Voor zijn nieuwe album Tilburg Noord keerde de Turks-Nederlandse tenorsaxofonist Mete Erker (54) in zijn hoofd terug naar de plek waar hij opgroeide. De fraaie composities schetsen samen het verhaal van de plekken, objecten en muziek die Erker hebben gevormd.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.
Om Tilburg Noord te kunnen maken, wellicht zijn fraaiste en zeker zijn meest persoonlijke album tot nu toe, moest de Turks-Nederlandse tenorsaxofonist Mete Erker (54) in elk geval in zijn hoofd terug naar de plek waar hij opgroeide.
‘Quirijnstok is wat we nu een Vinex-wijk zouden noemen’, vertelt Erker in LocHal, aan de achterkant van het centraal station, waar Tilburg Noord begint. ‘In de jaren zeventig was het een nieuwbouwwijk in aanbouw. Woonerfjes met nog veel braakliggend terrein eromheen, een eindeloos speelparadijs.’
En, vooral, een plek waar de kleine Mete zijn fantasie de vrije loop kon laten. ‘Ik was 6 jaar en snapte nog niks van het leven, maar het is misschien wel het mooiste gevoel dat je als mens kunt hebben: je bevindt je op onbekend terrein dat je mateloos boeit, en je wordt erin opgezogen.
Mete Erker had dat speciale gevoel na zijn kindertijd nog een keer: toen hij kennismaakte met jazzmuziek. ‘Ik hield eigenlijk vooral van U2, Prince en The Cure, maar toen hoorde ik in een tuinstoel thuis een cassettebandje met het album Kind of Blue van Miles Davis. Daarmee begon mijn fascinatie voor jazz.’
Het bandje kreeg Erker van jazzbassist Eric van der Westen, familie van moederskant, die hem als een soort mentor zou begeleiden in zijn leven in de jazz, als fan en als muzikant. ‘Ik had nooit zoiets gehoord. Die openingsakkoorden van So What alleen al vond ik zo mooi.’
De muziek nodigde uit tot studie. Erker verdiepte zich in het werk van tenorsaxofonist John Coltrane, leende platen bij de bibliotheek en luisterde naar de cassettes die Van der Westen voor hem opnam.
‘Ik had een voorkeur voor Coltranes latere werk, de spirituelere en moeilijker te doorgronden albums als Interstellar Space. Best opmerkelijk voor een jongen van 16.’
Toen Erker later in het Eindhovense Café Wilhelmina de Amerikaanse freejazz-saxofonist David Murray zag spelen, besloot hij zelf een tenorsaxofoon te kopen. Het liefst was hij meteen naar het conservatorium gegaan, maar zou zijn Turkse vader nooit toestaan. ‘Muziekmaken is geen vak, vond hij. Daarvoor was hij niet naar Nederland gekomen. Ik moest gaan studeren.’
Studies biochemie en bouwkunde brak Erker voortijdig af. Daarvoor lonkte de saxofoon te veel. Na alweer een ruzie met zijn vader vroeg hij zich af waar hij eigenlijk mee bezig was en besloot zich toch maar bij het conservatorium aan te melden.
‘Dat was echt een nachtje zwetend wakker liggen. Veel vragen hielden me wakker. Was ik wel goed genoeg? Kon ik nog wat toevoegen aan het spel van mijn muzikale helden als Coltrane, Albert Ayler en Pharoah Sanders? Wat zou mijn vader vinden van dat besluit?’
Tot zijn grote opluchting reageerde zijn vader coulant. Het was zijn leven, als hij voor een leven als muzikant wilde kiezen, dan moest dat maar.
Zo begon Erkers bestaan als jazzmuzikant. Hij studeerde in 1989 af aan het Rotterdams Conservatorium en speelde sindsdien in tal van formaties. Vaak met de eveneens Tilburgse toetsenist Jeroen van Vliet of in de bands Estafest en Artvark, het blazerskwartet waarmee hij momenteel een nieuw album afrondt.
Met dit rijke muzikale leven dreef Erker echter steeds verder weg van de basis waar zijn liefde was begonnen. Precies in de tijd dat wereld door corona getroffen werd, de podia op slot gingen en Erker dus tijd genoeg had om over zijn toekomst na te denken, vierde hij zijn 50ste verjaardag.
‘Een ideaal moment voor introspectie’, zegt Erker. Waar wilde hij heen met zijn muziek? Om die vraag te beantwoorden moest hij eerst in kaart brengen waar hij eigenlijk vandaan kwam. De muziek waarvan hij oorspronkelijk hield, de freejazz van Coltrane en Ayler, was uit beeld geraakt.
Het gevoel van vrijheid en onbeperkte mogelijkheden dat hij ooit had, op de tuinstoel luisterend naar Kind of Blue, leek een eeuwigheid geleden.
Terwijl hij dit overdacht kwam er een verzoek uit Tilburg, dat hij toen allang had verruild voor Arnhem. Of hij in Paradox een concert wilde geven dat vanwege corona alleen via een livestream te volgen was. ‘Dat ga ik doen, dacht ik meteen, maar wel met voor mij allemaal nieuwe muzikanten. Want ik wilde echt iets nieuws.’
Hij speurde het internet af, informeerde bij vrienden en kwam uiteindelijk uit bij drie twintigers die al tien jaar samen speelden: Floris Kappeyne (piano), Tijs Klaassen (contrabas) en drummer Wouter Kühne. ‘Ik had behoefte aan nieuwe mensen om me heen. Wie ben je als je jezelf in een nieuwe context plaatst?’
Een nieuwe band in een vertrouwde omgeving: bij Paradox, ‘een van mijn favoriete plekken op de wereld’, had hij de muziek ontdekt van Paul van Kemenade en andere kopstukken uit Tilburgse jazz-scene van de jaren negentig. ‘De muzikanten uit die scene konden goed spelen en waren, net als ik, erg geïnteresseerd in vrije vormen. Daarvoor was en is Paradox een geschikt podium.’
De vrije spelopvatting spat van het vinyl, op de als dubbel-lp verschenen Paradox-opnamen van 16 april 2021. Van de krachtige expressie van Erker in Ghosts van Albert Ayler tot het fraaie samenspel van de band in Erkers eigen Ja!, het klinkt allemaal even opzwepend. Erker speelt losser en expressiever dan we van hem gewend zijn.
De saxofonist was er zelf ook tevreden over, in de eerste repetitie was het al ‘raak met de band’, waarna ze meteen maar het podium opgingen. Zijn overpeinzingen bleven in zijn hoofd rondspoken. Zijn kinderjaren in Tilburg Noord, Paradox, de tuinstoel en zijn liefde voor de jazz lieten hem niet los. ‘Twee jaar geleden kwam de gedachte op er meer mee te doen. De Paradox-opnamen zijn prachtig, maar ik miste toch iets.’
De onbevangenheid van dat jongetje uit Tilburg Noord hoorde je in Paradox terug in de muziek met de door Erker zo geliefde freejazz-sound van de jaren zestig. Maar de Noord-Europese, impressionistischere jazz die hij in de jaren negentig veel met Jeroen van Vliet speelde, hoort ook bij Erker. Die stijlen wilde hij samenvoegen.
‘Door in de studio Aylers Ghosts op mijn eigen manier zachter te spelen, ontstond er een zwevende versie van dat nummer.’ Wonderschoon is ook het aloude Moonlight in Vermont, terwijl Charlie Hadens Song for Chè een ode aan een andere held van Erker is.
Het studio-album werd in november 2024 opgenomen in Osnabrück. ‘Ik voelde dat het bijzonder was en wilde het als iets tastbaars. Zo ontstond het idee om van Tilburg Noord een dubbelaar te maken. Een wat dromerig eerste deel met als andere kant van de medaille de Live in Paradox B-side.’
Het album vertelt het verhaal van waar Erker vandaan komt. ‘Ik ben 54 en laat nu echt zien wie ik ben.’ Symbool voor zijn zoektocht, die uiteindelijk tot Tilburg Noord leidde, staat de gele stoel, waarmee Erker ook op de albumhoes staat gefotografeerd.
‘Die komt uit mijn ouderlijk huis. Ik was als student altijd heel rusteloos en op een dag zette ik die stoel midden in de kamer en nam me voor er de hele avond op te blijven zitten. Na vijf minuten stond ik op en liep ik naar buiten. De stoel werd symbool voor mijn zoektocht in het leven. Wat is je plek en waar wil je naar toe? Die plek heb ik nu gevonden, ook door dit hele verhaal achter Tilburg Noord. Die stoel is het bewijsstuk, ik neem het mee naar alle optredens.’
Mete Erker: Tilburg Noord (Eigen beheer)
Mete Erker speelt met zijn Trio + One op 1/2 in het Amsterdamse Bimhuis en op 11/2 in Brouwerij Martinus, Groningen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant