen boven Houten (★★★★☆) in veel opzichten als zijn prachtband Ponoka, maar de voertaal is hier Nederlands. Je hóórt dat De Gier zichzelf als muzikant eindelijk weer eens van de riem heeft gelaten: liedjes, beats, synthesizers en woorden sprankelen je tegemoet. De Gier heeft Houten deze winter iets mooier gemaakt. Lees de recensie.
Als Oneohtrix Point Never maakt de Amerikaan Daniel Lopatin wonderlijke elektronische muziek, zijn muziek voor de film Marty Supreme (★★★★☆) is van een andere orde. De miniaturen zijn voor Lopatins doen zeer toegankelijk en onaards mooi, en laten je als luisteraar een eigen film beleven. De 23 tracks doen het geweldig zonder bijgeleverd beeld: de stukken hebben elk een uniek karakter, en herkenbare melodieën en haakjes die je na twee keer luisteren al niet meer uit je hoofd krijgt, en werken bij elkaar als een meeslepend album met een kop en een staart. Lees de recensie.
Voor Soundfont 1 (★★★★☆) leende jazsaxofonist Itai Weissman een houten dwarsfluit uit de collectie van het Amsterdamse Rijksmuseum, in de 17de eeuw gebouwd door Richard Haka. Alleen bij hoge uitzondering – hout slijt onder vochtige adem – mocht het instrument voor een opnamesessie worden bespeeld. Vanuit samples van die sessie blaast Weissman een muzikale tovertuin tevoorschijn: gekwetter, verre stemmen, iets orkestraals. Lees de recensie.
Xan Tyler (Londense te Glasgow) en Jonathan Brown alias Dusty Stray (Texaan te Amsterdam) houden hun folky duetten op Home (★★★★☆) klein en kaal. Akoestische gitaar, twee stemmen, tien bitterzoete liedjes over vergankelijkheid en nieuwe beginnetjes. Bij Dusty Stray klinken liedjes vol pijn en verlangen altijd licht en lucide. Lees de recensie.
The Art of Letting Go (★★★★☆) mag gerust tot de sterkste Nederlandse jazzalbums van 2025 worden gerekend. De breed uitgesponnen composities vermijden elk cliché, elk stuk sprankelt van de ideeën. Misschien wel het mooist is het samenspel in Lament & Consolation, dat uitmondt in een knappe trombonesolo van Vincent Veneman. Lees de recensie.
Debuutalbum Ironic Songs for a Sincere Generation (★★★★☆) van de Rotterdamse band Socks;SportsSocks bevat liedjes die ironisch, speels en ‘klein’ zijn, zélfs wanneer vrienden er met klarinet, sax, contrabas, viool en trompet een onnadrukkelijk barokke inkleuring aan geven. Het levert een debuut op om van te houden (zeker wanneer je van het werk van een antiheld als Mac DeMarco houdt) met liedjes over de beslommeringen van ‘gen Z’, in het bijzonder de financiële. Lees de recensie.
Het Ciconia Consort uit Den Haag heeft een verborgen plekje ontdekt in het repertoire voor strijkorkest: Franse muziek uit de jaren vijftig. Componisten als André Jolivet en Daniel-Lesur hielden vast aan prettig navolgbare melodieën en ritmen. Golden ze destijds als passé, bij nadere beluistering klinkt hun muziek zo gek nog niet. Het Scherzo is bijvoorbeeld een sproeifontein van licht en kleur. Lees de recensie.
Meer muziek? Bekijk hier ons volledige archief van albumrecensies.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant