Ellen ten Damme (58) acteert, zingt, musiceert, danst en valt en passant ook nog even in een split. Doordat ze nooit voor één ding koos, werd ze nooit té beroemd. ‘Dat hysterische gedoe hoeft voor mij niet.’
is columnist en verslaggever bij de Volkskrant. Voor Volkskrant Magazine schrijft hij geregeld interviews.
In het oosten van Nederland rijdt de Ellen ten Damme-trein. Hij stopt onder meer op het station van Winterswijk, waar haar ouders vandaan komen en het café van haar oudoom Hendrik was gevestigd – Café Ten Damme, aan de Misterweg, tegenover de steenfabriek waar haar opa werkte. Aanvankelijk was de trein helemaal beplakt met foto’s uit haar carrière. ‘Maar dat schijnt het metaal aan te tasten, ofzo. Dus nu staat alleen nog mijn naam erop.’
De trein is een eerbetoon van de regio waar ze opgroeide, een eer die maar weinigen ten deel valt. Maar vraag haar wat ze ervan vindt, en ze zegt niet: ik moest wel even slikken, laat staan: nu kan ik rustig sterven. Ze zegt: ‘Leuk. Ja, is grappig toch? Echt, hartstikke leuk!’ Want ze is niet zo bezig met haar nalatenschap, en houdt niet zo van vette emoties. ‘Leuk’ vindt ze een prima woord. Je zou kunnen zeggen: leuk is waar het voor haar allemaal om draait.
Het is een zondagmiddag op haar sfeervolle woonboot in Amsterdam, tjokvol muziekinstrumenten, stapels boeken, kleren, kunstwerken, opgezette vogels en andere parafernalia. Ellen ten Damme (58) zet koffie op haar pantoffels, en veegt opgewekt mopperend de kruimels van tafel die haar vriend Ringo Maurer heeft laten liggen. Rommel: oké. Rotzooi: nee.
Ringo, een begenadigd muzikant uit Volendam, is dertig jaar jonger dan zij, een gegeven dat ze even geestig als teder bezingt in het nummer Jonge Vriend.
Is dat een soort commentaar op de opmerkingen die je erover krijgt?
‘Nee hoor, die krijg ik eigenlijk nooit. Misschien dat er achter onze rug over gepraat wordt. Melk? Suiker? Ik heb sowieso niets met ‘hoe het hoort’, en mensen die ons kennen vinden dat we heel goed bij elkaar passen. Is ook zo, behalve dan in dit soort dingen. Jonge mannen slapen lang uit, en ze laten kruimels achter. Daarom gaan we heel vaak samen uit eten.’ Dan lacht ze, hard, en niet voor het laatst deze middag.
Het is eind december, de dag nadat ze in een uitverkocht theater haar show Hete Kerst heeft gespeeld – waarbij ze danste, gitaar, viool én pianospeelde, nummers zong van onder anderen Kate Bush, Madonna, Rammstein en The Beach Boys, en en passant nog even in een split viel. Tien minuten na afloop stond ze in de merchandise-stand platen, T-shirts en rompertjes te signeren, daarna ging ze helpen met het inladen van de instrumenten en decors.
Hard werken, daar houdt ze van. Zolang het maar leuk werk is. ‘Ik ben ook niet vies van lekker leven hoor, maar als ik iets doe, wil ik het goed doen. Ik ben echt nog nooit ’s ochtends met tegenzin opgestaan. Soms lig ik ’s avonds in bed en denk ik: wat jammer dat iedereen ligt te slapen. Dan wil ik er eigenlijk alweer uit, omdat ik niet kan wachten en gewoon te veel zin heb in de dingen.’
Het is vrijwel onmogelijk om die ‘dingen’ in een categorie te duwen, want Ten Damme is gezegend met veel talenten die ze allemaal graag toont. Een greep: ze acteerde in vele films en series, werkte met het Scapino-ballet en had een tijd haar eigen circus, Cirque Stiletto. Ook haar muzikale carrière, die al ruim dertig jaar omspant, schiet alle kanten op. Ze componeerde filmmuziek in de VS, en later in Nederland, onder meer voor films van Paul Ruven en Pim de la Parra.
Ooit maakte ze deel uit van de arty punkband Soviet Sex, later was ze frontvrouw van haar eigen Engelstalige rockband, waarmee ze onder meer op Pinkpop stond. Scroll door haar oeuvre en je vindt (naast een samenwerking met de Volendamse 3J’s) rijk georkestreerde, theatrale platen met Duits-, Frans- en Engelstalige covers, afgewisseld met popplaten, die ze grotendeels zelf componeert en waarop ze veel instrumenten zelf inspeelt.
Tijdens haar tour werkt ze tussen de bedrijven door in haar eigen studio aan een nieuwe soloplaat, waarmee ze in het voorjaar in het clubcircuit gaat toeren. Medusa gaat de plaat heten, naar een mythisch figuur uit de Griekse oudheid, dat vaak wordt geassocieerd met ‘de sterke vrouw’ – maar daarover later meer. Ze volgde er speciaal een cursus produceren voor. ‘Zodat ik nu onafhankelijk kan werken’, zegt ze enthousiast. ‘Ook de drums en de samples en zo. Althans, voor de demo’s.’ De plaat zal ze afmaken en mixen in Noorwegen, in samenwerking met leden van de Noors-Nederlandse indierockband Klangstof – alweer zo’n eigenwijze keuze.
Voor de vervolmaking van de nummers gaat ze eerst op bezoek bij schrijver Ilja Leonard Pfeiffer in Genua, een goede vriend en sinds vijftien jaar een vaste partner bij het schrijven van liedteksten. ‘Ik kan dat ook zelf hoor’, haast ze zich te zeggen. ‘En ik doe dat in veel gevallen ook. Het is een beetje gemakzucht van mijn kant, omdat ik liever aan muziekjes sleutel. Maar Ilja en ik hebben vaak dezelfde kijk op dingen, hij kan zich goed in mij verplaatsen en voegt als schrijver natuurlijk iets bijzonders toe. Nou ja, misschien gaan we wel alleen gezellig uit eten.’
Als Ten Damme al een plan heeft, dan is het: ongrijpbaar blijven. ‘Zo heb ik in mijn leven al heel wat carrières min of meer de nek omgedraaid’, giechelt ze. ‘Er is zo vaak tegen mij gezegd dat ik moest kiezen. Wat ben je nou? Actrice, danseres, zangeres? Vroeger was ik daar ook ontvankelijk voor, ging ik twijfelen.’
Heb je er inmiddels een antwoord op?
‘Liever niet, haha. Acteren vond ik heel leuk, ik heb ook echt in mooie films gespeeld, maar ik ging steeds vaker denken: wat stelt het helemaal voor? Een paar zinnen zeggen die iemand anders heeft geschreven, vond ik uiteindelijk niet bevredigend genoeg. De aandacht die je ervoor krijgt vind ik eigenlijk buitenproportioneel, zeker als je het afzet tegen de honderden keren dat ik op een podium sta.
‘Feitelijk ben ik vooral zangeres geworden, muzikant. In de begintijd profileerde ik me wel als ‘rockzangeres’. Dat was mijn belevingswereld, ik groeide op met TopPop en zo. Dan waren er platenmaatschappijen die riepen: je moet dit en dat, je moet hits hebben. Kwamen ze aanzetten met producers, met nummers die ik zou moeten opnemen. Sommige daarvan zijn hits geworden. Maar als ik het niet mooi vond of te veel vond rieken naar commercie, dan deed ik het gewoon niet. Dan blijf ik liever een beetje in de marge.’
Voordeel, zegt ze, is dat je niet héél beroemd wordt als je moeilijk te plaatsen bent. ‘Ik wist al vroeg dat ik dat niet leuk zou vinden. Dat hysterische gedoe hoeft voor mij niet, het is veel leuker om een beetje normaal te kunnen leven. In de media komen – ja, sorry – is voor mij een noodzakelijk kwaad, iets dat je nodig hebt om zalen te kunnen vullen. Ik snap dat het erbij hoort, maar mijn ideaal is een poster met alleen mijn naam en een datum erop. En de tekst: komt allen!’
Dat ideaal weet ze dicht te benaderen sinds ze haar eigen theatershows is gaan maken. ‘Dat is voor mij the place to be, want daar kan ik alles doen, mijn eigen wereld creëren. Ik doe dat nu al bijna twintig jaar en ben onafhankelijk, alles wat ik doe financier ik zelf. Soms is het best eng. Elke keer begin je met een leeg blad, is er die twijfel: wat gaan we nu weer doen? Maar ik heb gaandeweg een eigen publiek opgebouwd, en niemand zeurt meer dat ik een hit moet hebben.’ Ze grijnst breeduit: ‘En ik ben ook best rijk geworden van het niet-hebben van hits.’
Het is niet verwonderlijk dat Ten Damme zich identificeert met Pippi Langkous, een icoon uit haar jarenzeventigjeugd. ‘In mijn ervaring zijn de beelden die je bijblijven uit je kindertijd vaak de motor achter heel veel dingen. Mij viel het als kind altijd op dat alle moeders in mijn omgeving tot huisvrouwen werden gebombardeerd, terwijl vaders de hort op gingen om leuke dingen te doen. Dat was zeg maar de ‘normale’ situatie. Ook bij mijn eigen ouders, die al redelijk vroeg zijn gescheiden; mijn vader was altijd onderweg, terwijl mijn moeder juist ontzettend zorgzaam was. Ik weet nog goed dat ik dat raar vond, en dacht: dat moet ik niet hebben. Ik wil een beetje avontuurlijk leven, reizen kunnen maken en zorgen dat ik kan doen wat ik leuk vind.’
Je zegt dat je het ‘raar’ vond’. Niet: ik maakte me er kwaad om.
‘Nee. Het viel me gewoon op. Ook het onderscheid dat gemaakt werd tussen jongens en meisjes vond ik raar. Als ze vroegen wat ik voor mijn verjaardag wilde, en ik zei: een skelter, of een telescoop, dan was het antwoord: nou, dat is meer iets voor je broer. Dan dacht ik: hé, ik zeg toch wat me leuk lijkt? Maar goed, zo was het toen. Op de lagere school schreef ik zelf verhaaltjes vanuit het perspectief van de man. Tijdens verkleedpartijtjes was ik meestal Arthur, de koning of de prins of zo. Ik wou nooit een prinses zijn, want die doen suffe dingen.’
Die kijken uit torenkamers of de prins al komt.
‘Ja! Om gered te worden... Echt, dat hele idee, waar slaat het op? Ook in films, als je daarop gaat letten, word je helemaal gek. Mijn vriend en ik kijken graag samen naar stomme films van vóór 1930. Sommige zijn geweldig, qua artwork en alles. Maar er komt altijd één knappe vrouw in voor. De rest is: mannen, mannen, mannen, mannen, mannen, mannen, mannen, mannen, mannen, mannen... die dingen doen.’
Haar vrijheidsdrang kwam eerder voort uit intuïtie dan uit een overtuiging. De vele talenten hielpen een handje mee. ‘Als kind dacht ik dat ik carrière in de sport zou maken. Daar draaide veel om bij ons thuis, ik kom uit een echte voetbalfamilie. Voor mij werd het turnen, en ook dat ging min of meer vanzelf. Iemand uit de buurt zag dat ik kunstjes deed in de tuin, en vroeg: ik heb nog een evenwichtsbalk, wil je die? Oké, is goed. Toen ging ik daarop oefenen, tussen het knutselen en het in bomen klimmen door.’
Eenmaal bij een turnclub – eerst in haar woonplaats Roden, later in Groningen – won ze al snel de meeste wedstrijden. ‘Later is mijn ouders wel gevraagd of ik naar Papendal kwam, zodat ik zou worden klaargestoomd voor het nationale team. Dat had ik misschien wel kunnen halen, maar dan moest ik in een gastgezin gaan wonen, en dat vonden ze niet zo’n goed idee.’
Vond je dat erg?
‘Niet echt. Muziek had ook altijd mijn belangstelling, ik speelde viool en zat op de lagere school al in bandjes. Creativiteit werd bij ons gestimuleerd. En ik was toch niet echt geschikt voor een gedisciplineerd sportleven. Ik wist al vroeg dat ik naar Amsterdam wilde verkassen, om dingen te beleven.’
Lange tijd bleef ze zo impulsief mogelijk leven. Op haar 30ste, nadat ze achtereenvolgens twee jaar Nederlands had gestudeerd, een tijd op het conservatorium zat en een opleiding aan de Kleinkunstacademie afrondde, trouwde ze in een opwelling met de Duitse acteur Markus Knüfken – in Las Vegas. ‘In die tijd acteerde ik veel in Duitsland. We speelden samen in zo’n tuttige tv-comedy, Das Paar des Jahres, en kregen verkering, in de film en in het echt. Voor de gein schreef ik een liedje voor hem met als refrein ‘See You in Vegas’. Die boodschap nam hij letterlijk: hij stuurde me vliegtickets naar Las Vegas terug.’
Ze trouwden op kerstavond, in een goedkoop kapelletje. ‘De pastor had een getuige gebeld – een of ander boomlang model. We hadden geen muziek meegenomen, dus ging hij zelf maar zingen, terwijl wij van achter naar voren liepen door het lege kerkje. Taaa-tátadaaa, taaa-tátadaa. Het was één grote grap, maar het gold ook officieel. We hebben nooit samengewoond, maar we hadden een doppelte haushaltsführung, zoals dat in Duitsland heet. Hij woonde in München, in Berlijn, toen weer in Hamburg. Ik reisde heel veel, woonde overal en nergens. Dus we spraken vaak ergens halverwege af, of we zorgden dat we in dezelfde productie terechtkwamen.’
Fastforward naar de scheiding, zeven jaar later. ‘Ik wilde meer muziek gaan maken en moest steeds vaker in Nederland zijn. Hij zat vast aan Duitsland. Op een gegeven moment kregen we allebei nieuwe verkering, en zo zaten we ineens in Berlijn bij de rechtbank. Voor ons was het niet pijnlijk – we zijn nog steeds goed bevriend, ik ben patentante van zijn dochter – maar de rechter probeerde ons om te praten, want hij zag dat we heel gezellig tegen elkaar deden. ‘Ihr seid sogar glücklich zusammen’, zei hij.’
Een fijne, zorgeloze tijd, zegt ze. ‘De problemen beginnen altijd pas als je serieus moet gaan nadenken over de toekomst. Dat doe ik liever niet, nog steeds niet eigenlijk. Als ik het leuk heb, denk ik: waarom iets veranderen? Maar ja... dat gaat vanzelf, hè.’
Wie haar persoonlijke platen als Durf Jij? en Alles Draait beluistert, komt heel wat te weten over wat die toekomst bracht, en over de keerzijde van vrij en onafhankelijk willen leven. Twijfels over het aangaan van langere relaties, angst dat onvermijdelijk de klad erin komt, en de gevolgen daarvan, die ze bezingt in het nummer De kinderen die ik nooit had.
‘Als je liedjes maakt zoals ik doe, ben je zelf de inspiratiebron – ook al schrijf ik ze dan vaak samen met Ilja. Het is de reflectie op wat ik meemaak en om me heen zie. Zo werkt kunst natuurlijk in het algemeen. Ik weet dat ik kinderen erg leuk had gevonden, want ik vind alles leuk. Maar ik had lang een relatie met iemand die ze niet wilde, en zelf had ik ook veel twijfels. Ik heb een jonger zusje dat gehandicapt is en heb gezien wat een ongelooflijke hoeveelheid werk en zorg dat is geweest voor mijn moeder, die daar trouwens altijd bewonderenswaardig mee is omgegaan. Kijk, als zoiets op je pad komt, ga je dat gewoon doen, maar ik denk wel dat ik daardoor een beetje terughoudend ben geworden. Net als mijn broer, die heeft ook geen kinderen. Nou ja, toen was ik opeens 45, en natuurlijk denk je dan weleens: hoe zou het zijn geweest?’
Wat ook meespeelde is dat ze op haar 37ste borstkanker kreeg, een ziekte die daarna nog twee keer terugkwam, en waar ze opvallend nuchter over vertelt. Over die eerste periode maakte ze met filmmaker Rob Hodselmans de documentaire Ellen ten Damme: As I was wondering. ‘Ik stond er destijds een beetje dubbel in. Een deel van mij vindt het vervelend dat heel de wereld zoiets weet. Maar als artiest ontkom je er niet aan. Zodra je shows moet afzeggen omdat je in het ziekenhuis ligt, krijg je onvermijdelijk de vraag: hoezo dan? Toen ik de diagnose kreeg, dacht ik: o, misschien ga ik dus dood. Nou ja, laten we dan maar iets filmen. De laatste beelden, zoiets...’
Ben jij echt zo nuchter?
‘Misschien, een beetje. Natuurlijk vond ik het ook doodeng. Maar al snel bleek dat ik niet dood zou gaan. Sterker, ik stond kort daarna weer op mijn benen, ging weer aan het werk. Gaandeweg kreeg ik het idee dat die documentaire een soort tegengeluid zou kunnen zijn. De medische zorg wordt steeds beter, het komt ook vaak weer goed. En dan hoef je misschien niet zo bang te blijven, hoeft het niet alles te overheersen, kun je ook gewoon door met je leven. Zoiets wilde ik wel meegeven.’
Je hebt weleens gezegd dat het op jou een louterend effect had.
‘Het was een doodsengel die me kwam vertellen: memento mori. Een besef van eindigheid dat je op die leeftijd meestal nog niet hebt. Toen ik weer beter werd, was het effect op mij heel positief. Een soort wake-upcall, het zet dingen op scherp. Vaak hoor je dat mensen na zoiets hun leven omgooien, beseffen dat ze alles anders willen gaan doen. Ik dacht alleen: ik ben eigenlijk wel tevreden met mijn leven.’
Zoals je zingt in het nummer Ik geloof niet (dat ik ergens spijt van heb)?
‘Ja. Ik werd blij van dat besef, dankbaar ook. Al werd ik er ook weer een beetje bang van. Zo van: shit, in principe heb ik alles wat ik wilde al gedaan. Misschien ben ik wel klaar, kán ik wel doodgaan. Hihi, dat was nou ook weer niet de bedoeling.’
In 2024, kort na de derde diagnose, bracht ze het nummer Hoe ik het mijn moeder toch vertel uit, waarin ze het ziekteproces vergelijkt met een APK-keuring van een auto. ‘Zo voelde het wel een beetje’, zegt ze. ‘Ik krijg sinds 2005 elk jaar een controle. Tegen de tijd dat ik erheen moet, ben ik heel nerveus. Alsof je langs God moet om te vragen: kan ik nog een jaartje door of niet? Nu bleek er weer iets mis te zijn. Maar als dat dan is weggehaald en ik heb fysiek geen last... Tja, wat zou je dan nog blijven sikkeneuren? Behalve dan dat ik het mijn moeder moest laten weten. Die is in de 80, heeft al zoveel te stellen met mijn zusje. Om dan zo’n mededeling te moeten doen... Ja, dat vond ik veel vervelend.’
Dan trapt ze plotseling op de rem. ‘Begrijp me niet verkeerd: kanker is verschrikkelijk, veel mensen gaan er wél aan dood, ook in mijn eigen omgeving. Ik probeer geen statement te maken over hoe je ermee om moet gaan. Ik vertel alleen hoe ik het heb beleefd, op mijn manier. Ik heb een hekel aan melodrama en sensatiezucht, weet ook dat de pers enorm aanslaat op verhalen over kanker. Ik hou niet van die smaak, vind het lelijk. Dus probeer ik dat te vermijden, het in eigen hand te houden. En dat geldt eigenlijk voor alles wat met mijn privéleven te maken heeft. Het komt ook door die roddelprogramma’s, en vooral door de websites en juicekanalen, die clickbait maken van dingen die je elders heel uitgebreid en met nuances hebt verteld. Dat is de laatste jaren zoveel erger geworden. Ik wist dat eigenlijk niet, tot ik er zelf mee te maken kreeg.’
Een zijpad: ‘Een tijdje geleden was ik te gast in het programma Boerderij van Dorst. Kort daarna gaf ik een interview waarin de journalist me vroeg: goh, lekker op het land gewerkt? Dus ik zeg: nou, je weet toch wel hoe tv werkt? Het lijkt alsof je de hele dag hebt staan schoffelen, maar dat was in het echt maar een half uurtje of zo. Dat werd in het artikel gereduceerd tot iets als: ‘Ellen ten Damme zegt: Boerderij van Dorst is in scène gezet.’ Vond ik al niet leuk, maar oké. Maar die juicekanalen gaan vervolgens doen alsof het iets persoonlijks is: ‘Ellen ten Damme vindt Raven van Dorst nep’. Wordt het voorgesteld alsof we ruzie hebben, terwijl ik Raven hartstikke leuk vind. Hoe zulke dingen worden opgeblazen en verdraaid, hoe er grof geld wordt verdiend aan clickbait... Ik vind dat echt de hel.’
Ben je daardoor meer op je hoede bij de media?
‘Absoluut. Komt natuurlijk ook door al dat gedoe met... nou ja, ik wil de naam eigenlijk niet eens noemen.’
De naam die ze niet wil noemen, maar uiteindelijk toch noemt onder de voorwaarde dat we het kort houden, is die van Ali B. Drie jaar geleden raakte ze tegen wil en dank betrokken bij de rechtszaak tegen hem, nadat ze bij de politie had verteld over een incident in 2014, tijdens de opnames van het tv-programma Ali B en de Muziekkaravaan in Marokko. Op de details ervan wil ze niet ingaan, maar het OM beoordeelde haar verklaring als een ‘poging tot verkrachting’. ‘Ik heb nooit gewild dat mijn naam naar buiten kwam in deze zaak’, zegt ze. ‘Die keuze had ik allang gemaakt, anders was ik wel naar de politie gestapt toen het net was gebeurd. Iedereen in mijn directe omgeving wist ervan. Maar toen dacht ik al: wat haal je op je nek? Je kunt niets bewijzen, want er was niemand bij. Alleen ik weet hoe het is gegaan. Dus ik probeerde het te vergeten.’
Ze deed haar verhaal pas na de uitzending van het programma BOOS, in 2022. ‘Vooral omdat journalisten me maar bleven bellen, want het zong rond dat er destijds iets gebeurd was. Ik wilde dat het via het recht zou gebeuren, niet via de media. En ik heb géén aangifte tegen hem gedaan, ook al staat dat nu overal. Door die uitzending van BOOS ontstond er een momentum, werd duidelijk dat er meerdere zaken speelden, ook met vrouwen die veel jonger zijn dan ik. Ik dacht: misschien heeft het dan ook meer zin, en kan ik eraan bijdragen dat dit soort zaken niet meer altijd in de doofpot worden gestopt. Mijn verklaring was bedoeld als achtergrondverhaal, ik weet dat meerdere mensen precies hetzelfde hebben gedaan als ik. Maar het OM zag in mijn verklaring blijkbaar een strafbaar feit, en lichtte het eruit. Dat is verder niet aan mij, ik ken het wetboek niet.’
