IFFR 2026 De eerste vijf films van het Displacement Film Fund – een fonds voor ontheemde filmmakers – gingen vrijdag in première. Het was een bijzondere, en zeer emotionele avond, met sterren als Cate Blanchett, dichter Amanda Gorman, en regisseur Mohammad Rasoulof.
Still uit 'Sense of Water' van Mohammad Rasoulof.
„Ik ben altijd een hoopvol mens geweest. Maar nu… Ik heb een diep gevoel van absurditeit en betekenisloosheid.” Regisseur Mohammad Rasoulof (van het Oscargenomineerde The Seed of the Sacred Fig, 2024) heeft zichtbaar moeite de woorden eruit te krijgen, bij de première van zijn film in de Oude Luxor.
Hij ontvluchtte Iran kort geleden – te voet, over de bergen – om een achtjarige gevangenisstraf te ontlopen. Nu is hij hier, terwijl daar de afgelopen weken mogelijk tienduizenden mensen vermoord werden. Schuld, woede, ontheemding – die kluwen probeert hij te ontwarren in de indrukwekkende kortfilm Sense of Water, nu op het International Film Festival Rotterdam. Al zegt hij op de persconferentie ook: „Er zijn dingen die belangrijker zijn dan woorden. En gevoel. Zoals wat er nu in mijn land gebeurt.” Zowel bij het publiek als de filmmaker zijn er tranen.
Vrijdag gingen de eerste films van het vorig jaar gelanceerde Displacement Film Fund (DFF) in première – vijf ‘ontheemde filmmakers’ kregen elk 100.000 euro voor een kortfilm. En de toespraak van Rasoulof was zeker niet het enige moment van grote emotie op de dag.
Zo stuurden ook de andere films ’s middags al journalisten snikkend uit de persvoorstellingen. Een aangeslagen persvoorlichter knuffelde Rasoulof. En de wandeltocht van de bioscoopzaal naar de persconferentie in migratiemuseum Fenix had iets van een rouwstoet.
Op de première vielen filmmakers elkaar in de armen, in de spotlight, onder minutenlang applaus. Je vergat zelfs even dat wereldster en initiatiefnemer Cate Blanchett náást de emotionele regisseurs op het podium stond. En dat de avond werd geopend door de wereldberoemde Amerikaanse dichter Amanda Gorman, met een voordracht van haar gedicht ‘Call us what we carry’: „We walk into tomorrow, carrying nothing but the world.” De première liep zo ongeveer een uur uit, niemand greep in.
Dit was de eerste lichting van het DFF, in 2023 mede-bedacht door „our fearless leader” Cate Blanchett (zoals ze consequent genoemd werd), op het Global Refugee Forum. Razendsnel, één jaar na de aankondiging van Blanchett op het IFFR, zijn er nu vijf kortfilms gemaakt. Projecten die onze „stigma’s” en „onbegrippen” uitdagen, zegt Blanchett op de persconferentie. Want: „We lopen allemaal het risico ‘ontheemd’ te raken van onze moraliteit.” Film: kom ons redden!
Het is meer dan goedbedoelde promotietaal. De vijf films zijn indrukwekkend en inzichtelijk, vooral als bundel. Vluchten is geen eenduidige ervaring, maar ingewikkeld, paradoxaal, soms grappig.
Twee films bevatten een enorme woede. Rasoulofs film is de beste. In Sense of Water probeert een gevluchte Iraanse schrijver het Duits meester te worden. Hij begrijpt de woorden wel, maar er zitten geen gevoelens aan vast, zoals hij met het Farsi wel heeft. Ondertussen wil hij terug naar Iran; berichten van executies wakkeren een onstuitbare woede op. Ook het expressieve Rotation, van de Oekraïense Maryna Er Gorbach, bevat die woede. Een ex-militair herleeft haar trauma’s in de zonsondergang in een graanveld. Haar herinneringen zie je niet, wel de emotie die zwellend door haar lijf trekt. Op de achtergrond valt een atoombom. Er Gorbach filmde op rollen die in een verwoeste Oekraïense stad geproduceerd werden – je ziet een beschadiging op de rol.
Still uit ‘Allies in Exile’ van Hasan Kattan.
Het zijn films die dicht op de tragedie zitten – van pas gevluchte makers. Andere films bevatten meer afstand. Allies in Exile gaat over traumaverwerking. In 2016 vluchtten Hassan en Fadi uit Aleppo. Nu zitten ze vast in Londen, in een kier tussen de gezichtsloze bureaucratieën; twee dozen papieren die tussen Syrië, Turkije en het Verenigd Koninkrijk heen en weer worden geschoven. In het stille wachten borrelen herinneringen eindelijk boven – verbeeld met materiaal dat de twee sinds 2011 opnamen. Fadi verloor zijn hele familie door de aardbevingen van 2023. Hassans familie zit in Turkije en mag niet overkomen – uiteindelijk worden ook zij door een bureaucratie gescheiden.
„Er zijn verschillende fases van ontheemding”, zegt de Somalisch-Oostenrijkse filmmaker Mo Harawe na de persvertoning. „Rasoulof zit aan het begin van het proces, hij is pas net ‘ontheemd’. Maar je als je langer ontheemd bent, kom je bij een soort acceptatie. Dan realiseer je je dat je nergens bij hóéft te horen. Dan hoeft je film ook niet over geografische ontheemding te gaan.” In Harawe’s film staat een Somalische man terecht voor fraude. Hij trouwde een veertig jaar oudere vrouw met dementie en verkocht haar landerijen. Maar was dat niet een daad van échte liefde?
Super Afghan Gym is de enige komedie: Afghaanse vrouwen helpen elkaar met afvallen in een mannensportschool in het patriarchale Afghanistan. Regisseur Shahrbanoo Sadat vertelt dat ze zich meermaals ontheemd voelde: toen ze bruut racisme ervoer als Afghaan in Iran, toen ze Afghanistan ontvluchtte toen de Taliban de macht greep, maar ook als vrouw in een patriarchale samenleving en zelfs in haar eigen lichaam. „Nu zie ik identiteit als iets wat op mij geprojecteerd wordt”, zegt ze. „Ik hoor nergens bij.” Daarom maakte ze haar film over een ander soort ontheemding: dat van een vrouw in een patriarchaal Afghanistan, en dat van een persoon in een lijf. Ze mengde verhalen van sportscholen in Iran en Afghanistan. De mannensportschool ging één uur per dag open voor vrouwen, die dan te midden van foto’s van geoliede bodybuilders snel en vaak stiekem sportten – het enige lichtpunt op hun dag, volgens Sadat.
Still uit ‘Super Afghan Gym’ van Shahrbanoo Sadat
Voor de filmmakers was het maken van deze films een vorm van therapie, zeggen meerderen van hen. De emotionele premièredag in het Oude Luxor is de laatste sessie. „Vroeger schaamde ik mij dat ik gevlucht was”, zegt Hassan Kattan op het podium. „Nu ben ik trots een vluchteling te zijn.”
De grote vraag na de première is wat er nu gebeurt met de films. Kortfilms krijg je moeilijk de mainstream bioscoop binnen. Mede-initiatiefnemer en filmproducent Koji Yanai zegt dat ze hun best gaan doen de films te distribueren. Los van elkaar, én als bundel. Dat laatste is te hopen – losgeknipt komen sommige films niet tot hun recht. Samen bieden ze een compleet beeld, van de weemoed, wanhoop en absurditeit van het vluchten, en ook van wat er tijdens de reis voorgoed verloren is gegaan. Een tweede reeks DFF-films is al in productie voor het IFFR van 2027.
Source: NRC