Ze zucht, diep. ‘De ironie is natuurlijk dat het wél in de media komt, telkens weer. Jij moet er kennelijk ook naar vragen. En elk woord dat ik zeg moet ik op een goudschaaltje wegen, want er komt ook nog een hoger beroep. Er zijn zoveel afwegingen. Je moet voortdurend oppassen dat niemand kan zeggen: ze doet dit alleen maar om aandacht voor zichzelf te vragen. In de tijd dat de media me steeds belden of ik mijn verhaal wilde doen, had ik stomtoevallig net muziek gecomponeerd voor een voorstelling van Lisse Knaapen, die gebaseerd was op een boek van Karin Bloemen, dat gaat over seksueel misbruik. Het was coronatijd, die voorstelling kon elk snippertje aandacht goed gebruiken, maar dat heb ik toen maar niet gedaan. Nu kan ik al drie jaar nauwelijks mijn eigen shows promoten omdat iedereen steeds maar over die kwestie wil praten. Soms kon ik niets zeggen, soms wilde ik niets zeggen – ik heb er alleen maar last van gehad. Zo verlies je eigenlijk dubbel.’
Je bedoelt: als vrouw en als artiest?
‘Ja, wat er destijds in Marokko gebeurde is niet iets dat mijn hele leven beheerste of zo, maar ik heb er wel last van gehad. Ik raakte op mijn hoede, heb programma’s afgezegd omdat ik me niet meer prettig voelde in een vreemde entourage. Ik dacht een tijdje: ik ga nooit meer ergens heen zonder enige bescherming. En meer in het algemeen heeft het natuurlijk invloed op je vertrouwen in mannen. Ik ben in mijn leven al zo vaak achtervolgd. Voordat ik thuis de deur in ga, kijk ik tien keer om me heen of er niet iemand mee naar binnen probeert te glippen. Dat is een paar keer gebeurd, maar het liep altijd net goed af. Ik heb heel wat meegemaakt en ben ook best wel wat gewend, maar het is gewoon ontzettend klote om je onbevangenheid kwijt te raken. Want tegelijkertijd ben ik ook gewoon dol op mannen. Er zijn er zoveel die iets proberen, en dat mag ook. Ik vind het prima als iemand mij probeert te versieren. Ga je gang, succes! Dus, eeeh, nou ja...’
Ze lacht, gooit dan het verhaal in het slot: ‘Enfin. Zo min mogelijk Ali B a.u.b.’
Twee weken later laat Ellen ten Damme op verzoek wat demo’s voor haar nieuwe plaat horen, om daar vervolgens heel nonchalant over te doen. Zware klanken met strijkinstrumenten, afgewisseld met poppy melodieën, flarden van teksten die, zo waarschuwt ze, nog niet af zijn. ‘Het is iets dat ik nog nooit heb gedaan, dat vind ik er leuk aan. Een beetje elektronica meets klassieke muziek, en dan toch ook dansbaar. Want het is bedoeld voor de clubtour, als het publiek staat. Eigenlijk merk ik dat ik steeds meer terug wil in de tijd. Mijn vorige theaterprogramma heette Barock, dus ik dacht: waar kan ik nu dan heen? Moet ik Gregoriaans gaan doen of zo?’
De grote houten tafel in haar boot is bezaaid met linnen tasjes die ze zelf heeft bestikt met haar beeltenis. Dat wil zeggen: haar gezicht, met allerlei woest kronkelende slangen die uit haar schedel groeien. Het klassieke beeld van Medusa, nadat ze gestraft is door de goden. ‘De eerste lading was meteen uitverkocht bij mijn shows’, vertelt ze enthousiast. ‘Dus ik ben ze nu als een razende aan het bijmaken.’
Maar, eh, Medusa…
‘Ik ben nog over haar aan het lezen, maar er zijn veel verschillende verhalen en ik vergeet ze steeds. Medusa wordt vaak omschreven als onafhankelijk en krachtig. Dat past wel bij mij. Of tenminste, bij wat mensen vaak over mij zeggen. Blijkbaar kom ik sterk over, al vind ik mezelf ook vaak heel meegaand. Maar goed: Medusa heeft tegelijkertijd een tragische kant. Ze is multi-interpretabel, en in elk geval niet poeslief, dat vind ik interessant aan haar. Ik heb altijd gehouden van artiesten als Björk, Kate Bush en Nina Hagen. Een beetje raar, afwijkend, niet dat sexy gedoe. Dat kan me soms zo de keel uithangen, van vrouwen.’ Dan, lachend: ‘Ook van mezelf hoor.’
Maar ik heb inmiddels ook het een en ander over Medusa gelezen, en waar ik op stuitte is dat ze verkracht werd door de god Poseidon, en daarvoor werd vervloekt door de godin Athena, met die slangen uit haar hoofd. Oftewel: een vrouw die dubbel verliest. Mag ik daarin een knipoog zien naar wat je vertelde over de nasleep van de rechtszaak?
Met een vorsende blik: ‘Zo kan je het zien, de parallel was mij niet ontgaan. Maar, wat er ook met Medusa gebeurt na die vloek, is dat ze iedereen kan verstenen met haar blik. Eigenlijk houdt ze er ook een gave aan over. Enfin, we zullen zien hoe het uitpakt in de liedjes.’
In een eerdere versie van dit verhaal werd Winterswijk ‘in het noordoosten van Nederland’ gesitueerd. Dit is niet correct, Winterswijk is gelegen in het oostelijke deel van de Achterhoek in de provincie Gelderland.
7 oktober 1967 Geboren in Warnsveld.
1989-1993 Kleinkunstacademie in Amsterdam.
1991 Filmdebuut in De tranen van Maria Machita, nominatie Gouden Kalf.
1991-1995 Rollen in o.m. Pleidooi, De kleine blonde dood, We zijn weer thuis.
1995 Album Kill Your Darlings (Edison-nominatie).
1996 Filmmuziek o.a. Power Rangers en Caspar the Friendly Ghost.
2001 Album I Am Here.
2000-2002 Column in Volkskrant Magazine.
2003 Tournee met The Wild Romance.
2003-2004 Tournee ‘30-Jahre Panik Power’ met o.a. Nina Hagen, Nena, Peter Maffay en Eric Burden
2005 Deelname Duits songfestival met Plattgefickt.
2007 Album Impossible Girl.
2010 Gouden plaat voor album Durf jij?, winnaar Gouden Notenkraker.
2012 Album Het regende zon, tour Amsterdam Sinfonietta.
2012-2013 Tournee Spitz met Scapino Ballet.
2010-2013 Cirque Stiletto theatertour.
2014 Berlin, live-album en theatertour.
2015 Album Alles Draait.
2016 Theatertour Thuis bij Ellen.
2017 Paris, live-album en theatertour.
2019 Casablanca, live-album en theatertour
2022 EP In Het Licht.
2024 Waterige Maan met strijkorkest Kamerata Zuid.
2021–2024 Theatertour Barock, album in 2024.
2026 Album Medusa, clubtour vanaf 9 april.
Styling: Astrid Schilders, haar en make-up: Ellen Romeijn, assistent-fotografie: Manon Dijkman, m.m.v. Allard Studio’s
Slang: DuchessReptiles/Jamie Post
Franjetop: Area, panty: Oroblu
Trui: GCDS via Yoox, slangenprint top: Sportmax
Behatop: Arket, slip: H&M, panty: Kunert, laarzen: Dune Londen.
Dit is een interview uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant